Dit zijn meditaties die geschreven zijn als voorbereiding op een gezamenlijk Bijbelstudieproject voor een hele gemeente. Daarin wordt de brief aan de Galaten in 6 keer besproken. Dit is voorstudiemateriaal wat daarbij gebruikt kan worden,

 

Lezen: Galaten 1:1-5

Misschien ken je het stripverhaal over Asterix en Obelix.  Je vindt het misschien vreemd dat ik het hier noem. Dat doe ik omdat de Galaten uit Gallië kwamen.  Gallische en Keltische stammen waren in de derde eeuw voor Christus  via Griekenland naar het huidige Turkije gegaan. Velen van  hen spraken in de tijd van Paulus nog  de taal van het land  waar ze vandaan kwamen. Tot 400 jaar na Christus waren er daar nog mensen die Gallisch spraken. Ze hadden daar ook medicijnmannen zoals Panoramix in de strip.

De gemeenten in Galatië  hebben dus te maken met deze heidense achtergrond. Ze krijgen ook te maken met Joden die in de Here Jezus geloven als de beloofde Verlosser, maar die dan ook zeggen dat je als je echt bij Christus wil horen besneden moet worden en je moet houden aan al de wetten die aan het volk Israël gegeven zijn. 

In deze omstandigheden laat Paulus weten wie hij is en wat het echte evangelie is. Paulus is een apostel. Een apostel was iemand die door Christus was uitgekozen om iets bijzonders te doen. Een apostel was ook iemand  die van de Here Jezus zelf gehoord had wat Zijn boodschap is. Iemand die zelf de Here Jezus ontmoet had en daarom kon zeggen dat hijzelf met de Here Jezus gesproken had.

Zie Handelingen 1:21-26 en 1 Johannes 1:1-4

We moeten bedenken dat Paulus echt een apostel was. Hij heeft niet drie jaar met Jezus meegelopen. Maar Christus heeft met hem gesproken op weg naar Damascus en heeft hem later privéonderwijs gegeven. Daarop kom ik terug in de vijfde meditatie.  

Apostel beteken dat je gestuurd bent door een ander. In dit geval en dat is beslissend door Jezus Christus en door God te Vader. Juist in de opstanding zie je dat Christus de levende Heer is. Hij is door de Vader uit de dood opgewekt.

De genade en de vrede die we nodig hebben, komen van de Vader en van Christus. Die genade en vrede vinden we niet in de wereld. Die vinden we niet in onszelf.  Paulus leert de gemeenten zo op de Vader en de Zoon gericht te zijn. Dat is de enige goede levensrichting. Dat wil de Geest ons door het geloof geven.

We moeten uit de zondige wereld getrokken worden. Die wereld is slecht. Daarin is geen genade en vrede te vinden. Dat is ook de wereld die bij de duivel hoort. We moeten overgezet worden uit het rijk van de duisternis naar het rijk van de Zoon van Gods liefde. Zie Colossenzen 1:12-14