De WEG: CHRISTUS EN DE DUIVEL

DE WEG: CHRISTUS EN DE DUIVEL 

 

Het is 21 januari 2026. Ik ben in Albany. In Australië. Op dit moment zonder mijn boeken. Dit en de volgende 2 artikelen zijn een soort hele lange mijmering. Met de Bijbel gelukkig wel bij de hand. De rust van de vakantie geeft juist veel om te overdenken.

 

Strijd 

We hebben op deze wereld met strijd te maken. De vrede wordt steeds weer verstoord. Dat geldt voor het wereldgebeuren en ook voor ons persoonlijk leven. Toch was die strijd er niet altijd. Er was een tijd van volledige vrede. Een tijd waarin op aarde niet werd gedacht aan strijd. Er was vrede met God, vrede onder elkaar, vrede van de mensen met de rest van de schepping. Je hoefde nergens bang voor te zijn. Een volledig ontspannen leven. Nog mooier dan we ons nu maar kunnen indenken. Dat is de situatie zoals we die lezen in Genesis 1 en 2.

Toch is het niet zo gebleven. De strijd met alle ellendige gevolgen is er gekomen. Wij weten uit ervaring niet beter. Waar vinden we het begin van die strijd en al de ellende die daaruit voortkomt?

Die is niet bij de HEERE als de Schepper te vinden. Hij is de Schepper van alle dingen. Zie:

Hij is de enige God. Hij is in- en ingoed. Zie o.a.: Mattheüs 19:17

Alles wat goed is, komt van Hem die alles gemaakt heeft, zie: Jakobus 1:16,17

De ellende komt niet van God. Dat er nog strijd tegen het kwaad is, is wel aan God te danken. Als we gaan kijken waar dat kwaad en die strijd vandaan komen, krijgen we met de duivel  te maken?

Wie is hij en waar komt hij vandaan? Spreekt zijn bestaan niet tegen dat God alles gemaakt heeft? Zijn er vanaf het begin niet twee machten die met elkaar de strijd aan gaan?

God heeft alles uit niets gemaakt! Hij zorgde voor het begin van de schepping. Hij sprak en het was er.

De hemel en de engelen waren er voor de aarde en de mensen. Zie Job 38:4-7. De Herziene Statenvertaling die ik voor dit artikel gebruik, spreekt in vers 7 over kinderen van God. Dat kan de indruk wekken dat het hier over mensen gaat. Het gaat hier om de tijd terwijl de HEERE bezig is de aarde gereed te maken voor de mens die erop kan wonen. De vertaling ‘zonen van God’ is hier beter. Het gaat hier om de engelen die vanuit de hemel zien hoe God met Zijn machtige werk van schepping bezig is.

Er heeft een val onder de engelen plaatsgevonden. Zie Judas 6; 2 Petrus 2:4

Het blijft voor ons altijd moeilijk om te begrijpen. We moeten bedenken dat God die zowel de engelen als de mensen, net als de hele schepping, goed gemaakt had, engelen en mensen een keuze heeft gegeven. Dat heeft alles met liefde te maken. Om uit liefde voor God te kunnen kiezen. De engelen als Gods knechten. De mensen als Gods kinderen. De Here God heeft engelen en mensen zo geschapen dat ze altijd de kracht in zich hadden om voor God te kiezen en te blijven kiezen in liefde.

Een deel van de engelen kiest tussen de zevende dag en de zondeval tegen God. Onder leiding van een belangrijke engel die na deze opstand de naam duivel of satan krijgt.

De naam duivel komt van het Griekse woord diabolos.  Dat betekent verleider.

De naam Satan komt van het  Hebreeuwse woord satan. Dit woord betekent tegenstander.

In de Bijbel komt heel duidelijk naar voren dat de duivel en de satan dezelfde persoon zijn. We lezen namelijk in Openbaring 20:1,2: “En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar”.

