DE KINDERDOOP, EEN PRACHTIG GESCHENK VAN GOD
VRAGEN BIJ EN ONZEKERHEID ROND DE KINDERDOOP
Dopen van kinderen, van baby’s, was eeuwenlang in de kerken die gereformeerd waren en ook echt zo kerk wilden zijn, iets wat bijna niet ter discussie stond. Het was ook iets dat vanuit de opvoeding en de catechisaties als iets heel moois werd gezien. Iets dat vanuit de Schrift zelf en vanuit de geschiedenis onder leiding van Christus tot ons is gekomen.
Wij staan midden in de wereld van onze tijd. Een wereld waar anders gedacht en gevoeld wordt. Waar mensen veel meer vanuit zichzelf en eigen keuze zijn gaan denken. Dat heeft ook invloed op mensen die hun kinderen wel laten dopen. Je merkt dat op de catechisaties, je merkt dat ook in vragen die vanuit onze eigen gemeenten komen. Dan is het belangrijk om ook met antwoorden te komen. We zien ook dat allerlei evangelische voorlichting waarin de kinderdoop bestreden wordt invloed heeft. Het komende jaar hoop ik meerdere artikelen te schrijven die juist de kinderdoop en de vragen daarover raken. Dit keer schrijf ik iets over de geschiedenis en over de teksten waarin we lezen dat iemand met heel zijn of haar huis gedoopt werd.
Veranderde tijd en beleven
Deze maand is het theologische tijdschrift Theologia Reformata[1] voor juni verschenen. Daarin is er veel aandacht voor de doop en vooral voor de kinderdoop. Ik geef een paar citaten die volgens mij heel duidelijk aanduiden wat o.a. de dingen zijn die spelen als het om de kinderdoop gaat:
“Verschillende jongeren waren van mening dat belijdenis doen evenzeer een sacrament was als de doop. En ook hechtte de meerderheid meer waarde aan belijdenis afleggen (vooral de ceremonie), dan aan de doop die ze eens hadden ontvangen.” p. 127
Ook onder protestantse christenen blijkt de doop niet meer vanzelfsprekend te zijn. Mensen zien af van de kinderdoop omdat ze geloven dat de doop vraagt om een persoonlijke keuze van hun kind. Het verbond als theologisch concept is veel minder centraal in de gereformeerde geloofsbeleving dan enkele decennia geleden.” p. 141
“Zo komen in de interviews de volgende thema’s nauwelijks meer ter sprake: vergeving door het bloed van Christus, ingedoopt worden in de dood en opstanding van Christus, de noodzaak tot wedergeboorte door de Heilige Geest, het afsterven van de oude Adam en opgewekt worden tot een nieuw leven, inlijving in het lichaam van Christus en teken van het Koninkrijk. …….. de vraag die zich opdringt is: waarom zouden ‘parels in Gods hand’ eigenlijk gewassen moeten worden met het bloed van Christus p. 165 …… 166,167
Veel mensen, ook in gereformeerde kerken, zien de doop meer als Gods belofte om voor je te zorgen en dat je als je het moeilijk hebt bij Hem terecht kunt. Je moet dan niet meer praten over zonde en schuld. Dat bederft het feestje zoals mensen het graag willen. Juist in zo’n tijd is het belangrijk om te zien of de kinderdoop echt van Christus komt of dat we eerst zelf moeten kiezen voordat er gedoopt kan worden. We gaan eerst naar de geschiedenis.
Kinderdoop in de vroege kerk?
Een van de redenen waarom mensen onzeker raken over de kinderdoop is de bewering dat het dopen van kinderen pas in de zesde eeuw na Christus in zwang is gekomen[2]. Dat is een bewering die niet klopt. We hebben vanuit de eerste eeuwen heel duidelijk aanwijzingen dat ook de kinderen van de gelovigen gedoopt werden. Het is duidelijk dat dit eigenlijk zo vanzelfsprekend was dat daarvoor geen aparte aandacht was. Toch komt van tijd tot tijd duidelijk naar voren dat ook toen de kleine kinderen gedoopt werden.
