WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ?
WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ? (I)
Dit worden korte artikelen waarin ik mijn gedachten op een rij wil zetten. Met het doel om dit later in een langer artikel tot een geheel te maken. Een van mijn bedoelingen is om onze eigen tijd te peilen en dan te zien wat het juist in onze tijd betekent om voor Christus te leven. Wat het betekent om beeld van God te zijn.
Een van de dingen die in onze tijd een grote rol speelt, is dat velen menen dat God niet bestaat. Dat God voor ons en onze samenleving dood is. Dat wij andere mensen zijn geworden dan mensen die voor 1850 leefden. Dit zou vooral voor de mensen gelden die in de Westerse wereld leven.
Buiten ons als mensen om zou er eigenlijk geen echte norm voor ons leven zijn. We zijn onze eigen norm. Met afwisselend als norm hoe wij denken of hoe wij voelen. Een echte vaststaande norm zou er niet zijn. God, als die God die de norm stelt met daarbij horende regels, zou achter ons liggen. In de tweede helft van de 18e eeuw kwam de beweging van de Verlichting op. Het licht van ons eigen verstand en gevoel zou het echte licht verspreiden. Vanaf de Franse Revolutie aan het einde van de 18e eeuw werd duidelijk dat deze beweging al meer kracht kreeg.
Wat betekent het als je Christus, als je God dood verklaart en de mens met zijn eigen gedachten en gevoelens op de troon zet? Dan wordt de mens al meer zichzelf tot norm. Dan hebben mensen hun eigen waarheid. Verder kom je dan niet. Je ziet het in onze tijd sterk doorwerken.
Een heel bekende filosoof, Friedrich Nietzsche (1844-1900), schreef een kort verhaaltje waarin hij duidelijk maakte wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Hij was zelf iemand die God ook doodverklaarde. Hij doorzag de gevolgen. Gevolgen die we nu in onze omgeving zien. Gevolgen die ook verklaren hoe op een bepaald moment deze ontwikkeling zich zowel in bepaalde landen als in kerken met grote snelheid voltrekt. Ook als je kerken op een bepaald moment heel snel van kleur ziet verschieten.
Verhaal de dwaze jongen
Friedrich Nietzsche schreef dit verhaal in de tachtiger jaren van de 19e eeuw. Dus ongeveer honderdveertig jaar geleden. In een tijd dat er nog veel mensen over God spraken. Nog veel mensen hadden normen die deden denken aan wat je in de Bijbel leest. Ook een tijd waarin velen in kerken de Bijbel onder kritiek stelden. Ze geloofden nog in een god. Maar dan wel een god die aangepast was aan eigen denken. Een god die zich moest aanpassen aan wat het menselijk verstand en gevoel zegt. Een gevoel en verstand dat al meer op drift raakte en zich niet meer wilde voegen naar wat de HEERE als Zijn wil liet zien in Zijn Woord. Godsdienst werd al meer een spreken over God, waarin die god zich moest aanpassen aan de mens die al meer op de troon ging zitten.
Hieronder lees je het verhaal dat Nietzsche toen schreef.
"Hebben jullie niet van deze dwaas gehoord, die op klaarlichte ochtend een lantaarn aanstak, de markt opliep en onophoudelijk schreeuwde: 'Ik zoek God! Ik zoek God!' Omdat daar juist velen bijeenstonden die niet in God geloofden, veroorzaakte hij een bulderend gelach. 'Is Hij dan soms verdwenen?' vroeg de een. 'Is Hij soms verdwaald, als een kind?' vroeg de ander. 'Of heeft Hij zich verstopt? Is Hij bang voor ons? Is Hij scheep gegaan, geëmigreerd?', zo schreeuwden en lachten zij door elkaar heen.
De dwaas sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. 'Waar God is?' riep hij. 'Ik zal het jullie vertellen! Wij hebben Hem gedood; jullie en ik. Wij allen zijn Zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben we het klaargespeeld om de zee leeg te drinken? Wie gaf ons de spons waarmee we de hele horizon konden wegvegen? Wat deden we eigenlijk toen we de ketenen tussen deze aarde en haar zon losmaakten? Waar begeeft zij zich nu heen? Waar begeven wij ons heen? Weg van alle zonnen? Maken wij niet één onafgebroken val? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet rond, als door een oneindig niets? Worden wij niet door de lege ruimte beademd? Is het niet kouder geworden? Wordt de nacht niet steeds langer en dieper? Moeten er niet 's ochtends al lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers die God begraven? Ruiken we nog niets van goddelijke ontbinding? Ook goden gaan namelijk tot ontbinding over! God is dood! God blijft dood! En wij hebben Hem gedood.'
