EEN VERBETERDE VISIE?   

Professor de Bruijne over Ethiek en Hermeneutiek

 

Ik heb als voorbereiding op een congres 29 september 2017 het boek ‘Gereformeerde hermeneutiek nu’ gelezen. Het is een opmerkelijk boek dat goed  laat zien wat er op het terrein van de uitleg en interpretatie van de Bijbel speelt. Hoe er een echte verandering plaatsvindt. Soms wordt er gezegd dat het allemaal nog gewoon gereformeerd is maar als je goed leest is het echt anders. Dit wil ik hier ook laten zien. Ik dat door me te concentreren op het artikel dat professor de Bruijne in deze bundel geschreven heeft onder de titel: Ethiek en hermeneutiek. Ik wil hem graag recht doen. Daarom vind je van tijd tot tijd uitgebreide citaten uit dit artikel. Je vindt het artikel in de bundel zelf op pag 181-198.

 Professor de Bruijne meent dat als het om de verhouding tussen ethiek en de Bijbel gaat  er een verbeterde visie nodig is. Wie zegt dat er een verbeterde visie nodig is, moet ook duidelijk maken waarom dat nodig is. Laten we eerst eens kijken wat volgens de Bruijne de oude gereformeerde visie is.

Ik geef het in zijn eigen woorden weer. Ook in zijn  eigen woorden vind je daarna wat zijn bezwaar is.

De oude visie: “Een van de oorzaken van deze spanning ligt in de eenzijdige benadering van de relatie tussen Bijbel en ethiek die onder orthodoxe  christenen lang gangbaar was. Volgens die visie vormen de tien geboden de bijbelse basis voor de ethiek. Voetius behandelt de christelijke ethiek zelfs als decalogistiek. ( De Niet 1996, xxxvi.12) Deze decaloog bevat de basiswetten die God in de schepping heeft gelegd. Wil je goed en kwaad vaststellen, dan moet je elk thema onderbrengen bij een van de tien geboden. Via twee hulplijnen kun je daaruit vervolgens conclusies trekken. De eerste bestaat uit het verzamelen en exegetiseren van zo veel mogelijk andere bijbelteksten waarin zo’n thema ook aan de orde is. De Bijbel functioneert dan als een verzameling waarheden (proposities, stellingen). Naast waarheden die zich richten op wat je moet geloven (credenda genoemd) zijn er ook die handelen over wat je moet doen (agenda) (Kuyper 1909, III, 362, 425).  De tweede hulplijn is de bekeerde rede, tertia ratio genoemd. Vaak verwoorden de onderzochte bijbelteksten de ethische norm namelijk niet rechtstreeks. Deze komt pas tevoorschijn nadat teksten geordend zijn via een sluitende redenering. Een klassiek-theologisch-hermeneutische regel zegt:  Niet alleen wat de Bijbel met zoveel woorden zegt, maar ook wat daaruit met gezonde logica kan worden afgeleid, is Gods openbaring (Kuyper jr. 1899, 149). Zo wees men echtscheiding af op grond van het zevende gebod, aangevuld met enkele expliciete bijbelteksten over dat thema. Die bleken ruimte te laten voor twee uitzonderingen (overspel en verlating door een ongelovige). Vervolgens trok men de logische conclusie dat, wanneer verlating door een ongelovige echtscheiding rechtvaardigt, dit ook geldt voor andere situaties waarin iemand eenzijdig door zijn partner verlaten wordt. Met dit bijbelse kader kon mens in beginsel elke praktijkkwestie aan (Douma 1982; Van Dam 1996).”   P. 183

Het is duidelijk uit het vervolg dat de Bruijne het hier niet meer mee eens is. Hij formuleert zijn bezwaar zo: “Toch voldoet die vertrouwde werkwijze niet meer. Alleen al de vergelijking met de ontwikkelingen in de gereformeerde dogmatiek of systematische theologie laat dat zien. Daar bestond vanouds een vergelijkbare ‘bewijsteksten’-benadering. Al sinds Abraham Kuyper en Herman Bavinck veranderde echter de bijbelse onderbouwing van de leer. Men ging meer letten op het geheel van de openbarings- en heilsgeschiedenis. Losse waarheden maakte plaats voor de grote lijn van het werk van de drie-enige God. Dat werk ontwikkelt zich van schepping naar herschepping, met Christus’verlossing als centrum. Die nieuwe benadering maakte de leer minder afhankelijk van (de exegese van) enkele specifieke teksten.  Bovendien kon nu de historische context van die teksten beter uitkomen. Onvermijdelijk leidde dat ook tot vernieuwde dogmatische inzichten. Een vergelijkbare verandering bleef bij de ethiek echter achterwege, al klonk hier en daar een aanzet (Trimp 1986, 12-17, 67-69, 103-105; Schilder 1980). Daarom heeft de gereformeerde ethiek een inhaalslag nodig. Zij kan daarbij leren van anderen die deze verandering al eerder voltrokken. (Bilkes 1997)” p 183,184

 

Reactie:

Bewijsteksten – waarheden

 Ik ga nu niet strijden over zaken uit de geschiedenis. Ook daarover zou nog best wat te schrijven zijn. Laten we het houden bij het leven in de 21e eeuw.

Is het verkeerd als je de Bijbel leest en bij het spreken over  ethische  uit de Bijbel teksten en gedeelten haalt die laten zien hoe de HERE zelf ons leert hoe we hebben te leven? Is het verkeerd om te laten zien vanuit de Bijbel wat goed en verkeerd is? Betekent het gebruik van bewijsteksten dat je de Bijbel alleen als een set waarheden ziet?

Dat laatste is een bewering die niet klopt. Dat zie je al als je er op let hoe de Here Jezus de Schrift,  zoals die er op dat moment is, gebruikt. De Here Jezus is de mens die werkelijk met heel Zijn hart Zijn Vader in de hemel volgt en liefheeft. Hij is het ook die ons als de volmaakte uitlegger laat zien wat de woorden in het Oude Testament betekenen. Hij is God zelf die deze woorden gegeven heeft. Ook de Here Jezus gebruikt teksten uit het Oude Testament om aan de mensen te laten zien, te bewijzen wat Hij zegt. Om de mensen te laten zien dat wat Hij zegt echt het Woord van God is. We zien dat bij de Here Jezus en ook bij Zijn leerlingen die Zijn onderwijs uit de Schrift hebben meegemaakt. Vooral ook in de veertig dagen tussen opstanding en hemelvaart. Het was de Here Jezus van wie we na Zijn opstanding o.a. dit lezen: “ En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van ​Mozes​ en in de Profeten en in de Psalmen. Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zei tegen hen: Zo staat er geschreven en zo moest de ​Christus​ lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en ​vergeving​ van ​zonden​ gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem. En u bent van deze dingen getuigen.” Lukas 24:44-48

Het is niet  zo dat de Here Jezus alleen als het om Zijn leven als Verlosser gaat zich op concrete teksten uit het Oude Testament beroept. Hij doet dat ook als het om ons concrete leven gaat. Ik denk hier aan het punt van de echtscheiding. In Israël was er toen ondanks het verschil van mening tussen bepaalde groepen een heel ruime echtscheidingspraktijk. De Here Jezus maakt duidelijk dat dit niet strookt met Gods bedoeling. Hij beroept zich dan heel concreet op Genesis 2:24. We lezen dat heel duidelijk in Mattheus 19: “En de Farizeeën kwamen naar Hem toe om Hem te verzoeken en zeiden tegen Hem: Is het een man toegestaan zijn vrouw om allerlei redenen te verstoten? En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft,  en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.”