Er is dus strijd gekomen op aarde. Met alle ellende die erbij hoort. De aanstichter daarvan is het hoofd van de opstandige engelen in de hemel. Deze engelen waren niet slecht, maar zijn slecht geworden doordat ze tegen God zijn opgestaan. Hun leider is het die naar Eva en Adam komt en hen verleidt om ook ongehoorzaam aan God te worden. Zie Genesis 3. Door onze keuze voor de duivel en tegen God hebben wij de dood en alle ellende die er is in de wereld gebracht. Daarvoor kunnen we niet naar God wijzen. Dat is alleen maar onze schuld. God had ons zo gemaakt dat we zelfs een verleiding zoals in het paradijs konden doorstaan. Wij, die beeld van God waren, hebben ervoor gekozen om beeld van Gods grote tegenstander te worden.

De strijd die ellende brengt in de schepping op aarde is dus altijd onze schuld. Wij hebben Gods straf over ons leven en over de hele e opgeroepen. Daarom kijkt ook de hele schepping naar de verlossing uit. Zie Romeinen 8:19-21.

Dat wij en de hele schepping naar de verlossing kunnen uitkijken, heeft te maken met een andere strijd. De HEERE heeft ons en de hele aarde niet alleen maar overgegeven aan ellende, strijd en verdriet. Niet overgegeven aan de eeuwige zinloosheid. Hij zorgt ervoor dat uit genade alleen er na de zondeval de strijd tegen de duivel, de dood en het kwaad komt. Ondanks dat we alleen maar de eeuwige straf verdiend hebben, komt God op de dag van de zondeval met deze belofte: “En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;

Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.” Genesis 3:15

Zonder Gods genadige ingrijpen zouden alle mensen voor altijd volgelingen van de duivel zijn en zou hun leven eindigen in de eeuwige zinloosheid en ellende. We vinden hier al in een notendop de belofte van Christus als de Verlosser. Hij die straf zal dragen en wegdragen voor wie tot Hem vlucht als jouw Verlosser en Koning. De HEERE laat ons en de aarde niet over aan de duivel als de heerser over de aarde. Wij moeten van Hem als vorst van de aarde verlost worden. Zie voor de duivel als de vorst van de wereld o.a.: Johannes 12:31; 14:30

Jezus Christus is volgens Gods belofte naar de wereld gekomen. De strijd tussen het rijk van de duisternis en van het licht komt tijdens het leven en werk van Christus op aarde tot een beslissende climax. Zie hierbij o.a. Colossenzen 1: 12-14

Juist in wie Christus is, zien we dan ook het typische werk van de duivel als Gods grote tegenstander. Zo wordt de duivel al duidelijker ontmaskerd. Ik wil daarvan een paar dingen laten zien door stil te staan bij dat Christus zegt dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is. Eerst nog iets over de vraag of de duivel voor ons echt een levend persoon is.

 

Is de duivel voor ons een levende persoon?

 

Voor velen in onze samenleving is denken aan de duivel er niet bij. Als er over hem gesproken wordt, is het iemand uit een sprookje of uit een horrorfilm. Iemand met hoorntjes op zijn hoofd en met een gemene glimlach. Maar niet meer dan een fantasiepersoon.

Voor veel christenen lijkt dat niet veel anders te zijn. 

In die strijd  speelt de duivel een grote rol. Ik wil in de artikelen die volgen op drie kenmerken van het werk van de duivel wijzen. Ook laten zien hoe het ons raakt. Ik doe dit daar dat werk van de duivel naast Christus' uitspraak over zichzelf te leggen. Deze woorden van Christus: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” Johannes 14:6

Laten we eerlijk zijn. Ook in kerken is de duivel vaak iemand die er volgens de leer wel is, maar waar in de praktijk weinig tot geen rekening mee gehouden wordt. Er is vaak geen levend beeld van de duivel en wat hij doet. Dat maakt ons vaak ook zwak als het om het gesprek met charismatische kerken gaat. Die spreken veel meer over de duivel en het werk van demonen. Over het uitdrijven van boze geesten, terwijl we dan met een mond vol tanden staan en niet weten wat we moeten antwoorden. Vaak komt het antwoord niet verder dan de gedachte dat dit maar vreemd is. Juist daarom is het goed om erop te letten wie de duivel is en wat hij doet. Moet je met hem rekening houden of kun je over hem zwijgen?