Nietzsche en "De dwaas" - "God is dood"
'Waar vinden wij troost, wij moordenaars aller moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusverre bezeten heeft, is onder onze messen doodgebloed; wie zal dit bloed van ons afwissen? Met welk water kunnen wij ons schoonwassen? Welke verzoeningsfeesten, welke heilige spelen zullen we moeten bedenken? Gaat de grootheid van deze daad niet onze krachten te boven? Moeten we niet zelf goden worden, om haar op zijn minst waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad, en wie er ook na ons geboren zal worden, omwille van onze daad maakt hij deel uit van een geschiedenis die hoger is dan alle geschiedenis die er tot dusverre geweest is!'
Op dit moment zweeg de dwaas en keek zijn toehoorders weer aan: ook zij zwegen en wierpen hem verwonderde blikken toe. Ten slotte gooide hij zijn lantaarn op de grond. Die viel aan diggelen en doofde uit. 'Ik ben te vroeg,' sprak hij vervolgens, 'mijn tijd is nog niet gekomen. Deze kolossale gebeurtenis is nog maar net begonnen, ze is nog niet tot de oren van de mensen doorgedrongen...'"
Wat zegt Nietzsche hier?
Dat in zijn tijd de tijd nog niet rijp was om de gevolgen van het doodverklaren van God in te zien. Mensen zaten nog vast in eigen gewoonten. Ze spraken nog over God en veel normen waren nog gewoon. Maar het was niet meer dan wat we menselijk dachten en voelden. God als de Vader van Jezus Christus was er niet echt. De jongen met de lamp, die duidelijk maakt dat de consequenties veel verder gaan, wordt uitgelachen. De mensen zien nog niet in wat de wending van de geschiedenis door de Verlichting gaat betekenen. Er blijft niets en vooral niemand over die ons kan laten zien wat goed en verkeerd is, wat echt en niet echt is. We verliezen de waarheid die ons leven steeds weer stuur geeft. Het fundament voor een leven dat ons de goede weg wijst, verdwijnt. We zijn aan onszelf overgeleverd. Onszelf tot norm geworden, zoals we dat ook in Romeinen 1 lezen. Het gevolg is dat we nu leven in een tijd waarin ieder zijn of haar eigen waarheid heeft. Een tijd waarin de echte waarheid boven alles staat, maar waarin mijn eigen verstand en gevoel de dienst uitmaken. De mensen en de regels moeten zich aan mij aanpassen. Ik moet me goed kunnen voelen. Ik moet zo kunnen leven dat anderen mij niet onrustig kunnen maken. Moeten veranderen is er niet bij want ik heb mijn eigen waarheid. Dat betekent dat we vrijheid moeten hebben om onszelf te zijn en te blijven. Dat betekent ook dat mensen tegen elkaar gaan opstaan, omdat ik mijn ruimte moet houden om mezelf te zijn. Vooral geen regels en gesprekken over een leven volgens de ene norm die echt goed is.
Wat betekent dit voor kerken en leven uit geloof?
Wanneer deze dingen tot jou doordringen, zie je ook een deel van een verklaring waarom kerken binnen tientallen jaren kunnen veranderen van Bijbelgetrouw naar een kerk waar de Bijbel als Gods Woord niet meer het allesbeslissende gezag heeft. Ik denk nu aan o.a. de Gereformeerde kerken (synodaal) die in de PKN opgenomen zijn en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Je ziet hoe de druk van de omgeving, dat je al meer moet redeneren vanuit menselijk gevoel en verstand, al meer wint in de harten. Al meer wordt er zo gevoeld en daarna gedacht vanuit ons als mensen. Als er gezegd wordt dat dit leidt tot al meer leven los van Gods Woord, wordt dit eerst verworpen. Dat is echt niet aan de orde, wordt dan gezegd. Je wordt eigenlijk uitgelachen. Toch zie je het al verder gaan. Wat 20 jaar geleden voor onmogelijk werd gehouden, gebeurt toch! We kunnen God en Zijn Woord toch niet boven alles tellen. De wereld is toch veranderd?! De harten worden al meer meegenomen en dan moet God met Zijn normen worden zoals wij voelen en denken. Al meer vloeit geloof in God die boven alles staat en het altijd beter weet dan ons, weg. De Bijbel wordt al meer gezien als een mooi boek met toch wel moeilijke kanten. De Bijbel is toch vooral het resultaat van een bepaalde theologische ontwikkeling. Goed om van te leren, maar wij voelen en denken toch wel anders dan de Bijbelschrijvers. Het worden dan vooral menselijke Bijbelschrijvers maar God als de ene Spreken en Schrijver van de Bijbel als Zijn Woord komt al meer op de achtergrond te staan. Theologie als wetenschap zou dan bedreven kunnen worden alsof God niet bestaat. Het wordt allemaal menselijk en God verdwijnt al meer uit beeld. Als dat zich ontwikkelt, kan een kerk in sneltreinvaart van kleur verschieten. We raken de HEERE als de enig levende God en Christus als de Verlosser en Koning van ons leven al meer kwijt. Waarom zou je nog geloven? Het volgende geslacht ziet dat in veel gevallen niet meer in. Ik moet toch mijzelf kunnen zijn.
