WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ?
WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ? (I)
Dit worden korte artikelen waarin ik mijn gedachten op een rij wil zetten. Met het doel om dit later in een langer artikel tot een geheel te maken. Een van mijn bedoelingen is om onze eigen tijd te peilen en dan te zien wat het juist in onze tijd betekent om voor Christus te leven. Wat het betekent om beeld van God te zijn.
Een van de dingen die in onze tijd een grote rol speelt, is dat velen menen dat God niet bestaat. Dat God voor ons en onze samenleving dood is. Dat wij andere mensen zijn geworden dan mensen die voor 1850 leefden. Dit zou vooral voor de mensen gelden die in de Westerse wereld leven.
Buiten ons als mensen om zou er eigenlijk geen echte norm voor ons leven zijn. We zijn onze eigen norm. Met afwisselend als norm hoe wij denken of hoe wij voelen. Een echte vaststaande norm zou er niet zijn. God, als die God die de norm stelt met daarbij horende regels, zou achter ons liggen. In de tweede helft van de 18e eeuw kwam de beweging van de Verlichting op. Het licht van ons eigen verstand en gevoel zou het echte licht verspreiden. Vanaf de Franse Revolutie aan het einde van de 18e eeuw werd duidelijk dat deze beweging al meer kracht kreeg.
Wat betekent het als je Christus, als je God dood verklaart en de mens met zijn eigen gedachten en gevoelens op de troon zet? Dan wordt de mens al meer zichzelf tot norm. Dan hebben mensen hun eigen waarheid. Verder kom je dan niet. Je ziet het in onze tijd sterk doorwerken.
Een heel bekende filosoof, Friedrich Nietzsche (1844-1900), schreef een kort verhaaltje waarin hij duidelijk maakte wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Hij was zelf iemand die God ook doodverklaarde. Hij doorzag de gevolgen. Gevolgen die we nu in onze omgeving zien. Gevolgen die ook verklaren hoe op een bepaald moment deze ontwikkeling zich zowel in bepaalde landen als in kerken met grote snelheid voltrekt. Ook als je kerken op een bepaald moment heel snel van kleur ziet verschieten.
Verhaal de dwaze jongen
Friedrich Nietzsche schreef dit verhaal in de tachtiger jaren van de 19e eeuw. Dus ongeveer honderdveertig jaar geleden. In een tijd dat er nog veel mensen over God spraken. Nog veel mensen hadden normen die deden denken aan wat je in de Bijbel leest. Ook een tijd waarin velen in kerken de Bijbel onder kritiek stelden. Ze geloofden nog in een god. Maar dan wel een god die aangepast was aan eigen denken. Een god die zich moest aanpassen aan wat het menselijk verstand en gevoel zegt. Een gevoel en verstand dat al meer op drift raakte en zich niet meer wilde voegen naar wat de HEERE als Zijn wil liet zien in Zijn Woord. Godsdienst werd al meer een spreken over God, waarin die god zich moest aanpassen aan de mens die al meer op de troon ging zitten.
Hieronder lees je het verhaal dat Nietzsche toen schreef.
"Hebben jullie niet van deze dwaas gehoord, die op klaarlichte ochtend een lantaarn aanstak, de markt opliep en onophoudelijk schreeuwde: 'Ik zoek God! Ik zoek God!' Omdat daar juist velen bijeenstonden die niet in God geloofden, veroorzaakte hij een bulderend gelach. 'Is Hij dan soms verdwenen?' vroeg de een. 'Is Hij soms verdwaald, als een kind?' vroeg de ander. 'Of heeft Hij zich verstopt? Is Hij bang voor ons? Is Hij scheep gegaan, geëmigreerd?', zo schreeuwden en lachten zij door elkaar heen.
De dwaas sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. 'Waar God is?' riep hij. 'Ik zal het jullie vertellen! Wij hebben Hem gedood; jullie en ik. Wij allen zijn Zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben we het klaargespeeld om de zee leeg te drinken? Wie gaf ons de spons waarmee we de hele horizon konden wegvegen? Wat deden we eigenlijk toen we de ketenen tussen deze aarde en haar zon losmaakten? Waar begeeft zij zich nu heen? Waar begeven wij ons heen? Weg van alle zonnen? Maken wij niet één onafgebroken val? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet rond, als door een oneindig niets? Worden wij niet door de lege ruimte beademd? Is het niet kouder geworden? Wordt de nacht niet steeds langer en dieper? Moeten er niet 's ochtends al lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers die God begraven? Ruiken we nog niets van goddelijke ontbinding? Ook goden gaan namelijk tot ontbinding over! God is dood! God blijft dood! En wij hebben Hem gedood.'