De Here Jezus verwijst hier ook nog naar Genesis 1:27.  Het vervolg van Mattheus 19 laat zien dat de Here Jezus ook antwoord geeft als een ander gedeelte uit Gods Woord genoemd wordt. Hij maakt duidelijk dat met Zijn komst de tijd weer aangebroken is om echt tot Gods werkelijke bedoeling terug te keren. Hij maakt ook duidelijk dat niet de omstandigheden zoals mensen die aanvoelen beslissend kunnen zijn. Dat die het niet zijn die laten zien wat het goede leven is.  De leerlingen zien het namelijk helemaal niet zitten wat de Here Jezus zegt. Toch maakt Christus duidelijk dat zo leven mogelijk is als je bij de HERE, bij de Geest daar de kracht, de vernieuwing van je leven voor zoekt. Hier zie je ook een duidelijke aanwijzing voor het lezen van de Schrift. Wat Christus ons leert is de volmaakte uitleg en daarin hebben wij Zijn navolgers te zijn.  Als we het toch anders willen uitleggen of doen zijn we met een eigenwillige of eigenmachtige uitleg bezig. Zie 2 Petrus 1;19,20.

Hieronder lees je het vervolg van Mattheus 19: “Zij zeiden tegen Hem: Waarom heeft ​Mozes​ dan geboden een echtscheidingsbrief te geven en haar te verstoten?  Hij zei tegen hen: ​Mozes​ heeft vanwege de hardheid van uw ​hart​ u toegestaan uw vrouw te verstoten; maar van het begin af is het zo niet geweest. Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot anders dan om ​hoererij​ en met een ander trouwt, die pleegt ​overspel, en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook ​overspel. Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Als de zaak van de man met de vrouw er zo voor staat, is het beter niet te trouwen. Maar Hij zei tegen hen: Niet allen vatten dit woord, maar alleen zij aan wie het gegeven is. Want er zijn ontmanden die uit de moederschoot zo geboren zijn; en er zijn ontmanden die door de mensen ontmand zijn; en er zijn ontmanden die zichzelf ontmand hebben om het Koninkrijk der hemelen. Wie dit vatten kan, laat die het vatten.” vs 7-12

We zien ook bij de leerlingen van de Here Jezus dat ze vanuit het Oude Testament bewijzen dat de Here Jezus de beloofde Christus is. Het boek Mattheus is er vol van. Steeds weer lees je dat dingen gebeurd of gedaan zijn om zo te vervullen wat er in het Oude Testament stond. Zie bijv: Matt 1;22,23; 2:5,6; 17,18; 3:3; 4;15,16

Je kunt hier ook denken aan de verzoeking van de Here Jezus door de duivel zoals we daarvan lezen in Mattheus 4 en Lukas 4. Het is de Here Jezus die juist vanuit de Schrift, vanuit concrete teksten uit het Oude Testament de duivel beantwoordt en laat zien dat Hij  de HERE alleen op Zijn Woord wil volgen! Heel concreet in Zijn leven.  Dan is het zo dat de Here Jezus deze teksten in het grote verband van heel de Schrift laat spreken terwijl de duivel dan aan tekstenplukkerij doet. De duivel laat Gods Woord  buikspreken. Wat leren we hiervan? Niet om te zeggen we moeten niet naar teksten en gedeelten zoeken die ons concreet in ons leven de weg wijzen. Dat moeten we juist uit liefde en verbondenheid aan de HERE blijven doen. Altijd zo dat we die tekst binnen het verband lezen en zo laten spreken.  We vinden ook in de rest van het Nieuwe Testament dat juist gedeelten uit het Oude Testament gebruikt worden om te laten zien wat de HERE ons te zeggen heeft. Dat mogen we niet verliezen. Het is dan ook veelbetekenend wanneer nu gezegd wordt door prof de Bruijne dat dit niet meer voldoet. Als het nu niet voldoet moet je ook zeggen dat het vroeger niet goed was om het zo te doen! Dat er toen door deze manier van werken verkeerde conclusies getrokken zijn.

Dan is er nog iets anders. Is het zo dat je de Bijbel als niet meer dan een set waarheden ziet als je in de Bijbel vol eerbied en liefde zoekt wat de HERE in Zijn Woord over bepaalde zaken in het leven te zeggen heeft? Dat is een vooronderstelling die in veel gevallen niet deugt. Wat is de Bijbel? Het Woord van God waarin de Geest mij aanspreekt. Waarin ik lees wie de HERE is, wat Hij gedaan heeft, wat Zijn plan is en waarin Hij mij roept om tot Christus te vluchten met mijn leven. Waarin Hij mij en ons allemaal vertelt wat het goede leven is en hoe Hij wil dat we leven. Als ik zo naar de HERE luister is de Bijbel toch geen set van waarheden geworden maar het betrouwbare Woord van mijn God en Verlosser. Ik wil als kind van Vader juist leven naar Zijn wil. De Bijbel is het Woord van levende God. Dan lees ik dat Woord in het geheel van de Schrift om mijn leven vandaag en morgen volgens Gods wil te leven. Wat ik in het artikel van de Bruijne zie gebeuren is dat het concrete spreken van de HERE vervaagt omdat het in het grote geheel komt te staan. Er lijkt alleen plaats te zijn voor een bepaalde grote lijn. In plaats van dat het concrete spreken van de HERE blijft staan en in het geheel juist al meer diepte krijgt. Er komt bij de Bruijne op deze manier te veel ruimte voor eigen invulling en eigen menselijk cultuur die dan in feite de norm die de HERE in Zijn Woord gegeven heeft, kan  veranderen of wegnemen.

 

 Het ethische kader van de apostelen

 Professor de Bruijne pleit voor een verbeterde versie voor een gereformeerde ethiek. Hij meent dat de apostelen ons daarin ook voorgaan in het Nieuwe Testament. Ook dit maakt duidelijk dat het voor hem niet alleen gaat om een verbeterde versie maar dat het ook om een andere versie gaat. Dat de manier waarop tot nu toe in gereformeerde kring gewerkt is in zijn ogen verkeerd is. Belangrijke dingen die hij schrijft over wat de apostelen ons op dit punt leren zijn: “De centrale ethische vraag van de apostelen  kun je weergeven als:  hoe doe je met je leven en met je concrete keuzen recht aan het grote verhaal van Gods werken in Christus (Fil 1:27)? Anders dan in latere christelijke traditie oriënteren zij zich daarbij niet alleen op Gods scheppingswerk of op ‘de natuur’ met haar ingeschapen wetten (Loonstra 1998). Gods werken draaien om Christus. Juist de toekomst van zijn koninkrijk laat zien waar God met ons leven op uit is (O' Donovan 1994). Die toekomstgerichtheid bedoelt echter geen idealisme. De apostelen propageren geen hoog ideaal voor de nog niet bestaande perfecte wereld van straks.  Zij wijzen de weg daarheen aan christenen die nog op reis zijn in de gevallen schepping van nu. In Christus vormen christenen weliswaar  al  ‘de nieuwe mens’, maar zolang Hij nog niet op de wolken verschijnt, ligt deze werkelijkheid nog verborgen in het oude leven van nu (Ef 2;15; Kol 3:4,10). De zogenaamde ‘huistafels’ bewijzen hoezeer de apostelen rekenen met de begrensde mogelijkheden van  het huidige aardse bestaan (Ef 5:22e.v.; Kol 3;18e.v.). Daarom kunnen we de centrale ethisch-hermeneutische vraag zo formuleren: wat is het goede leven dat past bij Gods werken in Christus op weg naar het komende koninkrijk en wat is binnen de marges van de gegeven situatie de optimale stap vooruit in die richting?  Christelijk leven houdt in dat we onder de condities van de oude wereld anticiperen op de levensstijl van het komende koninkrijk (Rom 12:1,2; De Bruijne 2001). P. 184,185    

 

 Reactie:

Alleen het grote verhaal?