Wanneer je alleen al op de woorden duivel en satan let, komen die vaak in de Bijbel voor. In de Herziene Statenvertaling lezen we 33 keer het woord duivel en 51 keer het woord satan. Het is zelfs zo dat Christus ons in het volmaakte gebed leert dat  de verleiding van de duivel in gebeden moet worden. Christus leert ons om elke dag aandacht voor de duivel als de Boze te hebben en  de Vader in de hemel te vragen om ons tegen die Boze te beschermen: “En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.” Mattheus 6:13   Deze dingen alleen al maken duidelijk dat we niet met iets vaags of iets wat weinig betekenis heeft te maken hebben. Daarom is het goed om er eens wat beter naar te kijken.

 

 JEZUS CHRISTUS DE WEG

 

De Here Jezus zegt dat Hij de weg naar de Vader is. Er is geen andere weg om gered van schuld en zonde als Gods kind door de Vader in liefde ontvangen te worden. Er is geen andere weg dan Jezus Christus. Er is geen ander evangelie dan dat van Christus.

Een weg!  Een van de eigenschappen van de duivel als verleider is dat hij ons wil laten geloven dat er een andere weg is of dat er meer wegen zijn. Ik geef daarvan nu enkele voorbeelden in de Bijbel.

  • De eerste keer dat we over de duivel lezen, is in Genesis 3. Hij maakt daar gebruik van een slang. We hebben al gezien dat in Openbaring 20 de verbinding tussen de duivel en de slang gelegd wordt.

Wat zijn de omstandigheden op het moment dat de duivel door de slang zijn mond op aarde opendoet? God heeft alles gemaakt en heeft ook de mens Zijn goede weg gewezen. De mens leeft op de aarde die goed is. Die aan de mens ook het goede geeft. Er is vrede met alles en iedereen. De HEERE heeft ook de weg gewezen hoe dit zo zal blijven en het leven zich goed zal ontwikkelen. Er is de opdracht om te werken en dat zal een groot feest zijn en blijven. Dit is zo zolang de mens de door God gewezen weg zal gaan. We lezen dit in Genesis 2 zo: “De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden om die te bewerken en te onderhouden. En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.” Vs 15-17

Het is de duivel die in Genesis 3 hier vraagtekens bij zet. Op de inhoud van wat hij daar zegt, kom ik terug in het volgende artikel. Hier is het belangrijk dat de duivel aan Eva en Adam vertelt dat er ook een andere weg is dan Gods weg. Dat die weg nog beter is. Het zou beter zijn voor de mens om juist van de boom van kennis van goed en kwaad te eten. De duivel wijst een andere manier van leven en denken aan dan dat God de mens als de weg vol zegen heeft voorgehouden. 

  • We zien dit ook als de Here Jezus, de gegeven Verlosser, Zijn werk openlijk op aarde begint. Jezus is door Johannes gedoopt. Zie Mattheüs 3:16,17. Nadat Hij gedoopt is en door God openlijk aangewezen als Zijn Zoon die de beloofde Verlosser is, lezen we: “Toen werd Jezus door de Geest weggeleid naar de woestijn om verzocht te worden door de duivel.” Mattheüs 4:1

De eerste Adam werd in het paradijs verleid en is met al zijn nakomelingen op de weg van de duivel gegaan. Je kunt als mens kiezen, zegt de duivel. Maak je eigen keuzes en volg je eigen hart en gedachten, dan heb je een goed leven.  Keuzevrijheid staat hoog aangeschreven bij de duivel en hij wil ons laten geloven dat dit ons gelukkig maakt.

Jezus is de tweede Adam. Zie Romeinen 5:12-21, 1 Korintiërs 15:22, 45-49. Hij is door Gods bijzondere ingrijpen de enige mens zonder zonde. Hij is het beeld van God op aarde. Hij is de beloofde Verlosser. Er is de duivel alles aan gelegen om deze tweede Adam ook te verleiden. Om er zo voor te zorgen dat geen mens gered zal worden. Om er zo voor te zorgen dat Gods schepping niet tot Zijn doel zal komen.