Dat leidt er ook toe dat we normen voor het leven gaan veranderen. Aanpassen aan hoe wij als mensen voelen en denken. Ook als het Woord van God er tegenover staat. Ik moet nu denken aan het argument dat de Bijbel duidelijk een seksuele verhouding tussen mensen van hetzelfde geslacht verbiedt. Een ethicus als professor de Bruijne laat zien dat de Bijbel zo spreekt. Toch vindt hij dat wat de Bijbel hierover zegt niet meer voor mensen in onze tijd geldt. Daarbij is bij hem een beslissend argument dat de mens na 1850 niet meer dezelfde mens is als voor die tijd. Wij zijn nu mensen geworden die veel meer op eigen gevoel varen. De geluiden zijn uit een andere wereld. De wereld waarin Gods norm boven alles stond en je daarin moest voegen. We zouden nu anders naar de dingen moeten kijken. Zonder dat hij niet meer over God en Christus wil spreken.
Ik zie hier de ontwikkeling zoals Nietzsche die tekent. Het is nog te vroeg om de consequentie te trekken. Het is een tussenstadium. Onze gevoelens zijn heel belangrijk geworden. Gods normen moeten vanwege ons aangepast worden, in plaats van dat wij ons laten gezeggen en om de Geest bidden om ons weer te voegen naar Gods geopenbaarde wil.
Niemand van ons is immuun voor deze ontwikkeling. Laten we niet bouwen op zogenaamde eigen trouw en behoudend zijn. Dat redt ons niet. We hebben biddend ons hart te bewaken, zodat we blijven luisteren naar de zuivere stem van Christus die door het Woord tot ons komt. Beeld van God zijn is daarbij heel erg belangrijk. Daarover in een volgend artikel.
1 Friedrich Nietzsche, De Gek,” De Vrolijke Wetenschap, paragraaf 125 (1882, 1887), in The Portable Nietzsche, vertaald door Walter Kaufmann (New York: Viking, 1954), p. 95-96.
WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ? (II)
Laat me niet los
De gedachte dat we rond 1850 andere mensen geworden zijn, laat me niet los. Zeker niet nu er in ons land duidelijk wordt dat in ziekenhuizen ook gezonde baby’s van tussen 22-24 weken geadopteerd gaan worden. Als je op dit laatste kritisch reageert, krijg je met felle reacties te maken.
Fel in de zin dat je anderen met deze mening onderdrukt en schuldig verklaart. Kritisch in de zin dat hier niet van moord sprake is, want volgens de wet in Nederland is dat toegestaan. Alle nadruk wordt gelegd op de vrijheid die we hebben om het ongeboren leven te kunnen weghalen als de geboorte daarvoor voor de moeder of de ouders samen een probleem is. De geboorte zou het leven moeilijk of moeilijker maken en dan moet het ongeboren leven kunnen wijken.
Er zijn ook mensen die het wel met je eens zijn, maar menen dat je God er niet bij moet halen.[1]
Zijn we andere mensen geworden? Zou dat ook niet het gevolg kunnen zijn van het werk van de Heilige Geest? Die ervoor heeft gezorgd dat we al meer oog hebben voor onze eigen persoonlijkheid en voor onze eigen gevoelens en verstand. Is het niet zo dat Geest ons als mens al meer laat ontwikkelen en al meer leert onszelf te laten zien? Leren we zo niet al meer authentiek te worden? Wees vooral jezelf en ontwikkel vooral jezelf is iets wat heel populair is in onze tijd. Dit soort woorden kan op veel instemming rekenen. Is de ontwikkeling dat we onze eigen normen hebben en ons niet door meer algemene normen en waarden laten sturen vooruitgang? Of zelfs het voortgaande werk van die Heilige Geest?
Hieronder enkele gedachten hierover.
Beeld van God
Mijn eerste opmerking is dat het voor wie met Christus in geloof verbonden is, onmogelijk is om God buiten je leven te houden. Gelovig zijn is niet maar een of andere godsdienst die vorm krijgt als je in de kerk of met Bijbelstudie bezig bent. Geloven in Christus betekent dat Hij de Heer en Meester van je hele leven is. Dat God niet maar iets spiritueels is, maar dat Hij de belangrijkste persoon van je leven is. Dat Christus jouw grote Geliefde is, die ik erken als het einde van alle tegenspraak. Als ik mijn leven in een geestelijk en een gewoon leven zou scheiden, houd ik God buiten een deel van mijn leven. Dan leef ik voor een deel in een schijnwereld. Dan doe ik geen recht aan wie God echt is. Hij is de Schepper van de hele schepping. Alles staat onder Zijn gezag. Hij weet wat echt goed is en eens moet ieder mens aan Hem verantwoording afleggen voor zijn of haar leven. Hij is God en Zijn wijsheid is groter dan die van de hele schepping samen. Daarbij komt dat Zijn normen altijd goed zijn. Hij is in- en ingoed en dat kun je van ons als mensen niet zeggen.