Nietzsche en "De dwaas" - "God is dood"
'Waar vinden wij troost, wij moordenaars aller moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusverre bezeten heeft, is onder onze messen doodgebloed; wie zal dit bloed van ons afwissen? Met welk water kunnen wij ons schoonwassen? Welke verzoeningsfeesten, welke heilige spelen zullen we moeten bedenken? Gaat de grootheid van deze daad niet onze krachten te boven? Moeten we niet zelf goden worden, om haar op zijn minst waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad, en wie er ook na ons geboren zal worden, omwille van onze daad maakt hij deel uit van een geschiedenis die hoger is dan alle geschiedenis die er tot dusverre geweest is!'
Op dit moment zweeg de dwaas en keek zijn toehoorders weer aan: ook zij zwegen en wierpen hem verwonderde blikken toe. Ten slotte gooide hij zijn lantaarn op de grond. Die viel aan diggelen en doofde uit. 'Ik ben te vroeg,' sprak hij vervolgens, 'mijn tijd is nog niet gekomen. Deze kolossale gebeurtenis is nog maar net begonnen, ze is nog niet tot de oren van de mensen doorgedrongen...'"
Wat zegt Nietzsche hier?
Dat in zijn tijd de tijd nog niet rijp was om de gevolgen van het doodverklaren van God in te zien. Mensen zaten nog vast in eigen gewoonten. Ze spraken nog over God en veel normen waren nog gewoon. Maar het was niet meer dan wat we menselijk dachten en voelden. God als de Vader van Jezus Christus was er niet echt. De jongen met de lamp, die duidelijk maakt dat de consequenties veel verder gaan, wordt uitgelachen. De mensen zien nog niet in wat de wending van de geschiedenis door de Verlichting gaat betekenen. Er blijft niets en vooral niemand over die ons kan laten zien wat goed en verkeerd is, wat echt en niet echt is. We verliezen de waarheid die ons leven steeds weer stuur geeft. Het fundament voor een leven dat ons de goede weg wijst, verdwijnt. We zijn aan onszelf overgeleverd. Onszelf tot norm geworden, zoals we dat ook in Romeinen 1 lezen. Het gevolg is dat we nu leven in een tijd waarin ieder zijn of haar eigen waarheid heeft. Een tijd waarin de echte waarheid boven alles staat, maar waarin mijn eigen verstand en gevoel de dienst uitmaken. De mensen en de regels moeten zich aan mij aanpassen. Ik moet me goed kunnen voelen. Ik moet zo kunnen leven dat anderen mij niet onrustig kunnen maken. Moeten veranderen is er niet bij want ik heb mijn eigen waarheid. Dat betekent dat we vrijheid moeten hebben om onszelf te zijn en te blijven. Dat betekent ook dat mensen tegen elkaar gaan opstaan, omdat ik mijn ruimte moet houden om mezelf te zijn. Vooral geen regels en gesprekken over een leven volgens de ene norm die echt goed is.
Wat betekent dit voor kerken en leven uit geloof?
Wanneer deze dingen tot jou doordringen, zie je ook een deel van een verklaring waarom kerken binnen tientallen jaren kunnen veranderen van Bijbelgetrouw naar een kerk waar de Bijbel als Gods Woord niet meer het allesbeslissende gezag heeft. Ik denk nu aan o.a. de Gereformeerde kerken (synodaal) die in de PKN opgenomen zijn en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Je ziet hoe de druk van de omgeving, dat je al meer moet redeneren vanuit menselijk gevoel en verstand, al meer wint in de harten. Al meer wordt er zo gevoeld en daarna gedacht vanuit ons als mensen. Als er gezegd wordt dat dit leidt tot al meer leven los van Gods Woord, wordt dit eerst verworpen. Dat is echt niet aan de orde, wordt dan gezegd. Je wordt eigenlijk uitgelachen. Toch zie je het al verder gaan. Wat 20 jaar geleden voor onmogelijk werd gehouden, gebeurt toch! We kunnen God en Zijn Woord toch niet boven alles tellen. De wereld is toch veranderd?! De harten worden al meer meegenomen en dan moet God met Zijn normen worden zoals wij voelen en denken. Al meer vloeit geloof in God die boven alles staat en het altijd beter weet dan ons, weg. De Bijbel wordt al meer gezien als een mooi boek met toch wel moeilijke kanten. De Bijbel is toch vooral het resultaat van een bepaalde theologische ontwikkeling. Goed om van te leren, maar wij voelen en denken toch wel anders dan de Bijbelschrijvers. Het worden dan vooral menselijke Bijbelschrijvers maar God als de ene Spreken en Schrijver van de Bijbel als Zijn Woord komt al meer op de achtergrond te staan. Theologie als wetenschap zou dan bedreven kunnen worden alsof God niet bestaat. Het wordt allemaal menselijk en God verdwijnt al meer uit beeld. Als dat zich ontwikkelt, kan een kerk in sneltreinvaart van kleur verschieten. We raken de HEERE als de enig levende God en Christus als de Verlosser en Koning van ons leven al meer kwijt. Waarom zou je nog geloven? Het volgende geslacht ziet dat in veel gevallen niet meer in. Ik moet toch mijzelf kunnen zijn.