Ik geef daarvan enkele voorbeelden:
De eerste is van de kerkvader Origines. Hij leefde van 185-253 na Christus in Alexandrië. Daar waren ook zijn vader en opa al christenen. Het is de stad waar Paulus en Barnabas gewerkt hebben en eropuit gestuurd werden om ook in andere plaatsen het evangelie van Christus te verkondigen. Origines schrijft o.a. dit: “Zelfs als het kind nog maar een dag oud is, is het niet vrij van zonde. David zou van deze zonde gezegd hebben wat wij al eerder aangehaald hebben: ‘In zonde heeft mijn moeder mij ontvangen’, want nergens staat iets over een zonde die zijn moeder zou hebben begaan. Om deze reden ontving de kerk een overlevering van de apostelen om de doop zelfs aan zuigelingen te bedienen.”[3]
Nog eerder, rond 180 na Christus, schrijft de kerkvader Irenaeus en daarbij heeft hij ook het oog op de doop: “Want Christus is gekomen om allen door Zichzelf te redden; allemaal, dat wil zeggen die door Hem wedergeboren zijn tot God, namelijk zuigelingen, kleuters, kinderen, jonge en oude mensen.”[4]
Een halve eeuw daarna ontstaat er in de kerk een discussie over het tijdstip waarop de kleine kinderen gedoopt moeten worden. Moet dat op de 8e dag zoals dat bij de besnijdenis zo was? De kerkvader Cyprianus reageert daarop. Heel duidelijk is dan dat er geen discussie is over het punt of baby’s wel gedoopt moeten worden. Het gaat erom of dat op een vaste dag na de geboorte moet gebeuren. Dit maakt duidelijk dat de doop van kleine kinderen van gelovigen algemeen was. We leren uit de geschiedenis dat dit teruggaat op wat de apostelen geleerd hebben. Daarbij past dan ook dat gelovigen met hun huis gedoopt werden zoals we daarvan lezen in het Nieuwe Testament.
Heel het huis
Juist vandaag hebben de gedeelten in de Bijbel waar gesproken wordt over het dopen van iemand met zijn hele huis echt betekenis. Het gebeurt nogal eens dat deze gedeelten als een bewijs voor de kinderdoop makkelijk aan de kant worden geschoven. Met de heel makkelijke opmerking: er staat nergens dat er ook echt kinderen of echt kleine kinderen in zo’n huis waren.
Als we goed kijken naar wat de Heilige Geest ons over de doop van mensen en hun huis zegt, zien we dat daarin een duidelijk bewijs voor de kinderdoop ligt. Je ziet daarin Gods liefde en trouw voor de kinderen van de gelovigen. Laten we eens naar deze gedeelten in Gods Woord kijken.
We letten op plaatsen in het Nieuwe Testament waar gesproken wordt over het dopen van iemand met zijn of haar huis:
- Dan komen we eerst uit bij de Romein Cornelius. Petrus moet leren om ook naar de heidenen te gaan en ook samen met ze te eten. De Here heeft hem op het dak van het huis van Simon de leerlooier laten zien dat er geen onrein voedsel meer is. Dat hij bij heidenen in huis mag gaan. Knechten van Cornelius komen Petrus halen om juist aan hem en zijn huis het evangelie te brengen. Petrus ziet hoe mensen in dat huis van Cornelius gaan geloven, hoe de Heilige Geest daar over hen komt. Daarover spreekt Petrus later als hij zich tegenover de gelovigen uit de Joden verantwoordt. Dan vertelt hij dat een engel van de Here tegen Cornelius voor die tijd gezegd heeft: “Stuur mannen naar Joppe en ontbied Simon die ook Petrus genoemd wordt. Die zal woorden tot u spreken waardoor u zalig zult worden en heel uw huis.” Handelingen 11:13,14
- Het is later Paulus die in Filippi het evangelie verkondigt aan een aantal vrouwen. Een van hen is Lydia de purperverkoopster. Zij komt tot geloof en van haar lezen we dan: “En toen zij gedoopt was, en haar huisgenoten, drong zij er bij ons op aan: Als u van oordeel bent dat ik trouw ben aan de Heere, kom danin mijn huis en blijf er. En zij drong er sterk bij ons op” Handelingen 16:15
- In hetzelfde Filippi komt de gevangenisbewaker tot geloof in Jezus Christus. Van hem lezen we: “En zij spraken het Woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren. En hij nam hen in dat nachtelijke uur met zich mee en waste hun striemen, en hij werd onmiddellijk gedoopt, en al de zijnen. En hij bracht hen in zijn huis en richtte voor hen de tafel aan. En hij verheugde zich dat hij met al zijn huisgenoten tot geloof in God gekomen was.” Handelingen 16:33,34.
- We komen de uitdrukking met heel zijn huis ook nog tegen als Paulus het evangelie in Korinthe verkondigt. Van het heerlijke effect van die verkondiging lezen we dan in Handelingen 18:8: “En Crispus, het hoofd van de synagoge, geloofde met heel zijn huis in de Heere; en velen van de Korinthiërs die Paulus hoorden, geloofden en werden gedoopt.”
- Paulus spreekt nog een keer over de doop van iemand met zijn huis in 1 Korinthe 1:16: “Ik heb echter ook nog het huisgezin van Stefanas gedoopt. Verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb.”