Wat mij het meeste in dit gedeelte en ook in het vervolg van het artikel opvalt,  is de nadruk op het grote verhaal.  Het andere dat hier opvalt is dat  de apostelen niet met een hoog ideaal komen. Er zijn van deze twee beweringen goede dingen te zeggen maar het is ook zo dat hier heel belangrijke zaken niet ter sprake komen. Ik noem eerst wat volgens mij positief te duiden is.

  1. Als het gaat over het grote verhaal van God daden, wordt er terecht aandacht gevraagd voor het geheel van Gods werk. Er wordt ook terecht gevraagd naar tijd in de geschiedenis van Gods heil waar we nu staan. We zagen al eerder dat de Here Jezus in Mattheus 19 zegt dat het toestaan van de scheidbrief er een hele tijd was vanwege de hardheid van de harten van Gods volk.   Hij maakt ook duidelijk dat met Zijn komst, met het zo sterk laten zien van Gods liefde en Gods wil in Christus die periode voorbij is. Als het aandacht vragen voor Gods grote verhaal betekent dat we ook afzonderlijke teksten in het geheel van Gods Woord moeten lezen en zo de betekenis daarvan voor ons vandaag moeten ontdekken, ben ik het daar helemaal mee eens. Dat is niet nieuw. Dat is een regel die we onder gereformeerden al heel lang kennen.  We staan ook in een traditie waarin er zo  op ethisch terrein gezocht werd naar wat  Gods wil voor ons concrete leven nu is. Het is echt te kort door de bocht om te zeggen dat de ethische bezinning die onder ons voor de Bruijne heeft plaatsgevonden alleen wilde rekenen met "‘Gods scheppingswerk' of met  ‘de natuur’ met haar ingeschapen wetten”. We hoeven alleen maar te denken aan wat de professoren Douma en Velema op ethisch terrein geschreven hebben om te zien dat dit echt niet klopt. In hun werk was Gods openbaring beslissend!  Als je dit ziet, wordt ook duidelijk dat prof de Bruijne iets anders moet bedoelen als wat ik hier boven schreef. Ik kom daar zo op terug.
  2. De apostelen houden ons geen hoog ideaal voor. Ze staan midden in het leven waarin het op veel punten niet ideaal is. Daar moeten we ook als christenen mee leren omgaan. Wanneer het er om gaat dat de apostelen en ook de Here Jezus ons geen ideaal leven op deze aarde voor Christus wederkomst beloven, ben ik het er helemaal mee eens. Dat betekent ook dat we in ons eigen leven altijd weer met zwakheid en verkeerde verlangens moeten omgaan. Het is ook zo dat de omstandigheden ons meerdere keren tegen een muur laten lopen waardoor er ook compromissen gesloten moeten worden. De grote vraag is of dit de norm en ook het echte goede leven is.   Een heel belangrijk punt is wat er bedoeld wordt met de woorden:  “wat binnen de marges van de gegeven situatie de optimale stap vooruit in die richting is”? Betekent dit dat we niet in het oog houden wat goed en verkeerd is? Blijven we zonden  zonde noemen of komt er een aanpassing van de norm omdat de culturele situatie nu eenmaal zo anders is? Omdat de grote meerderheid in de samenleving een bepaalde norm als heel negatief opvat. Denk bijvoorbeeld aan de discussies rond homoseksualiteit en vrouw in het ambt. Het is goed en nodig om te zien dat we zelf niet ideaal zijn, ook niet als kerk en als gelovigen. Het is goed om te zien dat er veel gebrokenheid is. Daarvoor moet in de ethische bezinning ook aandacht en plaats zijn.

Dan kom ik nu bij de punten waar ik problemen heb met een ethiek die alleen op het grote verhaal gegrond zou zijn.

 

  1.    Kun je  het grote verhaal losmaken van concrete geboden die de HERE geeft? Is het zo dat wat de HERE concreet op verschillende terreinen van het leven voorschrijft, los gemaakt kan worden van het grote verhaal? Het is heel mooi als er gezegd wordt dat het gaat om het grote verhaal van Christus maar we moeten wel bedenken dat dit verhaal staat in het grote geheel dat de HERE de Drie-enige God is. Dat Hij ons vertelt van Zichzelf en van Zijn werk in schepping, verlossing en herschepping. Het gaat ook in het christelijke leven om het leven met de Drie-enige God die ons laat zien en horen wat het goede leven is. Volgens Zijn bedoeling en dan ook pas echt goed.

Dat grote verhaal mogen wij niet vergeten als we het hebben over het verhaal van Christus. Dat zie je ook in het leven van Christus zelf.  Het zijn de Farizeeën en Schriftgeleerden die Hem er van beschuldigen dat Hij zich niet aan de geboden van de HERE zou houden. Hij zou de mensen leren dat ze niet volgens de door God gegeven geboden zouden hoeven te leven. Dan komt er van onze Here dit duidelijke antwoord: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Als uw ​gerechtigheid​ niet overvloediger is dan die van de ​Schriftgeleerden​ en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.” Matt 5:17-20.

We lezen in het vervolg hoe de Here Jezus de diepte van Gods geboden aan ons laat zien en ons oproept om juist zo volgens de geboden van onze hemelse Vader te leven. Gods geboden en het grote verhaal van de Drie-enige God horen bij elkaar. Ook in de geboden leer je de HERE kennen. Ze dragen het kenmerk van Hem. Christus wil niets anders dan volgens die geboden van God, waarin ook Zijn hart ligt,  leven. Hij geeft ons juist in Zijn eigen leven op aarde  het voorbeeld om ook zo te gaan leven. De Here Jezus en ook de apostelen zijn niet negatief over Gods wet en Zijn geboden.  Een prachtig voorbeeld bij Paulus is dat hij  voor iedereen met eigen gewoonten zich wil aanpassen maar zich overal helemaal aan Gods wet wil houden. De regels die de HERE voor Israël gegeven had maar die met Christus komst hun tijd hebben gehad,  hoeven de christenen niet meer te houden. Ze hoeven geen Israëlieten te worden maar wel mensen die volgens Gods blijvende geboden willen leven.  We lezen dat in 1 Korinthe 9 zo: “Want hoewel ik vrij ben van allen, heb ik mijzelf toch voor allen tot ​slaaf​ gemaakt om meer mensen te winnen. En ik ben voor de ​Joden​ geworden als een ​Jood, om ​Joden​ te winnen. Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen. Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van ​Christus​ – om hen te winnen die zonder de wet zijn.” vs 19-21

Ook in de gereformeerde Belijdenisgeschriften zie je dat de concrete geboden niet tegenover het grote verhaal worden gezet. Het grote verhaal vervaagt niet het concrete leven volgens de concrete geboden van God. Heel duidelijk wordt dat bijvoorbeeld in Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus. De geboden en het scherp preken van Gods geboden staan daar juist in verband met het steeds bewust leven met Christus als onze Verlosser en Heer.

Dat het in het christelijke, goede leven gaat om een leven volgens Gods wil en daarom volgens zijn geboden belijden we in Zondag 44 zo:

“Vraag 113: Wat eist God in het tiende gebod?

Antwoord: Dat zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, in ons hart nooit meer mag komen, maar dat wij altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben.

Vraag 114: Maar kunnen zij die tot God bekeerd zijn, deze geboden volbrengen?

Antwoord: Nee, want zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven.

Vraag 115: Waarom laat God ons de tien geboden dan zo scherp prediken, als toch niemand ze in dit leven volbrengen kan?

Antwoord: Ten eerste wil God, dat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken.
Ten tweede dat wij zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken.”

