ORDE VAN DIENST

 

Votum

Vrede/Zegengroet

Psalm 75;1,6

Lezing van de wet

Psalm 36:1,2

Schriftlezing: Mattheus 7:1-6

                       Jacobus 3

Gebed

Collecte

Psalm 140:1,2,3,4

Tekst: Zondag 43

Verkondiging van het evangelie

Psalm 141:3,4,5

Dankgebed

Gezang 30:1,6

Zegen

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes

 

Je bent met de andere kinderen op het schoolplein. Een van de anderen begint je uit te schelden. Dan doen er nog een paar mee. Het zijn er wel 4 of 5 die je uitschelden. Je draait je om en schreeuwt tegen ze: Schelden doet geen zeer!  Dat zeg je wel maar is dat wel zo? Doet het echt geen pijn als mensen jou uitschelden?  Word je er echt niet verdrietig of boos van als mensen jou uitschelden? Als je eerlijk bent weet je wel beter. Als iemand jou meerdere keren uitscheldt voelt dat heel beroerd. Mensen kunnen door de dingen die ze zeggen je heel erg veel pijn doen. Vaak nog erger dan dat je een keer een stomp of een klap krijgt.

We kijken nog een beetje verder rond in het leven. Je staat met een groepje bij elkaar. Jullie praten over iemand anders op school, op het werk, in de kerk. Wat je over die ander zegt is niet erg aardig. Jullie praten over die ander en vertellen elkaar wat je aan hem of haar niet goed vindt. Maar zelf heb je daarover met die ander niet gesproken. Je hebt die ander dus ook niet de kans gegeven om dingen te verduidelijken of te veranderen. Als je iets bij een ander niet goed vindt, moet je daarover niet met anderen praten maar met hem of haar zelf gaan praten. Dat is zo’n belangrijke bassiregel voor ons leven! Dat is voor ons allemaal zo! Broeders en zusters laten we maar eerlijk zijn dat we het daarmee vaak knap moeilijk hebben.

Doordat we dat vaak niet doen komen er zo makkelijk problemen met elkaar ook in de gemeente uit voort. Juist omdat we met elkaar over elkaar spreken en er dan makkelijk groepen ontstaan die tegenover elkaar komen te staan. Een van de moeilijke dingen in onze tijd is dat we als er problemen of klachten zijn we dat graag anoniem willen uiten. Je moet je klacht via iemand of via een briefje zonder naam ergens kunnen brengen. Je kunt je dat in heel bijzondere gevallen nog indenken. Als je bijvoorbeeld met geweld bedreigd wordt, als de politie inlichting over een bepaalde zaak zoekt. Maar in de gemeente van de Here Jezus mag het behalve in die heel bijzondere gevallen niet zo zijn! Het kan en mag niet zo zijn dat we anoniem beschuldigingen inbrengen omdat we geen moeilijk gesprek met iemand willen voeren. Daar waar de liefde van Christus woont mogen we niet de anonimiteit zoeken om klachten te uiten. Daar waar de liefde van Christus woont, willen we er juist voor elkaar zijn, elkaar opbouwen. Daarom ook zelf het gesprek met de ander zoeken. Bidden om een goed gesprek dat de Here wil zegenen. Een gesprek waar we wat we op ons hart hebben liefdevol naar voren brengen. Laten we elkaar daarin opvoeden. Laten we elkaar daartoe stimuleren. Dat heeft alles te maken met het gebod: “U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste”.  Laten we samen naar het heerlijke evangelie van Jezus Christus onder het volgende thema:

 

GEBRUIK JE TONG TOT VOORDEEL VAN JE NAASTE

 

  1. Houd je tong in toom
  2. Gebruik je tong goed

 

  1. Houd je tong in toom

 

Kind van Vader in de hemel zijn. Kind van God zijn is iets heerlijks, iets geweldigs. Het is genezend voor jezelf en ook voor de mensen om je heen. De Here Jezus heeft ons laten zien dat het er in ons leven om gaat dat we de HERE en onze naasten liefhebben. Dat is ook heel praktisch. Dat werkt in je leven ook in je omgang met je naaste een heel praktisch andere manier van leven uit.