Als mensen hebben we een bijzondere positie op de wereld gekregen. Dat zien we al in het begin van de Bijbel. Daar lezen we dat de HEERE de schepping van de mens op een bijzondere manier formuleert. In Genesis 1 lezen we daarover: “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!” vs 26-28
In Genesis 2 lezen we: “Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.” Vs 7
Daarna wordt ons verteld hoe op de zesde dag ook de vrouw gemaakt wordt. Zie vers 21-23. Samen zijn Adam en Eva de eerste mensen op aarde. Zij laten het beeld van God zien en krijgen de opdracht om dat samen met hun nakomelingen te blijven doen. De mens is geroepen om de kroon op Gods schepping te zijn en steeds weer in alles wat zij doen naar God te verwijzen.
Hoe is de mens beeld van God? Niet door God te willen zijn, maar wel Zijn beeld. Dat betekent o.a. dat we als mensen ons leven inrichten volgens Gods regels. Hij laat door Zijn onderwijs en regels zien hoe we Zijn beeld op aarde laten zien. Het mooie en goede van de regels wordt o.a. bejubeld in Psalm 119. Na de zondeval (Genesis 3) worden die regels nog belangrijker. Niet als bedreiging, maar als de regels die ons leren leven zoals het goed is. Al is er in ons zondige hart nog zoveel weerstand. Gods regels wijzen ons de goede weg, ook als wij anders willen. Dat zie je bijvoorbeeld in Jakobus 3, waar het verkeerd gebruik van je mond en tong aan de orde wordt gesteld. We lezen daar in vers 8-10: “Maar de tong kan geen mens temmen. Ze is een niet te bedwingen kwaad, vol dodelijk vergif. Door haar loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komen zegen en vervloeking voort. Dit behoort niet zo te zijn, mijn broeders.”
Beeld van God zijn is o.a. dat we ons leven, ons verstand en gevoel willen laten vormen door Gods regels. Door Zijn wil.
Daarbij moeten we bedenken dat God altijd dezelfde blijft. Hij verandert niet. Hij is de God die echt voor 100% goed is! Gelukkig verandert Hij nooit. Dat wordt in Jakobus 1 zo onder woorden gebracht: “Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood. Dwaal niet, mijn geliefde broeders! Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” vs 13-18
Niet dwalen betekent dat we echt beeld van God willen zijn en niet als God willen zijn. Dat laatste zien we in onze tijd en samenleving al meer gebeuren. We willen onze eigen god zijn en er mag geen God boven ons staan die ons vertelt wat een goed leven is.
Als God willen zijn
Wat is de verleiding waar de eerste mensen mee te maken kregen? Dat lezen we in Genesis 3. De duivel komt dan door een slang naar de mens met deze woorden: “Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.” vs 4-6
Kort gezegd is de leugen van de duivel: God kent goed en kwaad, terwijl het kwaad altijd buiten Hem staat en door Hem gehaat en gestraft wordt. Bij de mens wordt het door het eten van de boom van kennis van goed en kwaad zo: het kwaad, het zondige, het verkeerde gaat wonen in zijn hart. Hij gaat het verkeerde, dat wat het leven van anderen en hemzelf verwoest, doen. De duivel geniet daarvan. De mens laat niet meer het beeld van God zien, maar het beeld van de duivel. Zie Johannes 8:43-45
In onze tijd krijgt dat vooral vorm door twee bewegingen die elkaar versterken.
De eerste is de evolutietheorie. We schuiven God als de Schepper van alle dingen aan de kant. De schepping kan alleen hebben plaatsgevonden op een manier die voor ons verklaarbaar is. Dat geldt ook als we spreken over een door geleide evolutie. Dat klinkt heel goed, maar het blijft zo dat God het moet hebben gedaan zoals het voor ons verklaarbaar moet zijn. Hier klopt ook de redenering niet dat we vanuit de natuur naar God moeten kunnen terugredeneren. Wat wij in de natuur ontdekken, zou niet in tegenspraak kunnen zijn met wie God is.
Het eerste wat we hier moeten bedenken, is dat de zonde ons leven is binnengekomen en ook de gevolgen daarvan. Tot in de natuur toe. Geweld en dood zijn nu het gevolg van de zonde, maar waren geen deel van Gods goede schepping!