Wat is er opvallend als we dit lezen in verband met het onderwerp waarover  we het nu hebben? Ik noem drie dingen:

  1. Gods gegeven geboden zijn de norm voor ons leven. Niet alleen voor vroeger maar ook nu. Duidelijke normen voor alle tijden. Het gaat hier ook om de concrete geboden.

b.Er wordt heel duidelijk aandacht gevraagd voor de omstandigheden waarin we leven. Wij komen ook als gelovigen niet tot het ideale leven. De hoofdoorzaak daarvoor is ons eigen zondige hart. Toch doet dit niets van de goede norm van Gods geboden af. Christenen kijken juist uit liefde voor de HERE steeds weer in de spiegel van Gods wet. Ze kijken er in om er steeds weer naar te willen leven. Er wordt niets van de norm afgedaan al doet dat soms heel erg zeer en is het in de cultuur waarin je leeft heel vreemd. Zo vreemd zelfs dat in de tijd van het Romeinse rijk christenen zelfs vijanden van de mensheid werden genoemd.

c.De geboden van God houden ons de goede spiegel voor en brengen wie in liefde voor de HERE willen leven  weer bij Christus als onze Verlosser en bij de Geest die ons elke dag moet leren om volgens de wil van de hemelse Vader, zoals die in Zijn geboden tot ons komt, te willen leven.   

Dit lijken me heel belangrijke elementen voor een goede visie op de ethiek.  Gods concrete geboden komen niet in mindering op het grote verhaal omdat de HERE zelf in de geboden tot ons spreekt. Het is ook daarom dat een goede visie op ethiek ook aandacht vraagt voor de gehoorzaamheid aan God. Dat we gehoor geven aan de stem van de Goede Herder die de schapen de goede weg wijst. Over dat laatste nu nog iets.

 

  1. Gehoorzaamheid aan Gods concrete geboden heeft alles te maken met het grote verhaal van wie God is. Dat betekent ook dat er bij het in liefde voor de HERE leven sprake is van gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid die ook laat zien dat iemand zich in vertrouwen aan God toevertrouwt. Ook als het allemaal heel onlogisch lijkt. Ook als het lijkt alsof het niet bij de omstandigheden past. We hebben in het eerste artikel  al zo’n voorbeeld in Mattheus 19 gezien. Een ander voorbeeld waar je ziet dat Gods concrete gebod  beslissend is, is wat er met koning Saul gebeurd. Ik noem twee momenten uit het leven van Saul.                                                                                                                                                                                        a.Saul is in 1 Sam 13 met zijn leger in een heel moeilijke situatie. Hij moet op Samuël wachten tot hij met zijn leger ten strijde kan trekken. Het leger wil eigenlijk niet wachten want de situatie wordt alleen maar moeilijker. Als Samuël er dan nog niet is op het moment dat hij ongeveer zou komen, dreigen veel soldaten weg te lopen. Dan besluit Saul om  de offers al te gaan brengen zonder dat Samuël er is. Vanuit de omstandigheden was dit heel logisch. Toch is het de HERE die Saul hierover heel duidelijk bestraft.  Luister maar: “En ​Samuel​ zei: Wat hebt u gedaan? Toen zei ​Saul: Omdat ik zag dat het volk zich begon te verspreiden, bij mij vandaan, en omdat ú niet op de vastgestelde tijd kwam, en de Filistijnen in Michmas verzameld zijn, zei ik bij mijzelf: Nu zullen de Filistijnen op mij afkomen in Gilgal, en ik heb niet getracht het aangezicht van de HEERE gunstig te stemmen. Daarom heb ik mijzelf gedwongen om het ​brandoffer​ te brengen. Maar ​Samuel​ zei tegen ​Saul: U hebt dwaas gehandeld. U hebt het gebod van de HEERE, uw God, dat Hij u geboden heeft, niet in acht genomen.” vs  11-13                  b. Het tweede voorbeeld vinden we in 1 Sam 15. Saul krijgt de opdracht om de Amalekieten  als Gods vijanden te doden en ook hun bezit te vernietigen. Saul behaalt de overwinning maar hij spaart bepaalde belangrijke mensen en spaart het vee om die als buit  mee te nemen. Ook hier lijken dingen weer heel logisch vanuit menselijk standpunt. Toch is Gods reactie hierop door Samuël dit: “ Heeft de HEERE evenveel behagen in ​brandoffers​ en slachtoffers als in het gehoorzamen aan de stem van de HEERE? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen.  Want ​opstandigheid​ is een ​zonde​ van ​waarzeggerij, en tegenstreven is ​afgoderij​ en beeldendienst. Omdat u het woord van de HEERE verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat u geen ​koning​ meer zult zijn.” vs 23,24

We zien hier heel duidelijk dat het grote verhaal dat wij zien geen verandering in Gods concrete geboden aan ons geeft.  Het is ook niet zo dat gehoorzaamheid aan Gods geboden alleen iets is van het Oude Testament.  We zagen al dat de Here Jezus zelf heel duidelijk maakt dat Hij niet gekomen is om Gods geboden af te schaffen of buiten werking te stellen. Hiermee in het verlengde staat wat we ook verder in het Nieuwe Testament lezen.                                                                                             a. De Here Jezus zegt als Hij Zijn kerk de opdracht geeft om het evangelie aan alle volken te verkondigen ook dit: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de ​Heilige​ Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.” Matt 28:19                                                                                                                                   b. Als het om de apostelen gaat, zien we het onderwijs dat duidelijk maakt dat in liefde met de Here leven ook betekent dat je gehoorzaam aan de HERE wilt zijn in je hele leven. Zo lezen we in de brief aan de Romeinen dit:

“Door Hem hebben wij ​genade​ en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam,  waartoe ook u behoort, geroepenen van ​Jezus​ ​Christus. ……… Maar God zij dank: u was wel ​slaaf​ van de ​zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. En, vrijgemaakt van de ​zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de ​gerechtigheid. Ik spreek op menselijke wijze vanwege de zwakheid van uw vlees. Want zoals u uw leden beschikbaar gesteld hebt ten dienste van de ​onreinheid​ en van de ene ​wetteloosheid​ tot de andere ​wetteloosheid, stel zo nu uw leden beschikbaar ten dienste van de ​gerechtigheid, tot ​heiliging.” Rom 1:5,6 ……. 6:17-19

Gods geboden en de gehoorzaamheid in geloof aan die geboden omdat het de goede wil van God is, moeten vertrekpunt zijn bij een gereformeerde ethiek. Wat prof de Bruijne schrijft laat alles heel vaag zijn. Het krijgt ook de kleur dat hij de concrete geboden en de gehoorzaamheid niet de plaats geeft die het zou moeten krijgen. Doordat hij zich tegenover de eerdere gereformeerde ethiek opstelt. Ik kan wat hij hier schrijft niet zien als een verbetering maar als een vervaging. Een achteruitgang.

De spannende vraag is natuurlijk wel:  wat is nu het concrete gebod van God voor ons vandaag in de wereld van 2017?

 

 Hoe gaan we met het onderwijs van de Geest in de Schrift om?