Kind zijn van de enige God die niet kan liegen!  De HERE is de God die nooit liegt, die dat zelfs niet kan! Kind zijn van God die een en al waarheid is en daar nooit iets van af doet en dat ook nooit doet. Wie bij Christus hoort wil daarom heel praktisch zijn leven door die God en door wat Hij ons leert laten bepalen. In onze tijd hoor je geregeld dat je in onze tijd daar niet meer vanuit kunt gaan. Om te overleven zou je mensen niet meer kunnen vertrouwen wanneer ze dingen vertellen. Mensen zijn uit op eigen macht en voordeel. Dus vertrouw niemand en ga je eigen weg.

Het is zo dat mensen op allerlei manieren proberen om anderen voor zich te winnen, om macht te krijgen en daarbij de feiten verdraaien.  De politiek is daarvan een verschrikkelijk voorbeeld. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen steeds weer anderen onderuithalen om invloed te winnen. Je kunt zeggen dat dit soort dingen er nu eenmaal bij hoort in onze tijd maar het hoort niet bij het leven in diepe liefde met Christus. Juist de liefde van Christus leert ons om onze tong als het over negatieve dingen van de ander gaat in toom te houden.

Dat dit moeilijk voor ons is weet de HERE heel goed. De Heilige Geest stelt dit o.a. in Jacobus 3 aan de orde. De HERE laat in de brief van Jakobus zien dat we geen volmaakte mensen zijn. Dat we juist vergeving nodig hebben. Dat we steeds weer nodig hebben om ons door de Geest te laten leren en ons leven door dat onderwijs te laten vormen. Daarbij neemt ook ons spreken een belangrijke plaats in. Dan lezen we daar in vers 2: “Want wij struikelen allen in veel opzichten. Als iemand in woorden niet struikelt, is hij een volmaakt man, die bij machte is om ook het hele lichaam in toom te houden.”

Juist onze tong en mond gebruiken we zo gauw verkeerd. Als we dat doen heeft het ook vaak grote gevolgen. Ook dat laat de Geest ons zien: “Zo is ook de tong een klein lichaamsdeel, en roemt toch van grote dingen. Zie eens hoe een klein vuur een grote hoop hout aansteekt.

Ook de tong is een vuur, een wereld van ongerechtigheid. Zo staat het met de tong onder onze lichaamsdelen. Ze besmet het hele lichaam, en zet onze levensloop vanaf het begin in vlam, en ze wordt zelf door de hel in vlam gezet. Want elke natuur, zowel van wilde dieren en vogels als van kruipende dieren en zeedieren, wordt getemd en is getemd door de menselijke natuur. Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif.” Vs 5-8

Onze tong laat vaak zien wat er in ons hart leeft. Als iemand negatieve dingen over onze naaste spreekt, luisteren we er vaak graag naar. Het lijkt soms of we genieten van het negatieve dat over een ander verteld wordt. Ook dat lezen we al in de Bijbel. Bijvoorbeeld in Spreuken 26: “De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen,

die dalen af in de schuilhoeken van zijn binnenste.” Vs 22

Dan gaat het hier bij lasteren niet alleen om negatieve dingen over de ander die waar zijn. Soms hoor je mensen zeggen: ik roddel niet want wat ik zeg is echt helemaal waar. Zelfs als dat zo is en je hebt niet met de ander zelf gesproken is het laster. Zelfs al is het helemaal waar maar het is niet nodig om dit aan een ander te vertellen is het laster. Als je negatieve dingen over een ander weet, of je hebt kritiek op een ander dan ga je dat niet verder brengen. Dan houd je dat in een zo klein mogelijk kring. Om juist samen verder te komen. Om juist in de vrede van Christus samen verder te leven. Het is juist ook daarom dat de Here Jezus ons in Mattheus 18 laat zien dat we het negatieve van de ander met de ander zelf moeten bespreken en in een zo’n klein mogelijk kring moeten houden als dat maar enigszins kan.

