VOORBEREIDINGSBLAD PREEK 1 Koningen 17:7-16

 

Maandag     10 augustus        Lezen: Hebreeën 12:1-12      Wat heeft dit gedeelte te zeggen over de geschiedenis van Elia en de droogte die over Gods volk kwam?   

Dinsdag        11 augustus       Lezen: Hebreeën 12:14-17   Wat hebben het jagen naar vrede met alle mensen en de heiliging van je leven met elkaar te maken?  Hoe staat dat in jouw eigen leven?  

Woensdag    12 augustus      Lezen: Hebreeën 12:18-29     Heilig leven voor de HERE is belangrijk. Is zelfs onmisbaar.  Daarbij is het zien van Gods heiligheid van het grootste belang. Hoe beïnvloed dat jouw leven. Wat kan daarin ten goede veranderen?

Donderdag   13 augustus       Lezen: Lukas 4: 16-30           Hoe gebruikt de Here Jezus hier wat we in 1 Koningen 17 lezen?  Wat betekende dat voor de kerk in die tijd en wat betekent het voor de kerk nu? 

Vrijdag           14 augustus      Lezen: Maleachi 3:1-12         Wat hebben zegen en graag en gul geven voor Christus’ kerk met elkaar te maken?  Wat heeft dat jou te zeggen?     

Zaterdag        15 augustus      Lezen: Johannes 19:17-27    De Here Jezus verliet Jeruzalem om buiten de stad te sterven. Wat voor overeenkomst zie je met het gaan van Elia naar Sarfat?  Welke boodschap komt daarmee van de HERE naar ons toe?

 

 

 VOOR DE KINDEREN 

 

PETRUS (XIV)

 

De Here Jezus is begraven. Zijn leerlingen zijn in en in verdrietig.  Ze hadden gedacht dat het zo mooi zou worden met de Here Jezus. De Here Jezus Koning en zij heel belangrijke mensen. Nu is hun Meester dood. Ze begrijpen er niets van. Ook Petrus is verdrietig. Wat moeten ze nu gaan doen? Dan komt er ineens een heel vreemde boodschap. Vrouwen die ze goed kennen, zijn al heel vroeg naar het graf gegaan. Ze wilden nog beter voor het lichaam van hun geliefde Meester zorgen. Het lichaam van de Here Jezus is er niet meer zeggen de die vrouwen. Ze zeggen zelfs dat de Here Jezus leeft! Dat Hij uit de dood en het graf is opgestaan. Dat kan toch niet? Dat is toch gekkigheid?

Dan zijn het Johannes en Petrus die bij het graf gaan kijken. Johannes is er het eerste. Ze zien dat de steen voor het graf weg is. Wat is er gebeurd? Johannes kijkt van een afstand in het halfdonkere graf. Het lijkt of de Here Jezus er nog gewoon ligt. Waarom lijkt dat zo? Omdat de Here Jezus in doeken is gewikkeld. Doeken met zalf er tussen. Het omhulsel ligt er nog. Dan komt Petrus. Hij blijft niet op afstand staan. Petrus wil het precies weten en gaat het graf in. Dan ziet hij iets opvallends. De doeken, de repen stof die om het hoofd van de Here Jezus hadden moeten zitten, liggen mooi opgerold in het graf. Hoe kan dat? Petrus komt nog dichterbij. Hij kijkt goed in het halfdonker. Dan ziet hij dat er niemand meer in dat omhulsel van stof ligt. Het is leeg!  Het lichaam van de Here Jezus is echt weg.

De HERE laat zien dat de Here Jezus leeft. Hij was dood maar nu niet meer. Petrus denk eens heel goed terug aan wat de Here Jezus jullie al eerder verteld heeft! Dit: “We gaan naar Jeruzalem. Daar zullen ze Mij gevangennemen. Ik moet daar lijden. De leiders van het volk zullen zorgen dat Ik dood zal gaan.  Op de derde dag zal ik uit de dood opstaan. Vader in de hemel zal me weer laten leven.”

Ze kunnen het bijna niet geloven. Ook Petrus niet. De Here Jezus gaat ook Petrus overtuigen dat Hij echt leeft!