 

 Professor de Bruijne brengt naar voren dat in de Bergrede het hart van het ethische onderwijs voor ons klinkt. Naar aanleiding daarvan schrijft hij het volgende:

“Wanneer de Bergrede centraal staat, wordt daarmee tegelijk Mozes’ Thora een onmisbare bron van christelijk-ethische hermeneutiek. Anders dan Mozes presenteert Jezus namelijk geen uitgewerkt totaaloverzicht van het goede leven. Met zijn zaligsprekingen en een reeks opvallende instructies trekt Hij alleen een hoofdlijn. De samenvatting daarvan is zijn uitspraak: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (Matt 5:48). Wie de Thora niet kent, kan Jezus ethische onderwijs echter niet volgen. Hij ‘vertaalt ’deze vroegere kenbron van het goede leven naar de nieuwe context van zijn naderende koninkrijk. Daarbij gaat Hij slechts op enkele  regels uit Mozes’  Thora in,  met een correctie of met een verdieping. Bij enkele brandende kwesties uit zijn dagen (bijv. de eed) doet Hij voor welke consequenties de Thora heeft in de nieuwe context  van zijn koninkrijk. Wij zouden zijn bedoeling misverstaan wanneer wij die uitwerking nu voortaan zouden behandelen als een nieuwe afgeronde codex. De bedoeling is juist dat wij in eigen verantwoordelijkheid op diezelfde weg verder gaan. Daarbij blijft Mozes’ wet dus onmisbaar als startpunt. Steeds moeten wij vragen op welke manier een passage uit Mozes’ Thora ons als christelijke pelgrims zou kunnen helpen om Gods wil concreet te maken in de nieuwe context van het koninkrijk. Daarbij gaat het om de hele Thora en niet alleen om de wetten daarin. In die breedte zien wij de apostelen dan ook regelmatig voortborduren op Mozes’  Thora (vgl. bijv 1 Kor 10:1-13).” P. 186

 

Positief:

  1. Het is positief dat de Bergrede niet losgemaakt wordt van het Oude Testament en ook niet van de rest van de Bijbel.
  2. Het is ook positief dat duidelijk gemaakt wordt dat het bij de ethische bezinning vandaag niet alleen om de wetten en regels gaat die we in de Schrift vinden maar om het hele spreken van God door de Schrift. Ook waar ons verteld wordt wat de grote daden van God in de geschiedenis zijn. Hoe Hij de geschiedenis leidt, daarin handelt en ons ook vertelt hoe het in de toekomst zal gaan.

 

Kritisch:  

Toch blijven bij mij o.a. de volgende belangrijke punten van kritiek over:

 

  1. Thora als startpunt

De Thora wordt een startpunt genoemd. Dit terwijl de Here Jezus juist in het begin van de Bergrede duidelijk maakt dat wat we lezen in het Oude Testament voor Hem veel meer is.  Hierbij is heel belangrijk wat we lezen in Mattheus 5:17-20:

“Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.  Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is. Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Als uw ​gerechtigheid​ niet overvloediger is dan die van de ​Schriftgeleerden​ en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.”

Je komt er niet door te zeggen dat we in eigen verantwoordelijkheid de lijn moeten doortrekken vanuit de Thora. Dit terwijl bij de Bruijne de binding aan wat de Geest in het Oude Testament zegt toch eigenlijk vaag is. Ook dit hoop ik in een positieve publicatie volgend jaar verder uit te werken. Van groot belang is wat de Here Jezus nu duidelijk maakt als het om het vervullen van het Oude Testament gaat. Daarom hieronder enkele opmerkingen daarover.

Het woord vervullen kan meerdere betekenissen hebben. Als je naar de betekenis van een woord zoekt, is het verband waarin het staat heel erg belangrijk. De betekenissen die in verband met Matt 5:17 het meest genoemd worden, zijn de volgende:

  1. Jezus is gekomen om de openbaring te voltooien of om de diepste bedoeling van de wet aan te wijzen.
  2. Jezus is gekomen om de wet uit te voeren en te houden.
  3. Jezus is gekomen om wet en profeten te handhaven
  4. Jezus is gekomen om wet en profeten vol te maken.

De eerste drie betekenissen zeggen te weinig in het verband waarin de Here Jezus in Mattheus 5 het woord vervullen gebruikt.

Als we naar het woord vervullen kijken, is het belangrijk dat in de hoofdstukken voor Mattheus 5 hetzelfde woord gebruikt is om op de vervulling van de profetieën in Jezus leven te wijzen. De Here Jezus noemt zelf in vers 17 de profeten. Hij heeft de profeten niet ongeldig verklaard. Hij laat in Zijn leven, in de dingen die Hij doet en leert zien dat Hij uitvoert wat de profeten van Hem gezegd hebben. Hij laat ook zien dat er nog dingen zijn die Hij moet doen die al door de profeten gezegd zijn. Hij zal in zijn hele optreden de profeten vol maken. Hij doet dat niet alleen tijdens Zijn leven op aarde. Hij gaat daarmee verder tot de dag dat Hij op de wolken naar de aarde terugkeert. Na Zijn hemelvaart is Hij nog de Verlosser die bezig is om tot het laatste titteltje (een van de kleinste leestekens in die tijd)  de wet en de profeten te vervullen.

 

Het woord vervullen wijst niet alleen op de vervulling van profetieën. De Here Jezus is ook gekomen om de wet te vervullen. Hierbij mogen we niets van de eerste vijf boeken van het Oude Testament uitsluiten. Het is belangrijk om te zien dat vervullen tegenover ontbinden staat. Belangrijk is ook om op het tijdstip te letten wanneer de Here Jezus dit zegt.  Dat is voordat Hij tot de dood toe lijdt, voordat Hij als vervulling van de offerdienst in de tempel aan het kruis het offer als het Lam van God brengt. De Here Jezus bindt het volk dan ook op dat moment nog aan alle ceremoniële wetten in het Oude Testament. Hij verklaart die wetten op dat ogenblik niet ongeldig. Hij handhaaft  ook dan nog  die wetten en laat in Zijn leven zien dat Hij zich daaraan houdt.

Toch zeggen we te weinig als we duidelijk maken  dat de Here Jezus de wet en de profeten alleen handhaaft. Wij mogen niet bij het ogenblik blijven staan waarop de Here Jezus deze woorden uitgesproken heeft. De Here Jezus is namelijk gekomen om iets te doen. Hij is terwijl Hij in Matt 5 spreekt  bezig om dat uit te voeren. De vervulling van de wet door de  Here Jezus moeten we dan ook in het licht van die heilsgeschiedenis zien. We moeten dat zien in het licht van het werk dat de Here Jezus ook verder gedaan heeft.

 

De Here Jezus heeft in Zijn leven en Zijn onderwijs de diepte van Gods wil duidelijk voor ons aangewezen. Hij heeft bepaalde delen van de wet zo vervuld dat die delen van Gods wet niet meer op dezelfde manier door ons uitgevoerd mogen worden. Niet meer zoals de Joden in het Oude Testament het deden. Dat is ook wat wij in art 25 van de NGB belijden: “Wij geloven dat de schaduwachtige eredienst van het oude verbond en de gebruiken die door de wet waren voorgeschreven, met de komst van Christus hebben afgedaan en dat zo aan al deze schaduwen een einde is gekomen. Daarom moeten de christenen die niet langer handhaven. Toch blijft voor ons de waarheid en de inhoud ervan in Christus Jezus, in wie ze hun vervulling hebben.”

 

De vervulling door Christus  van de schaduwachtige eredienst en de gebruiken van de wet betekent dat de uitvoering van die wetten voor ons afgeschaft is. Als we die nu nog zo zouden willen uitvoeren, schatten we de komst van Christus niet op waarde.  Toch heeft de inhoud van die wetten voor ons nog steeds betekenis. Het is goed om naar de betekenis van die wetten te zoeken om Christus en Zijn werk beter en dieper te kennen. Om de HERE beter te leren kennen. Ook daarin vind je Gods wijsheid voor ons leven van elke dag. Als voorbeeld daarvan haal ik nu Lev 10:8-11 naar voren.

We lezen daar: “De HERE sprak tot Aaron: “De HEERE sprak tot Aäron:  Wijn​ en sterkedrank mag u niet drinken, u niet en uw zonen met u ook niet, als u de ​tent​ van ontmoeting binnenkomt, opdat u niet sterft – het is een eeuwige verordening, al uw generaties door – zowel om onderscheid te kunnen maken tussen het ​heilige​ en het onheilige, tussen het onreine en het reine, als om de Israëlieten in al de verordeningen te kunnen onderwijzen die de HEERE door de dienst van ​Mozes tot hen gesproken heeft.”