Daarbij komt ook nog een andere zaak die zo makkelijk in ons spreken binnenkomt. Je hebt met iemand over een bepaald probleem gesproken. Je hebt het uitgepraat en elkaar de hand gegeven. Het kan ook zijn dat het nog dieper gaat. Dat in het gesprek de ander jou om vergeving vraagt. Juist dan is de band in Christus en in vrede met elkaar hersteld. Als deze dingen in de gemeente van Christus gebeurd zijn, kan het niet zo zijn dat we later toch nog aan anderen hierover spreken. Juist als we beseffen hoeveel de HERE ons heeft te vergeven.  Als we beseffen dat als we vergeving gevraagd hebben de HERE er nooit meer op terugkomt. Juist als je dat ziet, leert dat jou en mij als kinderen van God om onze tong in toom te houden. Om juist het goede van je naaste te willen vertellen aan anderen. Om niet af te breken maar op te bouwen. Om niet de naam van je naaste aan te tasten maar te willen hooghouden. Dat vraagt van ons om voorzichtig met onze tong te zijn.

Het is belangrijk dat we beseffen dat als we praten over anderen het niet zo is dat je dat zomaar kan doen. Het is niet zo dat als die ander dit niet hoort je maar kunt zeggen wat je wilt. Al zou de ander het nooit te horen krijgen. Het is namelijk zo dat ook al onze woorden, alles wat we over anderen zeggen in Gods oren komt. Hij hoort het en laten we beseffen dat ook alles wat we zeggen dat we dat doen voor Gods ogen. Laten we steeds bedenken dat als we over een ander praten de Here Jezus er bij zou moeten kunnen zitten. Dat we ons praten dat we zeker weten dat het in de oren van de Here jezus goed is. Dat we ons dan niet hoeven te schamen tegenover de Here Jezus.  Het is niet overdreven om het zo te zeggen want luister maar eens naar wat de Here Jezus daarover zelf zegt in Mattheus 12: “Maar Ik zeg u dat de mensen van elk nutteloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel. Want op grond van uw woorden zult u rechtvaardig verklaard worden, en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden.” Vs 36,37.

Laten we elkaar helpen om niet over elkaar te praten maar met elkaar. Om dat te doen vanuit de liefde voor de HERE om juist zo samen gemeente van Hem te zijn. Om elkaar op te bouwen, om samen te groeien in het leven met Christus. Laten we elkaar helpen om onze tong goed te gebruiken. Niet tot schade van de ander maar tot opbouw van elkaar. Zo zijn we gekomen bij het tweede punt.

 

  1. Gebruik je tong goed

 

Het positieve dat de HERE in het negende gebod gelegd heeft, komt in de catechismus zo naar voren: “verder dat ik in rechtszaken en in alle andere handelingen de waarheid liefheb, oprecht spreek en belijd en ook de eer en goede naam van mijn naaste zoveel ik kan verdedig en bevorder.”

Je ziet hier dat positieve doel van Gods gebod. Je ziet hoe de HERE juist wil dat we in liefde met elkaar leven. Dat we vertrouwen en liefde naar elkaar uitstralen en zo elkaar opbouwen in een leven met de HERE. Als je daarover nadenkt is het heel opvallend hoe vaak het woordje elkaar in het Nieuwe Testament voorkomt. Een paar voorbeelden wil ik hier noemen die juist ook ons heel praktisch kunnen helpen in het gebruik van onze tong. In het spreken met elkaar juist in de gemeente van Christus.

Ef 4:25: “Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar.”

Je ziet hier hoe we juist als gelovigen in de kerk bij elkaar horen. Een lichaam vormen. Dan wil je juist goed voor elkaar zorgen. Elkaar geen schade aandoen. Als je dan bij iemand een ziekte, een wond ziet, ga je naar die ander om te helpen bij het genezen en bestrijden van die ziekte. Dan zeg je het tegen elkaar en niet tegen de hele goegemeente. Dan is het natuurlijk ook belangrijk om met liefde naar de ander te luisteren. Om ook als  de waarheid het verkeerde bij jou laat zien blij te zijn dat de ander in jou leven het verkeerde aangewezen. Om zo in Gods kracht daartegen te gaan strijden.  

