WIE IS DE HERE JEZUS?

Naar aanleiding van het artikel: Was Quirinius toen wel gouverneur? (Nederlands dagblad 15 december 2018)

 

We zijn op weg naar het kerstfeest. De Zoon van God is mens geworden. Hij is gekomen om zondaren te redden. Een prachtig feest. Juist omdat de Here Jezus echt gekomen is.  Juist omdat we mogen weten wat er met Hem gebeurd is, wat Hij gedaan en gezegd heeft. Juist omdat Hijzelf bewezen heeft de beloofde Verlosser te zijn. Dan is het wel heel opmerkelijk dat juist in  deze tijd in een krant, die zich een christelijke krant noemt, een artikel verschijnt waar de betrouwbaarheid van het evangelie van vraagtekens voorzien wordt. Ik duid nu op een artikel dat in het Nederlands Dagblad van zaterdag 15 december 2018 verschenen is. Geschreven door Rimme Mastenbroek, journalist bij het Nederlands Dagblad.

Het is een artikel dat niet past In een krant die echt christelijk wil zijn. Wanneer zo’n artikel daarin verschijnt en dit geen probleem lijkt te zijn, laat dit zien dat de koers van de krant er een is, die van de Bijbel als het Woord van God, wegleidt. Dan wordt het christelijke geloof al meer iets van eigen menselijk denken en van eigen theologie. Dat zie je in dit artikel ook heel duidelijk gebeuren. Ik ga nu eerst twee dingen bespreken die in het artikel als probleem worden opgeworpen rond de geboorte van de Here Jezus. Daarna kom ik uit bij de conclusie van dit artikel.

 

Quirinius

Een van de problemen met wat ons in de Bijbel rond de geboorte van de Here Jezus verteld wordt, is de inschrijving die onder Quirinius plaatsvond waardoor Jozef en Maria naar Bethlehem zijn gegaan. De inschrijving, waarvan wij uit de schaarse bronnen weten, is een volkstelling en belastingheffing  11 jaar later. Door Quirinius uitgeschreven. Dat roept vragen op. Die vragen mogen ook gesteld worden. Een ding is duidelijk dat de volkstelling die 11 jaar later onder Quirinius plaatsvond niet  de gebeurtenis kan zijn die in Lukas 2:2 genoemd wordt. Tenminste niet als we het blijven vertalen zoals het meestal gedaan wordt. Betekent deze constatering nu dat Lucas het verkeerd heeft? Moeten we samen met Rimme Mastenbroek de historicus Fik Meijer volgen die schrijft dat Lucas: “een enthousiast pleitbezorger van de blijde boodschap is, maar tegelijk een slecht historicus”?

Er lijkt in het artikel van Mastenbroek geen ontkomen aan. Toch is het zo kortzichtig. Wie namelijk verder kijkt en leest, ziet dat deze conclusie op geen enkele manier getrokken hoeft te worden. Ik wijs op twee van de diverse mogelijke verklaringen die ons laten zien dat we Lucas niet hoeven achter te laten als een slecht historicus.

  1. Er is de mogelijkheid om hier anders te vertalen. Dit wordt uitgebreid beargumenteerd door professor Van Bruggen in zijn commentaar op het Bijbelboek Lucas. Hij pleit ervoor om       Lucas 2:2 op dit punt zo te vertalen: “Deze telling vond plaats voordat Quirinius stadhouder was over Syrië.”  (Jakob van Bruggen,  Lucas,  p. 71)
  2. Een andere mogelijkheid is, dat het hier gaat om een andere telling die onder toezicht van Quirinius heeft plaatsgevonden. Quirinius is namelijk een heel lange tijd in het oosten van het Romeinse Rijk actief geweest. Hij heeft er allerlei dingen gedaan voor de keizer met speciale opdrachten. Verschillende keren ook zo dat hij toezicht hield op wat andere beambten van het Romeinse Rijk moesten uitvoeren. Het opvallende is dan ook dat we in bronnen uit de eerste eeuwen het getuigenis vinden, dat in de archieven in Rome het resultaat van de volkstelling rond Jezus geboorte te vinden is. Zo schrijft de jurist Tertullianus rond 202 na Christus: “Maar het staat ook vast dat er toen onder Augustus tellingen zijn gehouden in Judea door Sentius Saturninus: in deze tellingen zou men Jezus’ menselijkheid hebben kunnen nagaan.”  Deze telling kan heel goed onder toezicht van Quirinius hebben kunnen staan!

De conclusie die Mastenbroek is daarom op geen enkele manier dwingend.

 

Uit Egypte?