Dit was een voorschrift voor de priesters. Vandaag zijn er geen priesters meer en is er ook geen tabernakel of tempel meer. De wijsheid die de HERE ons hier ook vandaag en morgen voor  ons leven  leert,  is dat wanneer iemand een verantwoordelijk werk moet doen, zijn verstand niet door wijn of sterke drank beïnvloed moet zijn. Onder het werk geen bier, wijn of sterke drank.  ’n Mens moet volledig verantwoordelijk zijn werk kunnen doen.

De wetten die geen schaduw van Christus zijn, die niet specifiek voor het volksbestaan van Israël bedoeld waren, zijn voor ons nog op een andere manier van belang. Christus heeft die geboden van God vervuld door in volkomen liefde daaraan gehoorzaam te zijn. Het is niet zo dat die ethische leefregels van de HERE daardoor voor ons afgeschaft zijn. Wij belijden daarvan in de NGB art 25: “Wel maken wij nog gebruik van de getuigenissen uit de wet en de profeten, om ons in het Evangelie te bevestigen en ook om overeenkomstig Gods wil ons leven in alle eerbaarheid in te richten tot zijn eer.”

Deze dingen maken duidelijk dat de Thora voor ons meer dan een startpunt is. We moeten ontdekken in geboden die in een heel andere situatie gegeven zijn wat Gods gedachte daarachter is. Om zo’n gebod dan in ons leven ook in onze situatie een plaats te geven.  Dan is zo’n gebod veel meer dan een startpunt. Dan kan het zeker niet zo zijn dat we in onze tijd het tegenoverstelde kunnen doen.   

 

  1. Er is een duidelijk gevaar in het zelf  formuleren van een bepaalde rode draad

 Vaak is als rode draad in de Schrift de liefde genoemd. Nu wordt het het  Koninkrijk en de stijl van het Koninkrijk genoemd.   We moeten in eigen verantwoordelijkheid verder met het in rekening brengen van wat Mozes, Jezus en de apostelen ons leren, schrijft de Bruijne. Maar dan wel in eigen verantwoordelijkheid in de nieuwe context van het Koninkrijk. Juist hier komt er veel onduidelijkheid en ook een ruimte die we elkaar volgens mij niet moeten geven. Een ruimte waarin we onze eigen keuzes kunnen maken die er zelfs toe zouden kunnen leiden dat we tegen de Schrift in andere keuzes gaan maken dan de Geest ons  in de Schrift leert. Zelfs zo dat prof de Bruijne op het congres over deze bundel kan zeggen dat het keuzes worden die Paulus zich nooit had kunnen indenken. Waarbij hij dan de voorbeelden van vrouw in het ambt en homoseksualiteit noemt. Op deze voorbeelden en hoe de Bruijne dat beredeneert, ga ik verderop in dit artikel in.

Een van de redeneringen die over het koninkrijk en de stijl van het Koninkrijk gaan,  is dan bijvoorbeeld dat vrouw in het ambt goed is omdat  straks in Gods Koninkrijk mannen en vrouwen helemaal gelijk zijn en samen priesters en koningen in dienst van de HERE zullen zijn.

Het klinkt op een manier goed maar is dat nu een goede norm voor ons ethisch denken vandaag?  Ik zeg hier tegen overtuigd nee. O.a. om de volgende redenen:

  1. Het gevaar is groot dat we vanuit eigen tijdgeest gaan invullen hoe het ideale Koninkrijk er gaat uitzien.
  2.   We mogen nu niet vooruit grijpen op het koninkrijk na Christus terugkeer. Als we dat zouden doen, kun je ook zeggen dat we afzien van huwelijk, seksualiteit en eten. Dan zou je ook moeten zeggen dat ieder in de kerk ambtsdrager moet kunnen zijn. Dan zou niet alleen de grens van man en vrouw wegvallen maar ook alle andere voorwaarden die we in 1 Tim 3 en Titus 1 lezen. Want elke gelovige is op de nieuwe aarde volmaakt.  De Geest geeft ons in de Schrift de aanwijzingen hoe we hebben te leven op de wereld waarin de macht en de aantrekkingskracht van de zonden nog een werkelijkheid zijn. Waarvan de Geest ook zegt dat het er in de laatste periode van de geschiedenis (de laatste dagen, de periode van Christus hemelvaart tot zijn terugkeer) niet beter op zal worden. Zie bijvoorbeeld 1 Tim 4.  Er is vanuit de Schrift geen enkele grond om te denken dat de Geest ons in deze tijd door de tijdgeest de goede kant uitstuurt. Dat brengt mij ook bij een ander punt. Dat is dat de apostelen de normen van hun tijd overnemen. Juist als ze allerlei deugden opnoemen. We moeten niet vergeten dat als er algemene deugden opgenoemd worden (zoals bijv in 2 Petrus 1) deze altijd hun invulling krijgen vanuit de Schrift. Vanuit wat de Schrift zegt over  liefde, fijngevoeligheid, kennis, zelfbeheersing enz. Let er ook op dat deze dingen heel belangrijk zijn als deel van de vrucht van de Geest. Zie Galaten 5.  Ze krijgen hun invulling vanuit spreken van de Geest in de Schrift. Dan is er gelukkig ook nog veel wat we met ongelovigen delen omdat Gods werken zo overweldigend naar ons toekomen. Toch is dat nooit iets dat tegen Gods gegeven Woord ingaat. Wat onder de naam van deugden tegen Gods Woord ingaat,  moeten we juist als verkeerd en zonde aanmerken.

      

Een groot gevaar van de zogenaamde verbeterde versie van de Bruijne is volgens mij dat de stijl van het Koninkrijk zich losmaakt van het Woord van de Koning en daardoor in werkelijkheid een andere stijl wordt. De stijl van het Koninkrijk dreigt niet meer het Woord van de Koning als beslissende vormer van de stijl van het Koninkrijk op deze wereld te eerbiedigen. Onze creativiteit en onze verantwoordelijkheid zou er zelfs toe kunnen leiden dat we het tegenovergestelde gaan doen van wat de Geest, van wat Christus ons in Gods Woord leert. In het laatste bedrijf van de geschiedenis dat we zelf zouden moeten schrijven, is dan niet meer het gegeven Woord van de Koning in alles beslissend. Beslissend wordt dan de stijl van het Koninkrijk dat we zelf aan het bouwen zijn. We moeten ons afvragen of zo’n koninkrijk wel past bij de stijl en het Koninkrijk van de echte Koning. De Drie-enige God.  

 

 

Eigen beeld

Wat betekent de nieuwe visie van prof de Bruijne in de praktijk? Hij laat dat aan het einde van het artikel zien. Hij heeft dat nog meer uitgewerkt in de lezing die hij op  het congres in Kampen naar aanleiding van het boek gehouden heeft. Je kunt deze lezing vinden op:   https://www.pepredikanten.nl/2017/10/10/mv-ambt-en-homoseksualiteit-worstelen-gereformeerde-hermeneutiek/

We zien hier hoe de visie van de Bruijne op de zelf geformuleerde lijn in de Bijbel beslissend wordt. Zo beslissend dat de Schrift niet meer ons in de concrete keuzes vormt maar onze eigen geformuleerde lijn vormend is. Als ik dit zo schrijf is de kans groot dat daartegenin gebracht wordt dat we allemaal met ons eigen beeld en onze eigen gedachten bezig zijn. Dat in onze eigen keuzes juist onze eigen rode draad in ons hoofd ook een heel belangrijke rol speelt. Daarvoor zou in de geschiedenis te weinig oog zijn geweest en daarom zou er juist een verbeterde visie nodig zijn.