Dat leidt er ook toe dat we normen voor het leven gaan veranderen. Aanpassen aan hoe wij als mensen voelen en denken. Ook als het Woord van God er tegenover staat. Ik moet nu denken aan het argument dat de Bijbel duidelijk een seksuele verhouding tussen mensen van hetzelfde geslacht verbiedt. Een ethicus als professor de Bruijne laat zien dat de Bijbel zo spreekt. Toch vindt hij dat wat de Bijbel hierover zegt niet meer voor mensen in onze tijd geldt. Daarbij is bij hem een beslissend argument dat de mens na 1850 niet meer dezelfde mens is als voor die tijd. Wij zijn nu mensen geworden die veel meer op eigen gevoel varen. De geluiden zijn uit een andere wereld. De wereld waarin Gods norm boven alles stond en je daarin moest voegen. We zouden nu anders naar de dingen moeten kijken. Zonder dat hij niet meer over God en Christus wil spreken.
Ik zie hier de ontwikkeling zoals Nietzsche die tekent. Het is nog te vroeg om de consequentie te trekken. Het is een tussenstadium. Onze gevoelens zijn heel belangrijk geworden. Gods normen moeten vanwege ons aangepast worden, in plaats van dat wij ons laten gezeggen en om de Geest bidden om ons weer te voegen naar Gods geopenbaarde wil.
Niemand van ons is immuun voor deze ontwikkeling. Laten we niet bouwen op zogenaamde eigen trouw en behoudend zijn. Dat redt ons niet. We hebben biddend ons hart te bewaken, zodat we blijven luisteren naar de zuivere stem van Christus die door het Woord tot ons komt. Beeld van God zijn is daarbij heel erg belangrijk. Daarover in een volgend artikel.
1 Friedrich Nietzsche, De Gek,” De Vrolijke Wetenschap, paragraaf 125 (1882, 1887), in The Portable Nietzsche, vertaald door Walter Kaufmann (New York: Viking, 1954), p. 95-96.
WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ? (II)
Laat me niet los
De gedachte dat we rond 1850 andere mensen geworden zijn, laat me niet los. Zeker niet nu er in ons land duidelijk wordt dat in ziekenhuizen ook gezonde baby’s van tussen 22-24 weken geadopteerd gaan worden. Als je op dit laatste kritisch reageert, krijg je met felle reacties te maken.
Fel in de zin dat je anderen met deze mening onderdrukt en schuldig verklaart. Kritisch in de zin dat hier niet van moord sprake is, want volgens de wet in Nederland is dat toegestaan. Alle nadruk wordt gelegd op de vrijheid die we hebben om het ongeboren leven te kunnen weghalen als de geboorte daarvoor voor de moeder of de ouders samen een probleem is. De geboorte zou het leven moeilijk of moeilijker maken en dan moet het ongeboren leven kunnen wijken.
Er zijn ook mensen die het wel met je eens zijn, maar menen dat je God er niet bij moet halen.[1]
Zijn we andere mensen geworden? Zou dat ook niet het gevolg kunnen zijn van het werk van de Heilige Geest? Die ervoor heeft gezorgd dat we al meer oog hebben voor onze eigen persoonlijkheid en voor onze eigen gevoelens en verstand. Is het niet zo dat Geest ons als mens al meer laat ontwikkelen en al meer leert onszelf te laten zien? Leren we zo niet al meer authentiek te worden? Wees vooral jezelf en ontwikkel vooral jezelf is iets wat heel populair is in onze tijd. Dit soort woorden kan op veel instemming rekenen. Is de ontwikkeling dat we onze eigen normen hebben en ons niet door meer algemene normen en waarden laten sturen vooruitgang? Of zelfs het voortgaande werk van die Heilige Geest?
Hieronder enkele gedachten hierover.