Ten tweede gaat Gods weg boven ons verstand uit. Gods wegen zijn hoger dan onze wegen. We kunnen de HEERE niet narekenen. Hij is groter dan wij. Dat gold zelfs voor de mens voor de zondeval. Dat geldt voor Gods werk in schepping en verlossing. Zie hierbij o.a. Jesaja 55:7-9, Romeinen 11:33-36 en 1 Korinthe 2:7-16
Gods werk vraagt om bewondering en dankbare aanvaarding. Evolutietheorieën brengen ons terug naar de menselijke maat. Een mens die in zijn verklaring van de schepping als god wil zijn en daarom de werkelijkheid niet ziet. Die daarom geen beeld van God is. Ook een mens die gaat geloven dat de mens zich zo ontwikkelt dat hij beter wordt. Dat de mens door eigen gevoel en verstand al meer laten spreken een ander mens wordt. We noemen dat in onze tijd vaak dat we al meer authentiek leren zijn. Het draait om ons gevoel en de manier waarop wij denken. Dat zou vooruitgang zijn. We zouden moeten leren, ook als we gelovig zijn, veel dingen te benaderen alsof God er niet was. Wetenschap zou zijn dat je de dingen onderzoekt alsof God er niet is. In werkelijkheid bedrieg je dan jezelf. Je gaat niet uit van de werkelijkheid, want God leeft! Hij is niet dood. Een werkelijkheid voorstellen alsof Christus er niet is en niet werkt, is een leugen. Je stelt jezelf buiten de werkelijkheid. Evolutietheorieën bevorderen deze manier van denken.
De tweede ontwikkeling die ik wil noemen is de aandacht voor al meer jezelf zijn en jezelf verwerkelijken. Het ik komt al meer in het middelpunt te staan. Mijn gevoel, mijn doelen in het leven. De manier waarop ik denk. Als de goede regels van God tegen mijn gevoelens, gedachten en streven ingaan, moeten die regels wijken. Ik wil niet dat die mij en anderen vormen, want dan voel ik grenzen en die wil ik niet aanvaarden. Ik wil vrij zijn zoals ik denk en voel. Ik ben god en God is dat niet. Daarom moet Hij of dood zijn of Hij moet zich aan mij als god aanpassen. Hij mag mij helpen als ik er niet uitkom of geen toekomst zie, maar Hij mag mij niet laten zien wat de echt goede weg is. Hij mag mij door Zijn Geest niet vormen volgens Zijn wil. De geest moet mij laten geloven dat de geest van de tijd Zijn wil is. Dan kan ik tenminste mijn eigen god zijn.
Een van de gebieden van het leven waar we deze ontwikkeling zo duidelijk zien, is seksualiteit. Doorwerking van God doodverklaren. Zijn beeld zijn op het gebied van de seksualiteit heeft Hij zo duidelijk gegeven in het paradijs: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.” vs 24
Waar heeft de HEERE seksualiteit een plaats gegeven? Hoe laten we Gods beeld zien als het om de door Hem gegeven seksualiteit gaat? Zo: “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.”
Een man en vrouw die samen in trouw aan elkaar leven en dan de eenwording tot in de vereniging van hun lichamen mogen beleven. Geen derde in het spel. Geen seks met wisselende partners. Geen seksualiteit buiten de band van liefde tussen een man en vrouw in het huwelijk. Zo duidelijk en eenvoudig. Wat is het gevolg van onze eigen god zijn en de seksualiteit zien als iets voor eigen genot en ontspanning? Het gevolg is dat we de ander al meer als gebruiksvoorwerp zien. Wij moeten ons gelukkig voelen; voor ons moet het bevrediging brengen. Dat wordt de norm. Pornografie is daarvan het uiteindelijke resultaat. Seksualiteit gaat dan een deel of heel onze persoonlijkheid bepalen. In plaats van een leven in liefde, bewondering en in dienst aan Christus.
Dit moest mij van het hart. Een volgende keer weer verder.
[1] Zie voor reacties mijn plaatsing op Facebook van 14 juli 2026 en hoe daarop gereageerd is.
WAARVOOR LEVEN WIJ – WIE ZIJN WIJ? (III)
Beeld van God zijn door te luisteren
In dit artikel wil ik erop wijzen hoe je als mens nu leert om beeld van God te zijn. Wat heeft de HEERE ons gegeven om te weten en te leren om het beeld van God te vertonen? Dan is er verschil tussen de periode voor en na de zondeval. Het verschil zit erin dat we voor de zondeval als mens vanuit onszelf openstonden voor God, die ons dat leerde. De HEERE had ons gemaakt met een hart dat op Hem gericht was met liefde. Dat het van Hem verwachtte. Het was de Here God die de mens naar Zijn beeld maakte. Het was de HEERE die de mens de opdracht gaf wat hij moest doen en hoe hij moest leven. Het was de Schepper die Adam zijn vrouw gaf en duidelijk maakte hoe ze samen als Zijn beeld door het leven konden en moesten gaan. Adam en Eva kenden het geluid als de HEERE naar ze toekwam. Hij die als de volmaakte Vader naar Zijn kinderen kwam om ze steeds weer de goede weg te wijzen. Er was een heerlijke harmonie tussen de Here God en de mens als Zijn beeld. Adam en Eva wilden met hun hele hart vol liefde en eerbied naar God als hun Vader luisteren. Zo leefde de mens als Gods beeld. Door echt te luisteren naar Gods stem.