In de woestijn komt de duivel dan met 3 verzoekingen naar de Here Jezus toe. Ik concentreer mij nu op de verzoeking die Mattheüs als derde noemt: “Opnieuw nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg, en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien, met hun heerlijkheid, en zei tegen Hem: Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt. Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.” Mattheus 4:8-11

We zien hier weer hoe de duivel probeert om Christus te verleiden tot een andere keuze dan de opdracht die de Vader Hem als Verlosser gegeven heeft. Weer is het de satan, Gods grote tegenstander, die probeert om een andere weg dan Gods weg als heel aantrekkelijk voor te houden aan de mens. Christus is de mens zoals Hij het bedoeld  heeft. Als Hij kiest voor een andere weg dan Gods weg, dan is ook de verlossing en redding tot een leven voor eeuwig op de nieuwe aarde voor altijd weg. Dan is er geen hoop meer voor Gods schepping. Christus geeft dan het antwoord dat het enig goede antwoord is: “Ga weg, satan, want er staat geschreven: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen.”

Niet keuzevrijheid brengt ons tot een voor altijd goed en heerlijk leven. Alleen het leven volgens Gods plan en wil. Dat is de goede weg! Dat is de smalle weg die naar het behoud leidt. De brede weg waarop we leven volgens eigen gevoelens, gedachten en verwachtingen laat  Gods welverdiende oordeel over ons komen. De duivel spiegelt ons dingen voor, maar het is bedrieglijk en brengt  uiteindelijk alleen maar ellende. In die zin is de satan niet alleen Gods tegenstander, maar ook onze tegenstander. Een van de vijanden die ons de dood zonder uitzicht injaagt.

  • Een ander opmerkelijk moment in het leven van de Here Jezus is als Petrus beleden heeft dat Hij de Christus, de Zoon van de levende God is.

Daarna lezen we het volgende: “Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te laten zien dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden van de kant van de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden en op de derde dag zou worden opgewekt.

En Petrus nam Hem apart en begon Hem te bestraffen; hij zei: God zij U genadig, Heere, dit zal beslist niet met U gebeuren! Maar Hij keerde Zich om en zei tegen Petrus: Ga weg achter Mij, satan! U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen.” Mattheüs 16:21-23

Petrus heeft een heel andere voorstelling van de beloofde Verlosser. Het zal de machtige wereldheerser zijn die Israël van alle vijanden op aarde zal verlossen. Petrus denkt dat de Here Jezus het verkeerd heeft als Hij over lijden en dood van Hem als de Verlosser spreekt. Als de Redder die de straf voor Gods kinderen draagt tot op het kruis, tot in de hel. Om zo de straf die op ons ligt voor ons te dragen. Petrus wil Jezus corrigeren en Hem voorhouden dat deze moeilijke weg niet door Hem gegaan hoeft te worden. Jezus kan voor een heel andere weg kiezen. Weer wordt Christus een andere weg dan Gods weg voorgehouden. Dat is een verzoeking, een verleiding voor Christus. De duivel gebruikt iemand die van Christus houdt om dit naar hem te brengen. Let op Jezus' scherpe antwoord: “Ga weg achter Mij, satan! U bent een struikelblok voor Mij, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen.”

Christus noemt de andere keuze die hem hier wordt voorgehouden een verleiding, een satanische verzoeking, een struikelblok. Er is maar één goede weg en dat is de weg van God!

  • De verleiding om een andere weg te gaan dan Gods weg, komt ook op de gelovige af. Ook in de tijd van het Nieuwe Testament. Zelfs door mensen die zich apostelen van Christus noemen. Zelfs door mensen die veel over Christus spreken en optreden als verkondigers van Christus.

Een voorbeeld daarvan vinden we in 2 Korinthe 11: “Want zulke lieden zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken.” vs 13-15

We vinden dit ook in het Oude Testament als het gaat om valse profeten. Een sprekend voorbeeld daarvan vinden we in Jeremia 28. Maar nu terug naar 2 Korinthe 11.

Ook in de kerk krijgen we dus te maken met mensen die een boodschap in de naam van Christus brengen die niet Gods boodschap is. Die andere mogelijkheden en keuzes ons voorhouden dan wat God zelf zegt. Die theologen genoemd worden, maar een andere theologie aan ons voorhouden dan wat de Geest ons in en door Gods Woord leert. Zij brengen hun boodschap alsof daarin het echte licht schijnt. Dat is bedrieglijk licht. Het is licht dat in feite duisternis. Een boodschap die een andere weg dan de weg van Christus wijst, stelt niets voor. Hoe verleidelijk ook, hoe het ons ook aanspreekt, hoe goed het ons nu ook laat voelen. Het brengt je uiteindelijk in de duisternis. De weg van Christus is de weg van de echte liefde en vrede. Een voorbeeld daarvan vinden we in 1 Johannes 3:8-10

  • We lezen in 1 Johannes 3:8-10: “Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou. Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.”