Beeld van God
Mijn eerste opmerking is dat het voor wie met Christus in geloof verbonden is, onmogelijk is om God buiten je leven te houden. Gelovig zijn is niet maar een of andere godsdienst die vorm krijgt als je in de kerk of met Bijbelstudie bezig bent. Geloven in Christus betekent dat Hij de Heer en Meester van je hele leven is. Dat God niet maar iets spiritueels is, maar dat Hij de belangrijkste persoon van je leven is. Dat Christus jouw grote Geliefde is, die ik erken als het einde van alle tegenspraak. Als ik mijn leven in een geestelijk en een gewoon leven zou scheiden, houd ik God buiten een deel van mijn leven. Dan leef ik voor een deel in een schijnwereld. Dan doe ik geen recht aan wie God echt is. Hij is de Schepper van de hele schepping. Alles staat onder Zijn gezag. Hij weet wat echt goed is en eens moet ieder mens aan Hem verantwoording afleggen voor zijn of haar leven. Hij is God en Zijn wijsheid is groter dan die van de hele schepping samen. Daarbij komt dat Zijn normen altijd goed zijn. Hij is in- en ingoed en dat kun je van ons als mensen niet zeggen.
Als mensen hebben we een bijzondere positie op de wereld gekregen. Dat zien we al in het begin van de Bijbel. Daar lezen we dat de HEERE de schepping van de mens op een bijzondere manier formuleert. In Genesis 1 lezen we daarover: “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!” vs 26-28
In Genesis 2 lezen we: “Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” Vs 7
Daarna wordt ons verteld hoe op de zesde dag ook de vrouw gemaakt wordt. Zie vers 21-23. Samen zijn Adam en Eva de eerste mensen op aarde. Zij laten het beeld van God zien en krijgen de opdracht om dat samen met hun nakomelingen te blijven doen. De mens is geroepen om de kroon op Gods schepping te zijn en steeds weer in alles wat zij doen naar God te verwijzen.
Hoe is de mens beeld van God? Niet door God te willen zijn, maar wel Zijn beeld. Dat betekent o.a. dat we als mensen ons leven inrichten volgens Gods regels. Hij laat door Zijn onderwijs en regels zien hoe we Zijn beeld op aarde laten zien. Het mooie en goede van de regels wordt o.a. bejubeld in Psalm 119. Na de zondeval (Genesis 3) worden die regels nog belangrijker. Niet als bedreiging, maar als de regels die ons leren leven zoals het goed is. Al is er in ons zondige hart nog zoveel weerstand. Gods regels wijzen ons de goede weg, ook als wij anders willen. Dat zie je bijvoorbeeld in Jakobus 3, waar het verkeerd gebruik van je mond en tong aan de orde wordt gesteld. We lezen daar in vers 8-10: “Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif. Door haar loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.”
Beeld van God zijn is o.a. dat we ons leven, ons verstand en gevoel willen laten vormen door Gods regels. Door Zijn wil.
Daarbij moeten we bedenken dat God altijd dezelfde blijft. Hij verandert niet. Hij is de God die echt voor 100% goed is! Gelukkig verandert Hij nooit. Dat wordt in Jakobus 1 zo onder woorden gebracht: “Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood. Dwaal niet, mijn geliefde broeders! Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” vs 13-18
Niet dwalen betekent dat we echt beeld van God willen zijn en niet als God willen zijn. Dat laatste zien we in onze tijd en samenleving al meer gebeuren. We willen onze eigen god zijn en er mag geen God boven ons staan die ons vertelt wat een goed leven is.
Als God willen zijn
Wat is de verleiding waar de eerste mensen mee te maken kregen? Dat lezen we in Genesis 3. De duivel komt dan door een slang naar de mens met deze woorden: “Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.” vs 4-6
Kort gezegd is de leugen van de duivel: God kent goed en kwaad, terwijl het kwaad altijd buiten Hem staat en door Hem gehaat en gestraft wordt. Bij de mens wordt het door het eten van de boom van kennis van goed en kwaad zo: het kwaad, het zondige, het verkeerde gaat wonen in zijn hart. Hij gaat het verkeerde, dat wat het leven van anderen en hemzelf verwoest, doen. De duivel geniet daarvan. De mens laat niet meer het beeld van God zien, maar het beeld van de duivel. Zie Johannes 8:43-45
In onze tijd krijgt dat vooral vorm door twee bewegingen die elkaar versterken.
De eerste is de evolutietheorie. We schuiven God als de Schepper van alle dingen aan de kant. De schepping kan alleen hebben plaatsgevonden op een manier die voor ons verklaarbaar is. Dat geldt ook als we spreken over een door geleide evolutie. Dat klinkt heel goed, maar het blijft zo dat God het moet hebben gedaan zoals het voor ons verklaarbaar moet zijn. Hier klopt ook de redenering niet dat we vanuit de natuur naar God moeten kunnen terugredeneren. Wat wij in de natuur ontdekken, zou niet in tegenspraak kunnen zijn met wie God is.