Dan verandert het radicaal. Wij als mensen kiezen voor een andere houding. Voor de houding dat we tegen God opstaan en niet meer Zijn kind en leerling willen zijn. We doen wat God niet wil. Wij hangen onze oren naar wat de duivel zegt. We willen als God zijn. Zelf God en geen beeld van God. Niet luisteren naar Gods stem, maar naar de stem en verlangens van ons eigen hart, dat een hart vol verkeerde dingen geworden is. Luisteren naar jezelf, jezelf zijn, sterk in je eigen kracht, baas van je eigen leven. Zo zijn we geworden. Luisteren naar Christus is iets wat door velen als minderwaardig, onderdrukkend, kinderachtig, het volgen van indianenverhalen gezien wordt.
Hoe gaan we met dat levensgevoel om? Ook als het om theologie gaat. Hoe gaan we in deze nieuwe situatie om met de Bijbel als het Woord van God? Dat is een beslissende vraag. Wat is de Bijbel eigenlijk? Daarover nu iets meer.
Blijf luisteren naar Gods stem!
In onze tijd is een bepaalde gedachte populair om ervoor te zorgen dat mensen met heel verschillende gedachten over de HEERE toch samen de Bijbel kunnen lezen. Samen ook als theologen kunnen werken. De afkorting die daarvoor gebruikt wordt is: TIS[1]
Dit is van oorsprong een Engelse afkorting. Toch kan het met dezelfde letters ook makkelijk in Nederlands weergegeven worden: THEOLOGISCHE INTERPRETATIE VAN DE SCHRIFT.
Dat klinkt goed. Er is ook vanuit deze woorden heel veel goeds te zeggen. Het laat zien dat de Bijbel niet zomaar een of ander menselijk boek is waarmee je kunt doen wat je wil. Deze woorden zijn ook helemaal goed en degelijk vanuit de Bijbel als Gods Woord in te vullen. Toch maak ik er een kritische opmerking bij. Dat doe ik omdat deze formulering er in onze tijd in veel gevallen voor moet zorgen dat we in de theologie kunnen samenwerken, terwijl we heel anders over de Bijbel denken. Op grond van wat de Geest in de Bijbel zegt, heeft de kerk van alle eeuwen vastgehouden aan de belijdenis dat de Bijbel het Woord van God is. Zie bijvoorbeeld artikel 2-7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat betekent o.a. dat de verhalen in de Bijbel gelezen worden als verhalen die weergeven wat er gebeurd en gezegd is.
Ik maak het met een voorbeeld duidelijk.
We aanvaarden samen de tekst in de Bijbel waarin over Jericho en het vallen van de muren van Jericho gesproken wordt. We aanvaarden samen dat dit niet voor niets in de Bijbel staat. Zie Jozua 6. Het verhaal over de val van de muren van Jericho staat in de Bijbel en heeft betekenis als het om God gaat. Daarin vinden mensen elkaar, daarin vinden theologen elkaar. Wat die betekenis is en wat er dan echt gebeurd is, blijft dan onderwerp van bespreking. Concreet betekent het dat vanuit TIS de een kan zeggen en schrijven dat de muren van Jericho echt gevallen zijn zonder dat mensen die muren aangevallen hebben. De ander kan zeggen en schrijven dat hij of zij denkt dat dit een verhaal is dat laat zien dat mensen toen de almacht van God wilden laten zien zonder dat die muren echt gevallen zijn. Een verhaal met een boodschap, maar niet echt gebeurd. Onze eenheid zou dan zijn dat we vanuit een of andere vorm van TIS redeneren. Zo zou je samen theologie kunnen bedrijven en niet zeggen dat een van de twee het verkeerd heeft. Is dat nu een echt goede oplossing? Ik ben ervan overtuigd dat dit een heel verkeerde oplossing is die ook in de theologie op een dwaalspoor brengt. De oorzaak is dat we de Bijbel als het Woord van God te weinig in rekening brengen. Natuurlijk komt er interpretatie om de hoek kijken als we het Woord van God willen begrijpen en uitleggen. Toch is het daarbij onopgeefbaar om te beginnen bij hoe de HEERE Zijn Woord geeft en dat dit onze verdere interpretatie en uitleg bepaalt. Het is juist zo belangrijk om te zien wat het betekent dat de Bijbel het Woord van God is. We moeten de vraag stellen of wat de HEERE vertelt ook echt is wat Hij zegt. Vertrouwen we Hem op Zijn Woord? Is het mogelijk om Gods stem voor vandaag te horen als we niet laten staan wat de Geest ons als feiten vertelt?
De HERE vertelt!
In onze tijd gaat het veel over een verhaal. Met een lelijk vaak gebruikt woord: een narratief. We kennen het verhaal van Nederland, het verhaal van de Tweede Wereldoorlog, het verhaal van het huis van Oranje en ga zo maar door. Er wordt ook veel gesproken over hoe onze eigen verhalen de verhalen van anderen raken en wat dit betekent.