Ik verschil niet van mening met de Bruijne dat we ons altijd bewust moeten zijn van ons eigen beeld. Als ik terugdenk aan de tijd dat zowel dr de Bruijne als ik in Kampen onderwijs kregen, weet ik nog heel goed hoe ons verteld werd dat we ons van dat eigen beeld heel bewust moesten zijn. Dat we bij het exegetiseren en het maken van preken en artikelen daar heel bewust mee om moesten gaan. Er ook alles aan doen om echt naar de Bijbel te luisteren. Om er alles aan te doen om de wereld van de tekst zo goed en grondig mogelijk in het oog te hebben om tot een verantwoorde uitleg en toepassing te komen.  Daarbij kwam naar voren dat je in de eerste plaats kritisch naar je eigen beeld en vooroordelen moest kijken. Dat heb ik als iets heel kostbaars vanuit onze opleiding in Kampen toen meegenomen.  Daarin zit dus het verschil tussen mij de de Bruijne niet. Het is ook niet zo dat dit nu het nieuwe van de nieuwe hermeneutiek is. Dit is ons ook in de tijd dat de nieuwe hermeneutiek niet leidend was in Kampen en zelfs bestreden werd  al geleerd. Het kreeg niet altijd de naam hermeneutiek maar dat is toch niet waar het om draait in het leven en ook niet in de kerk en de theologie.

 

Praktijk

Maar nu naar de praktijk. Eerst wat de Bruijne schrijft over vrouw in het ambt.  Ik geef weer een uitgebreid citaat: “De totaalboodschap van de Bijbel formuleer ik zo: God leidt zijn gevallen schepping in Christus naar de transformatie in zijn koninkrijk. Daarom benader ik man en vrouw en homoseksualiteit niet alleen vanuit de oorspronkelijke scheppingsorde. Die kennen we ook alleen maar in haar gevallen gedaante. Er ligt een toekomst voor ons waarin huwelijk en seksualiteit vervuld zijn in de band met Christus, in zijn lichaam. De orde van de gevallen schepping kent een nadrukkelijk onderscheid  tussen man en vrouw, waarbij de man leiding geeft. In het komende koninkrijk staan allen gelijk onder Christus. Daar verliest dit aspect van het onderscheid tussen man en vrouw zijn functie.

In dat licht herken ik de voortdurende beweging richting gelijkheid in de Bijbel. Maar ook begrijp ik waarom de apostelen waarschuwen dat we niet uit naam van het komende koninkrijk die orde voor een gevallen schepping mogen destabiliseren en zo het evangelie in opspraak brengen. Daarbij past ook Paulus’ beroep op schepping en zondeval om af te weren dat vrouwen publiek leidinggevend optreden. Voor mensen toen, ook voor de apostelen zelf, was een ordelijke aardse samenleving ondenkbaar als dat zou anders zou gaan. Maar wij weten op dit punt meer dan Paulus. Publiek leidinggeven door vrouwen neemt de orde van de gevallen wereld niet automatisch weg.

De Westerse ontwikkeling naar gelijkheid herken ik als een maatschappelijke vrucht van de Christelijke traditie, die voor Paulus nog onvoorstelbaar was. Tegelijk besef ik dat onze cultuur het natuurlijk onderscheid tussen man vrouw helemaal wil doorbreken en los van Christus eigenmachtig zelf een nieuwe orde creëert.

Ook vandaag blijft het apostolische evenwicht nodig tussen vooruitgrijpen op het nieuwe én respecteren van de oorspronkelijke orde. Maar vandaag kan dat evenwicht zonder schade anders uitvallen. Publiek leidinggevende posities van vrouwen passen juist als stap op weg naar het koninkrijk, waar we allemaal met Christus zullen regeren. Hen die onthouden legt juist in een postchristelijkecultuur een onnodig struikelblok. Tegelijk wordt de uitdaging voor ons om tegen de eigenmachtigheid van onze cultuur in het onderscheid tussen mannen en vrouwen op andere manieren creatief te blijven uitdrukken, al zou het alleen maar in de kleding zijn.”

 

Hier blijkt de Bruijne uit te komen bij de vrouw in het ambt omdat hij zijn eigen totaalboodschap heeft geformuleerd. Bij die totaalboodschap valt o.a. de door God gegeven orde in de schepping weg. Daarmee heb ik geen probleem als het daarbij gaat om een door ons geconcludeerde orde die we niet in Gods eigen Woord tegenkomen. Dan hebben we zo duidelijk met eigen menselijke interpretatie te maken dat je die niet het gezag van Gods Woord kan geven. Het wordt toch wel heel anders als het om een orde gaat die in de Schrift zelf wordt aangewezen. Zoals bijvoorbeeld door de Here Jezus in Mattheus 19 en door Paulus in 1 Timotheus 2.  In dit kader is het ook heel vreemd dat gezegd wordt dat het onderscheid tussen vrouw en man zou stammen van na de zondeval. Terwijl de Geest ons o.a. in 1 Tim 2 aanwijst dat het daarbij ook gaat om een onderscheid dat de HERE bij schepping gegeven heeft! Dat kun je alleen wegpoetsen als je van Paulus en andere Bijbelschrijvers een soort theologen maakt. Mensen die terwijl ze de Bijbel schreven toch niet echt het Woord van God neerschreven maar hun eigen theologie naar hun beste weten.  De nieuwe hermeneutiek die gehanteerd wordt,  lijkt daarvoor de mogelijkheid te geven. Dat is een van de belangrijkste redenen om deze hermeneutiek te verwerpen en ook deze zogenaamd verbeterde visie. Dat komt wel heel duidelijk uit in de volgende zinnen van de Bruijne: “In dat licht herken ik de voortdurende beweging richting gelijkheid in de Bijbel. Maar ook begrijp ik waarom de apostelen waarschuwen dat we niet uit naam van het komende koninkrijk die orde voor een gevallen schepping mogen destabiliseren en zo het evangelie in opspraak brengen. Daarbij past ook Paulus’ beroep op schepping en zondeval om af te weren dat vrouwen publiek leidinggevend optreden. Voor mensen toen, ook voor de apostelen zelf, was een ordelijke aardse samenleving ondenkbaar als dat zou anders zou gaan. Maar wij weten op dit punt meer dan Paulus. Publiek leidinggeven door vrouwen neemt de orde van de gevallen wereld niet automatisch weg.”

Ik lees hier ook nog een interne tegenstijdigheid.  Aan de ene kant wordt er gezegd dat apostelen zo schrijven dat er niet vooruit gegrepen gaat worden omdat dit zo tegen de bestaande orde zou zijn dat het evangelie geen ingang zou kunnen vinden. Aan de andere kant wordt gezegd dat de apostelen, bijvoorbeeld Paulus,  zichzelf dat op geen manier konden voorstellen. Zij bedoelden dus wat ze schreven. Volgens mij en de nog veel belangrijker volgens de Schrift omdat de Geest hen dit liet zeggen. Het zijn de woorden van de Geest zelf door Paulus en de andere apostelen opgeschreven. Het is niet de samenleving van toen die de doorslag geeft in wat we in de Bijbel lezen maar de stem van de Goede Herder die vanuit de Schrift tot ons komt!  Dan kunnen wij op meerdere punten meer weten dan Paulus die de Geest riep om bepaalde Bijbelboeken te schrijven maar dan weten we het nooit beter dan wat Hij door de Geest geleid daar schrijft.