Het eerste wat we hier moeten bedenken, is dat de zonde ons leven is binnengekomen en ook de gevolgen daarvan. Tot in de natuur toe. Geweld en dood zijn nu het gevolg van de zonde, maar waren geen deel van Gods goede schepping!
Ten tweede gaat Gods weg boven ons verstand uit. Gods wegen zijn hoger dan onze wegen. We kunnen de HEERE niet narekenen. Hij is groter dan wij. Dat gold zelfs voor de mens voor de zondeval. Dat geldt voor Gods werk in schepping en verlossing. Zie hierbij o.a. Jesaja 55:7-9, Romeinen 11:33-36 en 1 Korinthe 2:7-16
Gods werk vraagt om bewondering en dankbare aanvaarding. Evolutietheorieën brengen ons terug naar de menselijke maat. Een mens die in zijn verklaring van de schepping als god wil zijn en daarom de werkelijkheid niet ziet. Die daarom geen beeld van God is. Ook een mens die gaat geloven dat de mens zich zo ontwikkelt dat hij beter wordt. Dat de mens door eigen gevoel en verstand al meer laten spreken een ander mens wordt. We noemen dat in onze tijd vaak dat we al meer authentiek leren zijn. Het draait om ons gevoel en de manier waarop wij denken. Dat zou vooruitgang zijn. We zouden moeten leren, ook als we gelovig zijn, veel dingen te benaderen alsof God er niet was. Wetenschap zou zijn dat je de dingen onderzoekt alsof God er niet is. In werkelijkheid bedrieg je dan jezelf. Je gaat niet uit van de werkelijkheid, want God leeft! Hij is niet dood. Een werkelijkheid voorstellen alsof Christus er niet is en niet werkt, is een leugen. Je stelt jezelf buiten de werkelijkheid. Evolutietheorieën bevorderen deze manier van denken.
De tweede ontwikkeling die ik wil noemen is de aandacht voor al meer jezelf zijn en jezelf verwerkelijken. Het ik komt al meer in het middelpunt te staan. Mijn gevoel, mijn doelen in het leven. De manier waarop ik denk. Als de goede regels van God tegen mijn gevoelens, gedachten en streven ingaan, moeten die regels wijken. Ik wil niet dat die mij en anderen vormen, want dan voel ik grenzen en die wil ik niet aanvaarden. Ik wil vrij zijn zoals ik denk en voel. Ik ben god en God is dat niet. Daarom moet Hij of dood zijn of Hij moet zich aan mij als god aanpassen. Hij mag mij helpen als ik er niet uitkom of geen toekomst zie, maar Hij mag mij niet laten zien wat de echt goede weg is. Hij mag mij door Zijn Geest niet vormen volgens Zijn wil. De geest moet mij laten geloven dat de geest van de tijd Zijn wil is. Dan kan ik tenminste mijn eigen god zijn.
Een van de gebieden van het leven waar we deze ontwikkeling zo duidelijk zien, is seksualiteit. Doorwerking van God doodverklaren. Zijn beeld zijn op het gebied van de seksualiteit heeft Hij zo duidelijk gegeven in het paradijs: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.” vs 24
Waar heeft de HEERE seksualiteit een plaats gegeven? Hoe laten we Gods beeld zien als het om de door Hem gegeven seksualiteit gaat? Zo: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.”
Een man en vrouw die samen in trouw aan elkaar leven en dan de eenwording tot in de vereniging van hun lichamen mogen beleven. Geen derde in het spel. Geen seks met wisselende partners. Geen seksualiteit buiten de band van liefde tussen een man en vrouw in het huwelijk. Zo duidelijk en eenvoudig. Wat is het gevolg van onze eigen god zijn en de seksualiteit zien als iets voor eigen genot en ontspanning? Het gevolg is dat we de ander al meer als gebruiksvoorwerp zien. Wij moeten ons gelukkig voelen; voor ons moet het bevrediging brengen. Dat wordt de norm. Pornografie is daarvan het uiteindelijke resultaat. Seksualiteit gaat dan een deel of heel onze persoonlijkheid bepalen. In plaats van een leven in liefde, bewondering en in dienst aan Christus.
Dit moest mij van het hart. Een volgende keer weer verder.
[1] Zie voor reacties mijn plaatsing op Facebook van 14 juli 2026 en hoe daarop gereageerd is.