Om echt naar de bron terug te gaan en daardoor ook de goede normen en waarden te ontdekken, moeten we terug naar het verhaal van God. Naar het verhaal van de Schepper van alle dingen. Als ik dit zo schrijf, kan het aanvoelen alsof ik toe wil naar een verhaal waar je allerlei dingen kunt doen. Waarbij je bijvoorbeeld van een deel van de vertelling kunt zeggen dat we te maken hebben met een vertelconventie waarbij het er niet om gaat dat de dingen ook zo gezegd of gebeurd zijn, omdat het om de boodschap gaat.
Die kant ga ik niet op. Dat is volgens mij ook een kant die we juist trouw aan Gods Woord niet op mogen gaan. Dan maken we ons eigen verhaal waarin dingen die we in de Bijbel lezen, moeten passen. Dan laten we ons niet meer gezeggen en leren daar wat de HEERE zelf ons vertelt.
Het is belangrijk om de woorden van God maximaal te laten klinken om zo door de Geest leerlingen van Christus te zijn. Het is belangrijk om vanuit wat de Geest ons vertelt ons te laten vormen. Ons laten vormen in hoe we wat God ons vertelt verstaan en uitleggen. Het begint bij wat de Geest ons zegt en vertelt. Het is belangrijk dat we niet bij onze eigen ideeën beginnen, maar bij wat de Geest ons door het Woord vertelt. Het is God die in Zijn Woord ons dingen vertelt die Hij ons meedeelt. Juist omdat wij zo weinig weten en nooit zoals God zullen en kunnen zijn, omdat in ons hart verkeerde ideeën leven, moeten we altijd bij Gods eigen Woord beginnen. Dat als gezaghebbend aanvaarden en vandaaruit denken. Bij je eigen hart en interpretatie beginnen betekent dat je verkeerd uitkomt. Als we bij God en Zijn openbaring beginnen, dan gaat de hemel open. Dan is het God die Zichzelf bekendmaakt en verklaart. Zie o.a. Joh. 1:18
Daarom naar God te luisteren die vertelt! De Bijbel als Woord van God is dat God aan het Woord is! Niet dat er een idee, een gedachte, een filosofie naar voren wordt gebracht. Het zijn Gods woorden en niet woorden die de Geest door een theologie en ervaringen van mensen gebruikt heeft om tot dat verhaal te komen. Ik ben ervan overtuigd dat we ook in gereformeerde kringen nog te veel vanuit theologische gedachten die gangbaar zijn werken en te weinig het volle gezag van het Woord van God tot recht laten komen. Dat betekent dat we ons steeds in de verdediging laten dringen en op een manier bezig zijn die ons aanvaardbaar moet maken voor de hoofdstroom van wat we theologie noemen.
Het is tijd om op te staan en om niet vanuit de verdediging aan de slag te gaan maar vanuit de woorden die concreet uit Gods mond komen en door de Geest een plaats in de Bijbel hebben gekregen.
Als ik zo schrijf, hoor ik al twee bezwaren klinken:
- Dan gaan we toch onwetenschappelijk bezig?
- Er is toch verschil tussen de preekstoel en de collegezaal?
- Wat is uiteindelijk wetenschappelijk? Sommige zeggen zelfs dat wetenschappelijk theologie bedrijven is dat je doet alsof God niet bestaat. Wetenschappelijk is dat je de grens trekt bij wat mensen hebben gedaan, wat mensen denken en voelen. Wat we in de schepping kunnen vinden. Wat voor ons op enige manier controleerbaar is.
Is dat de werkelijkheid? Ons antwoord kan niet anders zijn dan nee en nog eens nee! De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God! Psalm 14:1 Zonder het werk van God in het verleden, in het heden en in de toekomst in rekening te brengen, leven we in een schijnwereld. Dat is niet de werkelijkheid. Dan laten we theologie regeren door de duivel, die ons graag laat geloven dat een wereld zonder God echt is. De duivel is niet voor niets de leugenaar vanaf het begin! Wetenschap zonder God en Zijn openbaring laat je iets zien dat er niet is. Laat je niet het geheel zien waarin je dingen ontdekt.
2. Wat van het verschil tussen de preekstoel en de collegezaal?
Er is verschil. Bepaalde vragen zullen in collegezaal aan de orde komen die we niet op de preekstoel stellen of bespreken. In de collegezaal zullen we ons confronteren met kritische vragen, met theologen die een heel andere weg gaan. Er is verschil. Bepaalde vragen zullen in collegezaal aan de orde komen die we niet op de preekstoel stellen of bespreken. In de collegezaal zullen we ons confronteren met kritische vragen, met theologen die een heel andere weg gaan. We geven daar serieus aandacht aan. Met altijd weer de beslissende vragen van: Wat moeten we hierover denken vanuit Gods eigen Woord? Dan komen we ook voor vragen en zaken te staan waarop we niet meteen antwoord hebben.