Hieronder enkele opmerkingen over deze verzen:

Vs 8 “Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou.”

 

Johannes gebruikt hier in het Grieks weer de tijdsvorm die erop wijst dat je iets nu doet en daarmee verdergaat. Het is een doorlopende manier van leven. Wie dus in de zonde leeft, laat zien dat hij uit de duivel is. Al denkt hij dat het anders is, zoals die groep die uit de gemeente gegaan is en aan mensen in de gemeente trekt.

Christus en zonde horen niet bij elkaar. De duivel en zonde horen wel bij elkaar. De duivel wil mensen juist verleiden om zonden te doen en zo in afstand van God te leven. De duivel heeft aan het begin van de zonde en de verwoestende invloed van de zonde op aarde gestaan. Hij was de grote misleider en verleider in het paradijs. Bij hem begint de ellende op aarde. De Here Jezus heeft dat zelf ook heel duidelijk aangegeven in Johannes 8. Het is Christus die er dan op wijst dat je als slaaf van de zonde niet in de vrijheid staat. Hoe mooi de zonde ook voorgesteld wordt. We lezen daar in vers 34-36: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis; de zoon blijft er eeuwig. Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.”

Wie niet bij Jezus Christus wil horen volgens Zijn Woord staat aan de kant van de zonde en daarmee aan de kant van de duivel. We lezen daarover dan in Johannes 8:44-47: “U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.  Maar Mij, omdat Ik de waarheid spreek, Mij gelooft u niet. Wie van u overtuigt Mij van zonde? En als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u Mij niet? Wie uit God is, hoort de woorden van God; daarom hoort u niet, omdat u niet uit God bent.”

De duivel is in het paradijs de grote aanstichter van een leven in zonde op aarde. Hij is het die in de hele geschiedenis tot de terugkeer van de Here Jezus zal proberen mensen in zonde te laten leven. Wij hebben na de zondeval in onszelf daar geen weerstand tegen. Daarom is de Zoon van God naar de wereld gekomen. Om de macht van de duivel te breken. Om mensen hoop en uitzicht te geven. Volgens Gods plan is de Zoon gekomen om de duivel Zijn macht te ontnemen. Hij die in het Johannesevangelie ook wel de overste over de wereld genoemd wordt. Zie Johannes 12:31; 14:30, 16:11.

De Zoon laat zien dat de Drie-enige God de enige God is. Hij overwint de duivel. Hij verbreekt bevrijdend wat de duivel doet. De Zoon van God is mens geworden om de duivel echt te onttronen voor altijd. Om mensen weer in de echte vrijheid te zetten om te doen wat echt goed is.

We lezen ook in Hebreeën 2:14,15 dat Christus gekomen is om uit de macht van de duivel en daarmee uit de macht van de dood te verlossen: “Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deelgehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.”

De Zoon is gekomen om vrij te kopen uit de macht van de duivel en daarmee ook uit een zondig leven, om de verlosten te leren om echt te doen wat goed is. Op een heel mooie manier lezen we dat in Titus 2:14: “Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.”

 

Vs 9 “Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.”

 Wat we hier lezen, herinnert aan vers 6. Toch wordt het hier nog scherper gezegd, doordat we hier ook lezen: “en hij kan niet zondigen.”

Het gaat hier om de gelovige, om het kind van God. Om mensen die echt als gelovigen leven. Dat hebben ze niet van zichzelf. Dat is het werk van God in hen. Dat heb je aan God te danken. Dat wil Hij geven op het gebed. Johannes maakt het hier heel praktisch door op het leven te wijzen. Het is niet zo dat mensen, zoals de uitgetredenen, die zeggen dat het gewone leven er niet veel toe doet, echt kinderen van God kunnen zijn. Uit God geboren zijn betekent dat je als kind van God tegen de zonde strijdt. Dat je niet de zonde aan de hand wilt houden. Het leven van elke dag doet er echt toe. Je wilt altijd als kind van God leven. In het Grieks wordt hier weer een tijdsvorm gebruikt die laat zien dat je niet voor de zonde leeft. Het zegt niet dat je zondeloos bent, maar dat je niet voor de zonde leeft. Je vecht er al biddend juist tegen. Ook op andere plaatsen in 1 Johannes laat de schrijver zien dat geboren zijn uit God, kind van God zijn alles met je manier van leven te maken heeft. Zie o.a. 2:29; 4:7; 5:1; 5:18.

