WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ?

WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ? (I) 

Dit worden korte artikelen waarin ik mijn gedachten op een rij wil zetten. Met het doel om dit later in een langer artikel tot een geheel te maken. Een van mijn bedoelingen is om onze eigen tijd te peilen en dan te zien wat het juist in onze tijd betekent om voor Christus te leven. Wat het betekent om beeld van God te zijn.

Een van de dingen die in onze tijd een grote rol speelt, is dat velen menen dat God niet bestaat. Dat God voor ons en onze samenleving dood is. Dat wij andere mensen zijn geworden dan mensen die voor 1850 leefden. Dit zou vooral voor de mensen gelden die in de Westerse wereld leven.

Buiten ons als mensen om zou er eigenlijk geen echte norm voor ons leven zijn. We zijn onze eigen norm. Met afwisselend als norm hoe wij denken of hoe wij voelen. Een echte vaststaande norm zou er niet zijn.  God, als die God die de norm stelt met daarbij horende regels, zou achter ons liggen.  In de tweede helft van de 18e eeuw kwam de beweging van de Verlichting op. Het licht van ons eigen verstand en gevoel zou het echte licht verspreiden. Vanaf de Franse Revolutie aan het einde van de 18e eeuw werd duidelijk dat deze beweging al meer kracht kreeg.

Wat betekent het als je Christus, als je God dood verklaart en de mens met zijn eigen gedachten en gevoelens op de troon zet? Dan wordt de mens al meer zichzelf tot norm. Dan hebben mensen hun eigen waarheid. Verder kom je dan niet. Je ziet het in onze tijd sterk doorwerken.

Een heel bekende filosoof, Friedrich Nietzsche (1844-1900), schreef een kort verhaaltje waarin hij duidelijk maakte wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Hij was zelf iemand die God ook doodverklaarde. Hij doorzag de gevolgen. Gevolgen die we nu in onze omgeving zien. Gevolgen die ook verklaren hoe op een bepaald moment deze ontwikkeling zich zowel in bepaalde landen als in kerken  met grote snelheid voltrekt. Ook als je kerken op een bepaald moment heel snel van kleur ziet verschieten.

 

Verhaal  de dwaze jongen

 Friedrich Nietzsche schreef dit verhaal in de tachtiger jaren van de 19e eeuw. Dus ongeveer honderdveertig jaar geleden. In een tijd dat er nog veel mensen over God spraken. Nog veel mensen hadden normen die deden denken aan wat je in de Bijbel leest. Ook een tijd waarin velen in kerken de Bijbel onder kritiek stelden. Ze geloofden nog in een god. Maar dan wel een god die aangepast was aan eigen denken. Een god die zich moest aanpassen aan wat het menselijk verstand en gevoel zegt. Een gevoel en verstand dat al meer op drift raakte en zich niet meer wilde voegen naar wat de HEERE als Zijn wil liet zien in Zijn Woord. Godsdienst werd al meer een spreken over God, waarin die god zich moest aanpassen aan de mens die al meer op de troon ging zitten.

Hieronder lees je het verhaal dat Nietzsche toen schreef. 

"Hebben jullie niet van deze dwaas gehoord, die op klaarlichte ochtend een lantaarn aanstak, de markt opliep en onophoudelijk schreeuwde: 'Ik zoek God! Ik zoek God!' Omdat daar juist velen bijeenstonden die niet in God geloofden, veroorzaakte hij een bulderend gelach. 'Is Hij dan soms verdwenen?' vroeg de een. 'Is Hij soms verdwaald, als een kind?' vroeg de ander. 'Of heeft Hij zich verstopt? Is Hij bang voor ons? Is Hij scheep gegaan, geëmigreerd?', zo schreeuwden en lachten zij door elkaar heen.