We gaan iets verder in Efeze 4: “maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en 
vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.”vs 32

Goed zijn voor elkaar betekent dat je een hart hebt dat naar de ander uitgaat. Je zoekt het goede juist voor de ander. jJ spreekt daarom niet onnodig negatief over anderen. Om geen negatieve gevoelens te kweken. Je bidt de HERE er juist om om vanuit het evangelie positief tegenover de ander te staan. Je wilt juist met de ander meeleven ook als die ander niet altijd zo vriendelijk tegen jou doet. Je laat merken dat je met de ander meeleeft in blijde en verdrietige dagen. Een woord, een kaart, een briefje, een mail. Je laat de ander ook merken dat je graag wilt vergeven als dat nodig is. Dat je niet op je strepen staat, dat je niet vol wantrouwen naar de ander kijkt. Maar dat je zo vol liefde naar de ander wilt kijken zoals de HERE naar jou kijkt en jou graag vergeeft. Jou graag als Zijn kind weer aan Zijn hart sluit. Dit laat zien hoe het niet past bij een leven samen in de kerk van Christus om op afstand van elkaar te blijven omdat er nog iets uit het verleden speelt. Of omdat we zonder concreet te zijn toch iets tegen die ander in de gemeente hebben. Dan is het zo nodig om elkaar op te zoeken en onze mond tot onderlinge vrede en liefde te gebruiken. Niet om je zin te krijgen maar om vanuit die echte liefde, vrede en vergeving te leven. Dan komt er echt bloei in ons leven. Ook samen als gemeente.

Je leest deze dingen nog concreter in Col 3:13: “Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.”

Het gaat hier weer om elkaar. Weer over de gemeenschap van de heiligen als gemeente van Christus. Juist daar komt het erop aan dat we elkaar verdragen. Het kan zijn dat jou of mij ineens een verwijt gemaakt wordt. Wat is het dan belangrijk om te verdragen. Ook als je ervan overtuigd bent dat het verwijt dat jou met de mond gemaakt wordt onredelijk of zelfs oneerlijk is. Dan is het belangrijk om te vragen: HERE geef me Uw liefde en geduld om te verdragen. Om niet direct in emotie te reageren. Om niet meteen zo fel te reageren dat je daarmee ook de ander niet bereikt en er alleen gauw ruzie komt. Verdraag de ander dan. Doe dat ook als je op dat moment onrecht wordt aangedaan. Verdraag en denk er eerst rustig over na. Ook als je per brief of mail een verwijt krijgt. Schrijf niet direct uit emotie terug en druk dan niet meteen op de knop verzenden!  Trek je terug in je binnenkamer, vraag als het nodig is aan iemand die je als wijs kent advies. Buig je knieën en vraag de Geest om je inzicht te geven. Ook liefde voor de ander van wie dat verwijt komt. Zoek de ander op, kom met liefde om te praten over het verwijt. Met het doel om samen in vrede met de HERE te leven en daarom samen in vrede met elkaar. Om juist samen gehoorzaam de weg te willen gaan die Christus ons concreet in ons leven wijst.

Verdragen om samen Gods weg te gaan. Samen verdragen om elkaar te vergeven waar dit nodig is. Om dat niet te zien als gezichtsverlies maar als samen een overwinning in het leven met de HERE. Omdat de HERE dan vol blijdschap naar ons kijkt. Laten we elkaar daarbij helpen en stimuleren. Dan gaan we met een hart vol liefde naar de ander om met hem of haar te spreken. Juist omdat je met je mond de HERE wilt grootmaken. Omdat je Hem in Zijn vergevende liefde ook voor jou hebt leren kennen. Daarom wil je juist ook je tong zo gebruiken om de naam van je naaste hoog te houden. Om je broeder of zuster die je een verkeerde weg ziet gaan met liefde de goede weg te wijzen. Om samen op Gods weg te gaan. Laat onze tong het leven van anderen niet stukmaken maar opbouwen.

Wat is het leven samen in de gemeente dan goed! Ook bij ons in de gemeente. Als we onze tong bijvoorbeeld gebruiken om samen te praten over de verkondiging van het evangelie ’s ochtends en ’s middags. Om met elkaar er over te praten wat we daarvan geleerd hebben zowel in het kennen van de HERE, het verstaan van de Bijbel als ook voor ons leven als christen. Om met elkaar er over door te praten wat dat concreet in onze levens betekent en hoe we samen kunnen groeien in ons leven met Christus. Dan gebruiken we onze tong goed. Om elkaar op te bouwen.  Tot Gods eer. Laten we altijd ook deze woorden van God ter harte nemen: “Door de tong loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.

 

 

AMEN