HEERLIJKE DINGEN UIT GODS WOORD (I)

 

 Jubeljaar

 

Je bent bezig om veel tezen in verband met de preken voor het komende seizoen. Veel te lezen in verband met de opening van jaar voor eigen theologische studenten. Er moet een college worden gegeven over “Gezegend leven”. Je leest veel als voorbereiding op de colleges die aan de studenten in Nieuwe Testament en Ethiek gegeven moeten worden. Je probeert daarbij ook bij de tijd te blijven. Daarbij wordt ook gelezen om de studenten te helpen om juist geschiedenis van Gods openbaring al meer helder te krijgen. Dat vak wordt ook wel Historia Revelationes genoemd. Bij dit vak gaat het er o.a. om  de concrete geschiedenis waarin de HEERE Zijn Woord gesproken heeft, helder voor ogen te krijgen. Ook om al meer de verbanden zien omdat we te maken hebben met het Woord van de Ene God is.

Dan zie je voor jezelf altijd weer nieuwe dingen. Nieuwe schatten. Misschien voor jou al wel een oude schat. Toch wil ik zo af en toe je daarin laten delen. Juist om te zien hoe groot en heerlijk de HEERE is. Dit keer iets vanuit Leviticus 25 waarin we zulke prachtige dingen zien naar de toekomst toe.

We lezen in Leviticus 25 o.a. over het jubeljaar. Het jubeljaar is het vijftigste jaar. Een heel bijzonder jaar als Gods volk in Kanaän volgens Gods goede gebod leeft. Wat gaat er  o.a. in dat vijftigste jaar gebeuren? Lees maar even mee met Leviticus 25:8-10: “Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden van de zeven sabbatsjaren negenenveertig jaar voor u zijn. Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie. Elk vijftigste jaar moet jubeljaar voor u zijn. U mag dan niet zaaien, niet oogsten wat er na uw laatste oogst nog opkomt, en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken, want het is jubeljaar. Het moet heilig voor u zijn. U mag van de akker eten wat hij uit zichzelf opbrengt.” vs 8-12

Heel kort gezegd was het vijftigste jaar het jaar van de vrijheid. Slaven waren weer vrij, het land dat in de jaren ervoor verkocht moest worden aan anderen kwam weer in bezit van de oorspronkelijke eigenaren. Iedereen kon weer opnieuw beginnen. Er was uitzicht, de HEERE gaf uitzicht aan de armen en hun kinderen om weer opnieuw een toekomst op te bouwen. Het was ook een jaar van rust. Een jaar waarin er niet gezaaid en het land niet bewerkt hoefde te worden. De HEERE had beloofd om ook in dit jaar te zorgen. Ook te zorgen voor genoeg voedsel.

Dit vijftigste jaar was in het beloofde land het beeld van de toekomst waar iedereen in vrede en rust zal leven op de nieuwe aarde. Dat geeft de HEERE voor wie bij Hem, bij Christus vergeving en leven zoekt. Dat vijftigste jaar van rust en vrede die God geeft,  is gegrond in de verzoening die de HEERE geeft. Dit jaar begint op de Grote Verzoendag. Zonder vrede met God voor zondaren kan dit jaar er niet zijn. Zonder de verzoening door Christus kan het eeuwige leven op de nieuwe aarde in alle rust, vrede en vrijheid er niet zijn.

 

De bazuin klinkt

 

Op die Grote Verzoendag (Zie Leviticus 16) gaat de hogepriester met bloed het Heilige der Heilige binnen. Hij sprenkelt dat bloed op het verzoendeksel van de ark. Door het bloed van Christus komt er de definitieve verzoening. Wanneer de hogepriester dit gedaan heeft en weer naar buiten komt wordt er op de bazuin geblazen. Zo klinkt triomfantelijk het uitroepen van het jubeljaar op grond van de verzoening die door Christus, de Zoon van God er voor altijd zal zijn. De rust ingaan waarover we o.a. in Hebreeën 4 lezen.

Die definitieve en volmaakte rust komt er wanneer Christus terugkomt op de wolken. Dan wordt die eeuwig volmaakte vrede en rust uitgeroepen door een bazuin die klinkt.  Zoals de bazuin eens in de 50 jaar klonk op de Grote Verzoendag als  begin van het jubeljaar. Bij Christus terugkeer klinkt Gods bazuin over de hele aarde. Lees maar mee:

“Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.” 1 Korinthe 15:51-53

“Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.”  1 Tessalonicenzen 4:16,17

 

De Hogepriester komt terug

 

Bij het begin van het jubeljaar is de hogepriester het heilige der heilige ingegaan. De troonzaal van God op aarde. Zo is het Christus die op de dag van Zijn hemelvaart de troonzaal van God in de hemel is ingegaan. Als Voorloper voor wie in geloof met Hem verbonden is. Christus neemt daar plaats bij God op de troon.

De hogepriester, dezelfde man die net het heilige der heilige is ingegaan, komt terug. Om samen met Gods volk het jubeljaar mee te maken. Dat jaar dat wijst op de volmaakte rust en vrede die er voor Gods volk eens en voor altijd komt.

De Here Jezus is als de Hogepriester op Hemelvaartsdag naar God in Zijn troonzaal gegaan. Wat lezen we wat er op die Hemelvaartsdag gebeurt wanneer de Here Jezus de hemel is binnengegaan? Dit: “En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.” Hand 1:10,11

Wat belijden we op grond van wat we in Gods Woord lezen in de Heidelbergse Catechismus? Dit:

“Welke troost schenkt u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden?

Antwoord: Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft.” Vraag en antwoord 52a

Het gaat hier om dezelfde Persoon  die uit Gods Heiligdom naar de aarde terugkeert om het definitieve jubeljaar te laten aanbreken zonder onderbrekingen en zonder gebreken. Wat zullen we jubelen als we in geloof Christus mogen ontmoeten en met Hem op de nieuwe aarde bij de HEERE mogen wonen!  Gods werk is een!