Het gaat bij het niet doen van de zonde om het er niet in leven. Waarom leef je niet in de zonde als je uit God geboren bent? Waarom doe je dat niet als je kind van God bent? Het antwoord is hier, omdat het zaad van God in je blijft. Wat moeten we ons bij dat zaad voorstellen?

Bij dat zaad hebben we te denken aan het Woord van God dat bij mensen binnenkomt en ook ontkiemt. Het gaat niet om zaad dat blijft liggen en weggepikt wordt of verstikt. Denk hier aan de gelijkenis van de Zaaier zoals we die vinden in Mattheüs 13:1-23; Markus 4:1-20; Lukas 4-15. Het gaat hier om het zaad dat door het werk van de Geest in ons ontkiemt en groeit. Kind van God zijn hebben we helemaal aan de HERE en het werk van de Geest in ons te danken. Zonder dat het iets van onze eigen verantwoordelijkheid en de oproep tot geloof afdoet. Dat zie je zo heel duidelijk in deze brief, waarin het geschenk van kind van God zijn, wordt verbonden met het in geloof en liefde willen leven voor God. Waar het zaad van God ontkiemt en groeit, houd je het bij de zonde niet uit. Dan is er zonder dat je zondeloos bent wel de strijd tegen de zonde. Dan is er het balen van dingen die je voelt en doet tegen Gods wil in. Waar Gods zaad in je blijft, werkt de Geest de liefde voor God en dus de strijd tegen de zonde en de duivel. Er staat dan zelfs dat je niet kunt zondigen. Dat betekent weer, als je naar de tijdsvorm in het Grieks kijkt, dat je niet in de zonde kunt blijven leven. Het is niet zo dat je dan de zonde aan de hand kunt houden en daar graag in leeft. Dan denk je niet: ‘Weer even vergeving vragen, dan kan ik het verkeerde rustig weer doen’. Wie zo denkt, haalt de strijd tegen de zonde uit zijn leven. Dan wordt vergeving eigenlijk een stimulans om met dat zondige in je leven verder te kunnen gaan.

Wie het zaad van God in zich heeft en daaruit door Gods werk in je wil leven, wil juist beeld van God zijn. Denk aan wat we in hoofdstuk 1 van de Here God gelezen hebben: “En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.” vs 5    

Johannes maakt duidelijk dat wie in gemeenschap met God leeft een kind van God is door Zijn werk. Dat je dan ook echt in het leven van elke dag vrucht voor Hem wil dragen. Wie dat niet doet en daar ook onverschillig over is, hoort niet bij de kinderen van God. Hier is ook belangrijk wat de Here Jezus in Mattheüs 7 zegt: “Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen.” vs 17-20

Dit heeft alles te maken met de vraag bij wie je hoort. Bij God of bij de duivel.

 

Vs 10: “Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.”

 

Weer maakt Johannes duidelijk dat er een duidelijke scheidslijn tussen de mensen is. Het is daarbij echt of-of. Je hoort of bij God of  bij de duivel. In dit vers lezen we dan ook een soort conclusie vanuit de verzen hiervoor. De scheidslijn tussen de kinderen van God en de kinderen van de duivel zie je in hun manier van leven. Daarmee wordt ook duidelijk dat niet alleen de mensen die zeggen niet te geloven in Jezus Christus bij de duivel horen.  Ook schijnchristendom wordt hier ontmaskerd.  Het gaat om echt leven met en voor Christus.