Waar komt deze uitdrukking van iemand met zijn huis nu vandaan? Je ziet hier o.a. een duidelijke achtergrond vanuit het Oude Testament. We lezen daar bijvoorbeeld:
“Ik en mijn huis” Genesis 34:30; Jozua 24:15
“U en uw (hele) huis” o.a.: Genesis 7:1; 17:12,13; 45:11; Deuteronomium 14:26; Jeremia 38:17
“Hij en zijn hele huis” o.a.: Deuteronomium 6:22; 1 Samuel 1:21; 2 Samuel 9:9; 15:16
“Zij en haar huis” 2 Koningen 8:2
In deze teksten wijst huis op het huisgezin. Dat huisgezin waren de vader en de moeder met de kinderen van elke leeftijd die er dan waren. Het was zelfs zo dat ook anderen bij dat huis konden horen, familieleden die daar leefden en de slaven met hun gezinnen die bij deze hele familie hoorden.
Dat ook zeker de kinderen bij het huis hoorden, blijkt als de farao van Egypte in Genesis 45 aan de broers vraagt om naar Egypte te komen. Dan zegt de farao o.a.: “haal uw vader en uw gezinnen (huizen) op en kom naar mij toe.” Vs. 18 Dat bij die huizen zeker ook kleine kinderen gerekend werden lees je dan in vers 19: “En u hebt bevoegdheid, doe dit: Neem uit het land Egypte wagens mee voor uw kleine kinderen en voor uw vrouwen.”
Je ziet ook bij Elkana dat bij zijn hele huis ook de kinderen horen. We lezen in 1 Samuel 1:21,22: “Die man Elkana ging met zijn hele gezin op weg om de HERE het jaarlijkse offer en ook zijn gelofteoffer te brengen. Hanna ging echter niet mee maar zei tegen haar man: Als de jongen van de borst af is, zal ik hem brengen, zodat hij voor het aangezicht van de HERE verschijnt en daar voor eeuwig blijft.”
Je ziet hier heel duidelijk dat ook de kleine baby Samuel bij het huis van Elkana hoort.
Je kunt je afvragen of dat begrip huis in de loop van de tijd geen andere betekenis heeft gekregen. Als we letten op de boeken die tussen het Oude en het Nieuwe Testament geschreven zijn, is dat niet het geval. Bijvoorbeeld in de boeken van de Makkabeeën komen we meerdere keren de uitdrukking huis tegen in de betekenis van iemand hele gezin of hele familie. 1 Makkabeeën 1:60,61; 13:3; 14:26;16:2.
Als je dit overziet, wordt duidelijk dat het onmogelijk is dat kinderen van de doop uitgesloten waren wanneer het woord huis in verband met de doop gebruikt wordt. Juist als je eraan denkt dat de familiegegevens van de gedoopten in het Nieuwe Testament niet verder gespecificeerd zijn, is het duidelijk dat kinderen toen niet van de doop uitgesloten waren.
Hierbij sluit ook naadloos aan wat we in de brieven lezen waarin allerlei regels voor christelijk leven gegeven worden. Regels voor het hele huis. Je ziet ook daar dat kinderen er heel echt bij horen. Dan denk ik aan Efeze 6 en Kollosenzen 3. Je ziet daar hoe het hele gezin echt bij de gemeente van Christus hoort en daarop aangesproken wordt. Bijvoorbeeld in Kol 3:18-21: “Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het behoort in de Heere. Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet verbitterd tegen haar. Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Heere. Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.”
Als je overziet hoe de Heilige Geest over het gezin en de familie in Zijn gemeente spreekt, kun je niet anders dan zeggen dat God met Zijn belofte ook naar de kleine kinderen komt. Dat ook die kleine kinderen gedoopt horen te zijn. Dan zie je ook hoe duidelijk in die tijd spreekt wat Petrus op de Pinksterdag zegt: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van zonden; u zult de gave van de heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.” Handelingen 2:38,39
Je ziet hier dat kinderen bij het verbond horen dat de HERE sluit! Het gaat hierbij niet om een theologische keuze of een theologische voorkeur. Het gaat hier om het getuigenis van Gods eigen Woord. Wat we belijden in vraag en antwoord 74 van de Heidelbergse Catechismus en in artikel 34 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en in de Dordtse leeregels I,17 is duidelijk gegrond in Gods eigen Woord. Het gaat hier om gehoorzaamheid aan Christus. Het gaat bij volwassendoop of kinderdoop niet om twee opties waarvan je dan kunt zeggen dat de een rijker en beter is dan de ander en meer niet. Het gaat er ook hierbij om dat we de HERE op Zijn Woord volgen.
[1] Theologia Reformata jaargang 65 nr. 2 juni 2022
[2] Deze onjuiste bewering komen we in het genoemde nummer van Theologia Reformata tegen op pagina 153.
[3] Dit citaat is te vinden bij M.A. van Milligen Christus volgen (Doop en Avondmaal in de Vroege Kerk) Heerenveen Jongbloed 2014 p. 144
[4] Dit citaat is te vinden bij A. van de Beek God doet recht Zoetermeer Meinema 2008 p. 217