De dwaas sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. 'Waar God is?' riep hij. 'Ik zal het jullie vertellen! Wij hebben Hem gedood; jullie en ik. Wij allen zijn Zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben we het klaargespeeld om de zee leeg te drinken? Wie gaf ons de spons waarmee we de hele horizon konden wegvegen? Wat deden we eigenlijk toen we de ketenen tussen deze aarde en haar zon losmaakten? Waar begeeft zij zich nu heen? Waar begeven wij ons heen? Weg van alle zonnen? Maken wij niet één onafgebroken val? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet rond, als door een oneindig niets? Worden wij niet door de lege ruimte beademd? Is het niet kouder geworden? Wordt de nacht niet steeds langer en dieper? Moeten er niet 's ochtends al lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers die God begraven? Ruiken we nog niets van goddelijke ontbinding? Ook goden gaan namelijk tot ontbinding over! God is dood! God blijft dood! En wij hebben Hem gedood.'

 

Nietzsche en "De dwaas" - "God is dood"
'Waar vinden wij troost, wij moordenaars aller moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusverre bezeten heeft, is onder onze messen doodgebloed; wie zal dit bloed van ons afwissen? Met welk water kunnen wij ons schoonwassen? Welke verzoeningsfeesten, welke heilige spelen zullen we moeten bedenken? Gaat de grootheid van deze daad niet onze krachten te boven? Moeten we niet zelf goden worden, om haar op zijn minst waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad, en wie er ook na ons geboren zal worden, omwille van onze daad maakt hij deel uit van een geschiedenis die hoger is dan alle geschiedenis die er tot dusverre geweest is!'

Op dit moment zweeg de dwaas en keek zijn toehoorders weer aan: ook zij zwegen en wierpen hem verwonderde blikken toe. Ten slotte gooide hij zijn lantaarn op de grond. Die viel aan diggelen en doofde uit. 'Ik ben te vroeg,' sprak hij vervolgens, 'mijn tijd is nog niet gekomen. Deze kolossale gebeurtenis is nog maar net begonnen, ze is nog niet tot de oren van de mensen doorgedrongen...'"

 

Wat zegt Nietzsche hier?

 Dat in zijn tijd de tijd nog niet rijp was om de gevolgen van het doodverklaren van God in te zien. Mensen zaten nog vast in eigen gewoonten. Ze spraken nog over God en veel normen waren nog gewoon. Maar het was niet meer dan wat we menselijk dachten en voelden. God als de Vader van Jezus Christus was er niet echt. De jongen met de lamp, die duidelijk maakt dat de consequenties veel verder gaan, wordt uitgelachen. De mensen zien nog niet in wat de wending van de geschiedenis door de Verlichting gaat betekenen. Er blijft niets en vooral niemand over die ons kan laten zien wat goed en verkeerd is, wat echt en niet echt is. We verliezen de waarheid die ons leven steeds weer stuur geeft. Het fundament voor een leven dat ons de goede weg wijst, verdwijnt. We zijn aan onszelf overgeleverd. Onszelf tot norm geworden, zoals we dat ook in Romeinen 1 lezen. Het gevolg is dat we nu leven in een tijd waarin ieder zijn of haar eigen waarheid heeft. Een tijd waarin de echte waarheid boven alles staat, maar waarin mijn eigen verstand en gevoel de dienst uitmaken. De mensen en de regels moeten zich aan mij aanpassen. Ik moet me goed kunnen voelen. Ik moet zo kunnen leven dat anderen mij niet onrustig kunnen maken. Moeten veranderen is er niet bij want ik heb mijn eigen waarheid. Dat betekent dat we vrijheid moeten hebben om onszelf te zijn en te blijven. Dat betekent ook dat mensen tegen elkaar gaan opstaan, omdat ik mijn ruimte moet houden om mezelf te zijn. Vooral geen regels en gesprekken over een leven volgens de ene norm die echt goed is. 

 Wat betekent dit voor kerken en leven uit geloof?