Het is belangrijk om er dan op te letten of mensen volgens de goede normen van God willen leven. Of ze dat in de praktijk brengen en zich laten corrigeren als ze dat niet doen.  Geloven is nooit maar een vorm, maar is echt leven met en voor God. Het tweede dat Johannes hier toevoegt en in het vervolg gaat uitwerken, is dat dit ook betekent dat je jouw broeder liefhebt. Wie niet in liefde leeft voor hem of haar die ook met Christus leeft, hoort niet bij God. Hoe gelovig zijn of haar woorden ook klinken.

Je ziet hier dat rechtvaardig leven volgens Gods geboden juist ook liefde voor de naaste inhoudt. Rechtvaardigheid betekent dat je in liefde voor de naaste wilt leven; liefde betekent dat je volgens Gods rechtvaardige geboden wilt leven.

 

Ook in deze verzen wordt duidelijk dat er een weg is. Niet meerdere wegen waar we zelf uit kunnen kiezen. Als het om het leven met Christus gaat, is het niet en-en maar of-of.

 

Enkele conclusies 

Wanneer ik hier met enkele conclusies kom, besef ik dat  meerdere dingen heel scherp overkomen. Dat is niet omdat ik scherp wil zijn. Ook niet omdat ik bepaalde mensen niet zou mogen. Dat is op geen enkele manier het geval. Het is wel zo dat eerlijk luisteren naar wat de Geest ons in de Bijbel zegt mij laat zien dat hier vaagheid niet past. Ook op deze punten hebben we God te volgen op Zijn Woord en elkaar die spiegel voor te houden. Ik doe het met vrees en beven, maar beef nog meer voor onze God en Heiland die we hebben te volgen op Zijn Woord.

 

  1. Christus is de weg. Het woordje 'de' is hier beslissend. De duivel wil ons altijd weer wijsmaken dat er meerdere wegen zijn om voor eeuwig gered te worden. Dan mag Jezus ook nog wel een weg in ons leven zijn maar er is meer.

Zeker in onze tijd is de gedachte heel populair om te zeggen dat ieder zijn eigen weg door het leven kan gaan. We moeten daar respect voor hebben. Iedereen mag in moeite op zijn eigen manier getroost worden. Als je maar niet zegt dat Christus de enige troost in ons leven moet zijn. Dan zou je mensen aanvallen en zou je denken dat je het allemaal beter weet dan anderen. Het postmodernisme waarin we onze eigen waarheid hebben en niet moeten denken dat er een waarheid is, wordt door de duivel in onze samenleving graag gebruikt.

  1. Keuzevrijheid is een van de belangrijkste dingen in het leven van onze tijd. We moeten kunnen kiezen wat wij willen. Het leven moet zo kunnen zijn dat ik maximaal kan kiezen en mensen moeten dan niet met kritische vragen of opmerkingen komen. Ook als het om ethische keuzes gaat, moeten we kunnen doen wat we willen. Moeten we onze verlangens maximaal kunnen uitleven? De enige beperking lijkt te zijn dat we het leven van een ander daarmee niet beschadigen.

God raakt hierbij al meer uit beeld. Dat je voor Zijn ogen leeft en dat je eens aan Hem verantwoording voor je leven moet afleggen, is iets waar velen niet meer van willen weten. Ook in veel kerken is het zo. Dit terwijl Paulus nota bene in een evangeliesatietoespraak in Athene het volgende zegt: “God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.” Handelingen 17:30,31

Het gaat er niet om dat we kunnen kiezen, maar dat we op de weg van Christus gaan en die zien als de enige weg waarop we willen gaan. Dat we die ook aan anderen aanwijzen als de enige weg die tot de Vader leidt. Dat betekent dat we niet ons eigen evangelie maken, maar leven uit en mensen vertellen wat het  evangelie is. Christus wijst zichzelf als de weg aan. Daarbij hoort het ene evangelie. Het gaat niet om meerdere versies van het evangelie, maar om die ene boodschap die de Geest ons vanuit het Woord leert. Dat zien we ook aan het begin van het Marcusevangelie: ‘Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.” 1:1

De duivel vindt het prachtig als we praten over meerdere versies van het evangelie. Hij vindt het heel mooi als we erover spreken dat ieder mens vanuit zijn of haar eigen behoefte en ideeën God en Christus kan dienen, Dan geloven we toch allemaal in Jezus op onze eigen manier?! Dan doen we het zo dat wij ons er het beste bij voelen. Dan moeten we dat feestje vooral niet verstoren door te zeggen: Maar heb je het nog wel over de echte Jezus, de echte God, het echte ene evangelie? Toch is dit waar het om gaat. De gedachte dat ieder op zijn eigen beeld Christus kan dienen is in feite duivels. Hoe hard het ook klinkt. Voor dit keer nog een element dat hiermee te maken heeft.