Toch moeten we ook niet denken dat dingen die vanuit andere theologen, vanuit de geschiedenis, vanuit filosofie en gevoelens die spelen naar ons toe komen ook niet in de gemeente gaan leven. Vaak komt in een verdunde vorm allerlei gedachtegoed ook de gemeente binnen. Door gesprekken met anderen, door allerlei media die ons bereiken. Daarom is het zo goed en nodig om je daarmee in theologische opleiding en ook bij latere theologische ontwikkeling bezig te houden.
Het gaat hierbij namelijk ook om de eer van God. Ook voor de theologie geldt wat we in Hebreeën 11 lezen. Werkelijkheid en geloof kunnen vanuit de band aan Christus niet van elkaar losgemaakt worden. Dat geldt voor ieder persoonlijk, dat geldt voor een theoloog en dat geldt ook voor echte theologie in het algemeen. Ook hier geldt: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet. Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.” Vs 1,6
De Geest op Zijn Woord volgen
De Bijbel is Gods Woord. Elk woord van dat woord is doorademd met Gods adem. Zie o.a. 2 Tim 3:15-17. Daarom is elk woord in de Bijbel Woord van God. We beginnen dus niet bij de interpretatie, maar bij dat Woord zelf. Het is de Geest die ons op schoot trekt. Hij is het die de Vader Zijn verhaal laat vertellen. De Vader vertelt aan ons, die bedoeld zijn om beeld van God te zijn te vertellen wie Hij is, wat Hij gedaan heeft, doet en zal doen. Hij is het die ons vertelt dat en hoe Hij Zijn belofte van verlossing in de geschiedenis waarmaakt. Geen theologie die langzaam maar zeker vorm gekregen heeft, maar luisteren naar Gods stem die zegt wat er gebeurd is, hoe Hij ons als de enig levende en goede God laat zien wie Hij is!
Dat is de enige weg om echt beeld van God te kunnen zijn. Dan is de Bijbel geen grabbelton met teksten waaruit wij ons eigen beeld van God maken. Dan kan het niet zo zijn dat we vanuit wat wij denken dat mensen van onze tijd denken en voelen delen van Gods verhaal aan de kant schuiven. Dat we dan bijvoorbeeld zeggen dat de offerdienst in het Oude Testament en dat Christus in onze plaats de straf gedragen heeft mensen van onze tijd niet zo aanspreken en we het dus buiten beschouwing laten.[2]
Dan vervormen we het beeld en het verhaal van God zelf. Dan komen we uit bij een andere God en een andere Christus door onze interpretatie. Hierover is nog zo ontzettend veel te zeggen, maar dat ga ik nu niet doen. Mijn oproep is om al meer een echte gereformeerde theologie op te bouwen. Juist ook in onze eigen tijd met de vragen en gevoelens van mensen in onze tijd. Dat kan alleen als we niet bij de interpretatie beginnen, maar heel onbekommerd op schoot gaan zitten bij de Vader en naar hem luisteren, woord voor woord. Wat Hij vertelt, is waar. Zonder twijfel. Leerlingen van Christus zijn en woord voor woord luisteren wat Hij vertelt en hoe Hij het Oude Testament uitlegt. Niemand kan dat beter dan Hij. Dan niet eigenwijs zijn en allerlei theorieën ontwikkelen, maar wat Hij zegt geloven en vandaaruit denken en uitleggen. Altijd weer met het gebed: Heilige Geest, leer me om niet mijn interpretatie te volgen, maar mijn verstaan van Uw Woord te laten leiden door Uw Woord zelf. Ook als dat zo anders is dan ik voel en denk. Dank U, HEERE, dat U God bent en dat wij kortzichtige mensen U mogen volgen op Uw Woord. Maak ook de harten van theologen daartoe bereid!
[1] Een goede beschrijving van TIS is te vinden in: Beale, G.K. e.a. (red) Dictionary of the New Testament Use of the Old Testament 2023 Grand Rapids Baker Academic p. 839-844. Het artikel van van de hand van Kevin J. Vanhoozer.
[2] We zien hier een soort trend in onze tijd. Op verschillende manieren wordt Christus dragen van de straf in onze plaats of ontkent of naar de achtergrond geschoven. Daarbij is het opvallend dat er toch onbekommerd delen uit de Bijbel worden gebruikt. Dit wekt de indruk dat wat we in de Bijbel lezen als Woord van wordt geeerbiedigd terwijl daar zeker vragen te stellen zijn. Voorbeelden daarvan zijn
Paas, S. 2025 De weg van de vrede Utrecht KokBoekencentrum
Wells, S. 2022 De Gewonde God Utrecht KokBoekencentrum
Well, S, 2025 Constructing an Incarnational Theology Cambridge University Press
Wright, N.T. 2028 Goede Vrijdag Franeker Uitgeverij van Wijnen