Dit heeft ook alles te maken met de beweging waarover de Bruijne schrijft. De beweging van de cultuur.  Hij meent in de cultuur te zien dat we al meer op weg gaan naar gelijkheid. Dat is volgens hem een vrucht van de christelijke cultuur.  Dat zou de werking van de Geest zijn die dan verder voltooit wat in beginsel al in de Schrift te vinden is. Dit is wel een heel gewaagde onderneming. Dat gelijkwaardigheid tussen man en vrouw door de Geest geleerd wordt in de Schrift is buiten kijf.  Maar gelijkwaardigheid is nog niet hetzelfde als dat we allemaal dezelfde taak op aarde hebben. De cultuur zou ons een weg wijzen die voor iemand als Paulus niet voorstelbaar zou zijn. Je ziet hier weer dat  een zelf gekozen kerninhoud van de Bijbel gaat heersen over het concrete spreken van de Geest in de Schrift. Dat is mijn grote bezwaar dat steeds weer terugkomt. Wij onderwerpen zo wat de Geest zegt aan onze formulering van de kerninhoud en het doel van Gods spreken. Terwijl het zo zou moeten zijn dat als Gods concrete spreken met ons idee van de kerninhoud strijdt we ons idee hebben aan te passen.   Hierbij komt ook nog dat de cultuur wel heel positief wordt gewaardeerd. Bedenk daarbij dat in andere delen van de wereld waar ook eeuwenlang er een door het christendom gedomineerde cultuur was er heel anders over gedacht wordt.  Onze Westerse cultuur krijgt hiermee wel een heel bijzondere plaats. Het zou goed zijn om hermeneutisch ook eens te kijken welke voorveronderstellingen hierin meespelen. Daarbij is ook van belang om altijd naar de cultuur blijven te blijven kijken vanuit de Schrift. Het is niet zo dat we een laatste bedrijf  na Christus' werk tot de wederkomst zelf kunnen schrijven. Dat laatste bedrijf zal voor ons een tijd moeten zijn waarin we met de Schrift als Gods licht in een donkere wereld de weg gaan op weg naar de wederkomst. Daarbij moeten we dan blijven bedenken wat de Geest over over tijd van dit laatste bedrijf in bijvoorbeeld 1 en 2 Tim 4 zegt. Dat er dan veel afval is. Dat er juist vanuit de cultuur steeds duidelijke aanvallen en misleidingen zullen zijn. Daarbij wordt Timotheus juist opgeroepen om daartegenover het evangelie te blijven verkondigen.

Het is niet in de lijn van Gods Woord om de cultuur tegenover de Schrift te gebruiken. Om een weg te gaan waarvan we in de Schrift lezen dat die niet volgens Gods wil is en dat dit dan door de ontwikkeling in de cultuur nu wel goed zou zijn. Zo ondermijnen wij het Woord van God en een leven dichtbij de HERE volgens Zijn Woord. Het is geen begaanbare weg om de vrouw nu wel in ambt toe te staan op grond van de cultuur terwijl de Geest het in de Schrift niet op grond van de cultuur verbiedt maar op grond van Gods wil zoals die o.a. bij de schepping  naar voren komt.

 

Als afsluiting nu nog iets over wat de Bruijne gezegd heeft over het omgaan met homoseksualiteit.  Hij heeft hierover het volgende gezegd:

“Bij homoseksualiteit pakt ditzelfde totaalplaatje anders uit. Vooruitgrijpen op de vervulling van seksualiteit betekent juist niet het seksuele spectrum uitbreiden maar naast de seksueel gekwalificeerde man-vrouw-eenheid nieuwe – niet-seksuele – vormen van christelijke gemeenschap of vriendschap creëren. Die verdwijnende seksuele man vrouw eenheid krijgt tijdelijk zelfs een extra betekenis. Zij moet afbeelden waar het heengaat tussen Christus en zijn bruid. Daarom zeg ik ook niet: als seksuele eenwording toch haar scheppingsbetekenis verliest, kunnen we die toch best als tijdelijk noodverband ook nog even gunnen aan homo’s. Ik vind wel dat de kerk homorelaties vaak moet tolereren, maar dat is iets anders dan rechtvaardigen. Hier geeft God de natuurlijke orde van de gevallen schepping juist tijdelijk nieuwe betekenis. Daarbij past voor mij ook Paulus’ nadruk in Rom 1 op het tegennatuurlijke karakter van homoseksuele relaties, al vind ik dat je Rom 1 als geheel niet rechtstreeks kunt toepassen op hedendaagse christelijke homo’s.

Tegelijk geeft een koninkrijksbenadering een ander perspectief op homoseksualiteit dan een scheppingsinvalshoek. Wij moeten leren homoseksualiteit niet langer vooral te benaderen als gebrokenheid en lijden. Het is een gelijkwaardige manier van menszijn die ook vervuld zal worden in het komende koninkrijk. Zo’n kijk op homoseksualiteit was voor Paulus ondenkbaar. Voor hem gold: tegennatuurlijke handelingen en begeerten moet je achter je laten. Maar beter dan de apostelen beseffen wij dat homoseksualiteit ook bij een christen een blijvende identiteitsdimensie kan zijn.”

 

Ik ga hier niet op alles in. Een van de dingen die hier heel opvallend is, is dat hier gesproken wordt over de “natuurlijke orde van de gevallen schepping”.  Weer zie je dat hier de orde waarover de Geest spreekt bij de schepping verplaatst wordt naar na de zondeval. Dat is toch echt iets wat niet klopt. Als het gaat om Mattheus 19 beroept de Here Jezus zich op Genesis 2:24 waar het gaat om de situatie voor de zondeval!  Zo heeft de HERE het vanaf het begin bedoeld. Als Paulus in 1 Tim 2 over de positie van de vrouw in de kerk heeft beroept hij zich door de Geest geleid o.a. op wat er voor de zondeval door de HERE gedaan is. Als het gaat om wat Paulus in Rom 1 over homoseksualiteit schrijft gaat, staat het natuurlijke en het tegennatuurlijke toch heel nadrukkelijk in het licht van wat de HERE in de schepping vanaf het begin bedoeld heeft. Het natuurlijke en onnatuurlijke waar Paulus over spreekt in Romeinen 1 wordt niet bepaald door wat wij als mensen gewoon vinden maar door wat God vanaf het begin in de schepping gegeven heeft. Wat daar van afwijkt is niet iets om van  te zeggen dat het dus maar om een gewoonte gaat en dus veranderd kan worden. Nee, het gaat om wat de HERE vanaf het begin in de natuur, in Zijn schepping gelegd heeft. Dat blijft zo ook als de meerderheid een andere gewoonte aanneemt. Let maar op wat de Geest  in Rom 1 zegt over al die mensen die van God zijn afgeweken en nu beelden van schepselen zijn gaan aanbidden.    

Hier komt ook weer uit dat bij de Bruijne de koninkrijksbenadering  om een andere manier van leven en beoordelen vraagt dan de benadering vanuit Gods schepping. Ik kan dit niet anders zien als een onterechte tegenstelling. Vooral omdat de Here Jezus en de Geest zich in het Nieuwe Testament juist meerdere keren op de schepping normatief beroepen als het gaat om ons leven op aarde voor de wederkomst van Christus. Hier zien we weer dat Paulus als schrijver van een deel de Bijbel aan de kant wordt geschoven omdat hij minder zou weten dan wij. Het lijkt alsof de Geest hier beperkt is door de kennishorizon van Paulus in plaats van dat de Geest door Paulus spreekt en zelfs dingen zegt die de kennishorizon van Paulus te boven gaan. Zo deed de Geest het namelijk ook al bij de profeten. Ze profeteerde dingen waarvan ze zelf niet alles ten volle begrepen. Zie 1 Petrus 1:10-12.

Ik sluit af al zou er nog wel meer te schrijven zijn.

Mijn conclusie is dat juist ook in concrete voorbeelden blijkt dat we hier niet met een verbeterde visie op gereformeerde ethiek te maken hebben. Het concrete spreken van de Schrift verdwijnt achter wat wij als hoofdlijn in de Schrift formuleren. De huidige cultuur krijgt een plaats in ons denken ook als dat tegen de Schrift ingaat die medebepalend is voor de ethiek. Het zijn elementen die niet in een gereformeerde ethiek thuishoren. Dit is een onbegaanbare weg. Des te meer een aansporing om vanuit Gods Woord fijngevoelig de weg te wijzen op ethisch terrein. Dat is iets waartoe we heel concreet geroepen worden in onze tijd.

 

15 december 2017