 

  • Theologie – letterbak

 

Heeft de duivel iets met theologie te maken? Het gaat mij er nu niet over dat er vanuit de theologie dingen over de duivel gezegd worden. Het gaat mij er wel om of we de duivel binnen de theologie zien werken. Wat zal de duivel daar proberen waar over God, over Christus, over de Bijbel gesproken wordt?

Hij zal proberen om theologen zover te krijgen dat ze vragen over God en de Bijbel gaan stellen die tot twijfel leiden.  Die ertoe leidt dat gedachtevorming over God en Zijn Woord bij de mens begint. Dat het erom gaat dat wij een weg zien die ons aanspreekt. In onze tijd zie je dat steeds weer gebeuren. We beginnen bij onze gedachten, onze gevoelens, onze verwachtingen. We beginnen niet bij Christus die weg is. Maar bij wat voor ons in onze wereld vandaag een weg is die aanspreekt. Dan wordt ook het beeld van de letterbak gebruikt. De Bijbel is de letterbak en we vormen daaruit een beeld van God dat ons en de mensen in onze cultuur nu aanspreekt. Zo proberen we mensen voor God, voor Christus te winnen. Onze creativiteit gaat op de troon zitten. Wij laten dingen weg die mensen nu onaangenaam vinden. Dingen die de Geest in Gods Woord zegt, maar ons niet meer aanspreken in onze tijd en cultuur, laten we weg.   We maken zo zelf een ander evangelie. Hoe mooi het ook klinkt. Wij worden in feite God. Om zo onze gedachten en gevoelens te bevredigen.

Wij zoeken zo onze eigen weg in plaats van op Gods weg te gaan en ons eigen denken, voelen en handelen te laten corrigeren door Christus, die ons de weg wijst. De duivel vindt het heerlijk als we zo denken en spreken. Als we zo kerk willen zijn, want dan krijgt hij zijn zin. Dan gaan we op de brede weg die naar het verderf leidt, in plaats van op de smalle weg die door Christus' offer naar het behoud leidt. Hierbij staat vooral Gods eer op het spel. Juist omdat Christus, zoals Hij zich in de Bijbel laat zien, de weg is, wordt duidelijk dat de Bijbel geen letterbak is waar we uit kunnen halen wat wij willen. Waarvan wij denken dat het past in onze tijd en situatie. Het is ook daarom dat we in Gods Woord lezen dat wij niets bij het evangelie mogen bijvoegen of daarvan mogen afhalen. Zie bijvoorbeeld: Galaten 1 en Openbaring 22.

Theologie is alleen echt theologie als we willen groeien in de kennis van God en Christus en daarom in het kennen van onszelf vanuit Gods eigen Woord. Om juist al meer op die ene weg te gaan die God ons leert. Hoe het ook tegen ons eigen gevoel n de geest van de tijd ingaat. De duivel vindt het heerlijk als we veel over God en Christus praten, maar zeggen dat we onze eigen weg kunnen gaan onder Gods zegen. De duivel smult van zo’n theologie die mensen laat denken dat ze met Christus als de Weg leven, maar in werkelijkheid een eigen weg gaan.

De duivel is ook in de theologie werkzaam, waar we ons niet binden aan Christus en Zijn geboden zoals Hij die vanuit Gods onfeilbare Woord laat zien. Christus ontmaskert de duivel ook als hij vroom lijkt te praten maar niet God en Zijn Woord geëerbiedigd worden door op de door Christus vastgestelde weg te gaan.

De duivel is de verleider die juist door Gods Woord ontmaskerd wordt. Laten we daarom ter harte nemen wat we lezen in 1 Petrus 5: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt.

Ik hoop een volgens artikel te schrijven waarbij ik dan stilsta bij het werk van de duivel en dat Christus zich de Waarheid noemt.

 

Rob Visser