Wanneer deze dingen tot jou doordringen, zie je ook een deel van een verklaring waarom kerken binnen tientallen jaren kunnen veranderen van Bijbelgetrouw naar een kerk waar de Bijbel als Gods Woord niet meer het allesbeslissende gezag heeft. Ik denk nu aan o.a. de Gereformeerde kerken (synodaal) die in de PKN opgenomen zijn en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Je ziet hoe de druk van de omgeving, dat je al meer moet redeneren vanuit menselijk gevoel en verstand, al meer wint in de harten. Al meer wordt er zo gevoeld en daarna gedacht vanuit ons als mensen. Als er gezegd wordt dat dit leidt tot al meer leven los van Gods Woord, wordt dit eerst verworpen. Dat is echt niet aan de orde, wordt dan gezegd. Je wordt eigenlijk uitgelachen. Toch zie je het al verder gaan. Wat 20 jaar geleden voor onmogelijk werd gehouden, gebeurt toch! We kunnen God en Zijn Woord toch niet boven alles tellen. De wereld is toch veranderd?! De harten worden al meer meegenomen en dan moet God met Zijn normen worden zoals wij voelen en denken. Al meer vloeit geloof in God die boven alles staat en het altijd beter weet dan ons, weg. De Bijbel wordt al meer gezien als een mooi boek met toch wel moeilijke kanten. De Bijbel is toch vooral het resultaat van een bepaalde theologische ontwikkeling. Goed om van te leren, maar wij voelen en denken toch wel anders dan de Bijbelschrijvers. Het worden dan vooral menselijke Bijbelschrijvers maar God als de ene Spreken en Schrijver van de Bijbel als Zijn Woord komt al meer op de achtergrond te staan. Theologie als wetenschap zou dan bedreven kunnen worden alsof God niet bestaat. Het wordt allemaal menselijk en God verdwijnt al meer uit beeld. Als dat zich ontwikkelt, kan een kerk in sneltreinvaart van kleur verschieten. We raken de HEERE als de enig levende God en Christus als de Verlosser en Koning van ons leven al meer kwijt. Waarom zou je nog geloven? Het volgende geslacht ziet dat in veel gevallen niet meer in. Ik moet toch mijzelf kunnen zijn.

Dat leidt er ook toe dat we normen voor het leven gaan veranderen. Aanpassen aan hoe wij als mensen voelen en denken. Ook als het Woord van God er tegenover staat. Ik moet nu denken aan het argument dat de Bijbel duidelijk een seksuele verhouding  tussen mensen van hetzelfde geslacht verbiedt. Een ethicus als professor de Bruijne laat zien dat de Bijbel zo spreekt. Toch vindt hij dat wat de Bijbel hierover zegt niet meer voor mensen in onze tijd geldt. Daarbij is bij hem een beslissend argument dat de mens na 1850 niet meer dezelfde mens is als voor die tijd. Wij zijn nu mensen geworden die veel meer op eigen gevoel varen. De geluiden zijn uit een andere wereld. De wereld waarin Gods norm boven alles stond en je daarin moest voegen. We zouden nu anders naar de dingen moeten kijken. Zonder dat hij niet meer over God en Christus wil spreken.

Ik zie hier de ontwikkeling zoals Nietzsche die tekent. Het is nog te vroeg om de consequentie te trekken. Het is een tussenstadium. Onze gevoelens zijn heel belangrijk geworden. Gods normen moeten vanwege ons aangepast worden, in plaats van dat wij ons laten gezeggen en om de Geest bidden om ons weer te voegen naar Gods geopenbaarde wil.

Niemand van ons is immuun voor deze ontwikkeling. Laten we niet bouwen op zogenaamde eigen trouw en behoudend zijn. Dat redt ons niet. We hebben biddend ons hart te bewaken, zodat we blijven luisteren naar de zuivere stem van Christus die door het Woord tot ons komt. Beeld van God zijn is daarbij heel erg belangrijk. Daarover in een volgend artikel.

 

1 Friedrich Nietzsche, De Gek,” De Vrolijke Wetenschap, paragraaf 125 (1882, 1887), in The Portable Nietzsche, vertaald door Walter Kaufmann (New York: Viking, 1954), p. 95-96.