Over de vlucht van Jozef en Maria met het kind Jezus naar Egypte schrijft Mastenbroek:  

“De Amerikaanse religiewetenschapper Reza Aslan gespecialiseerd in het Nieuwe Testament, zegt hierover dat Mattheüs dit verhaal vertelt om een oude profetie (‘uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen’, Hosea 11:1) in vervulling te doen gaan. Of dit historisch letterlijk zo gegaan is, is discutabel. Maar, zo schrijft Aslan in zijn boek De zeloot: ‘De evangeliën zijn ook niet bedoeld om ze als historische verslagen te lezen. De evangeliën vormen een theologische bevestiging van Jezus’ status als de gezalfde. De afstamming van koning David. De beloofde messias.”

Met deze zinnen beëindigt Mastenbroek zijn artikel in het Nederlands  Dagblad. Hier komt de aap ook heel duidelijk uit de mouw. Het komt er op neer dat de evangeliën theologische constructies zijn om te bewijzen dat Christus de beloofde Verlosser is. Het zou dus eigenlijk een vorm van menselijke theologie zijn en niet zozeer het Woord van God dat ons aanwijst dat de Here Jezus echt de Verlosser is die beloofd is. Dat de Geest ons in de evangeliën vertelt dat de Here Jezus ook echt gedaan heeft, echt vervuld heeft wat Hij in de profetie voorspeld heeft. Daarbij komt dan, dat gezegd wordt, dat de evangeliën niet de bedoeling hebben om een betrouwbaar historisch verslag te geven.   

 

Evangeliën niet bedoeld als historisch verslag?

 Is het zo dat de evangeliën niet bedoeld zijn als echt betrouwbaar verslag van wat de Here Jezus gedaan en gezegd heeft? Hierover zou heel veel te zeggen zijn. Ik ga nu kort vanuit 3 van de 4 evangeliën laten zien hoe de Heilige Geest deze evangeliën presenteert. We beginnen met het begin van het Lucasevangelie:

“Aangezien velen ter hand genomen hebben een verslag op te stellen van de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben, zoals zij die van het begin af ooggetuigen en dienaren van het Woord zijn geweest, aan ons overgeleverd hebben, heeft het ook mij goed gedacht, na alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht te hebben, het geordend voor u te beschrijven, hooggeachte ​Theofilus, opdat u de zekerheid kent van de dingen waarin u onderwezen bent.” Lucas 1:1-4

De Heilige Geest maakt hier Theofilus en ons duidelijk dat wat nu volgt een betrouwbaar verslag is van wie Jezus Christus is en wat Hij gedaan heeft. Hier kun je op aan! Op dit verslag kun je met zekerheid bouwen. Zo is het gegaan.

Dan gaan we nu naar het slot van het Johannesevangelie. Tot twee keer toe lezen we een soort afsluiting van dit evangelie. Daar lezen we het volgende:

“Jezus​ nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit ​boek,  maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat ​Jezus​ de ​Christus​ is, de ​Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.” Johannes 20: 30,31

“Dit is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen beschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waar is. En er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Als die ieder afzonderlijk beschreven zouden worden, dan zou, denk ik, de wereld zelf de geschreven boeken niet kunnen bevatten. ​Amen.” Johannes  21: 24,25

Ook hier zie je hoe benadrukt wordt dat wat in het evangelie beschreven wordt, in en in betrouwbaar is. Zo is er gesproken en zo is het gebeurd. Daarvan zijn ook nog andere getuigen dan Johannes die dit bevestigen.

Nu gaan we nog naar het Mattheusevangelie. Een van de opvallende dingen in dit evangelie is dat de Geest door Mattheus vooral de Joden wil overtuigen dat de Here Jezus de beloofde Messias is.  Door heel vaak naar de profetieën in het Oude Testament te wijzen die de Here Jezus uitgevoerd (= vervuld) heeft. Waardoor de Here Jezus bewees dat Hij de beloofde Verlosser is. Een van de profetieën die in Jezus leven werkelijkheid werden,  was de vervulling van Hosea 11:1. De vlucht naar Egypte. We lezen het in het Mattheusevangelie zo: “Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar ​Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de ​profeet: Uit ​Egypte​ heb Ik Mijn Zoon geroepen.” Mattheüs  2:14,15

De Geest wijst ons er op dat juist in de vlucht naar Egypte door Gods eigen Zoon duidelijk wordt, dat Hij de Verlosser is. We hebben hier niet met menselijke theologie te maken maar met de HERE die de geschiedenis zo stuurt dat duidelijk wordt dat Jezus Christus de Verlosser is. Geen menselijk denken maar Gods werk in de geschiedenis:  vast en zeker.

 

Conclusie

Wanneer we overzien wat Mastenbroek schreef, wordt duidelijk dat dit niet in overeenstemming met Gods Woord is. Het is niet in overeenstemming met hoe de Geest de evangeliën zelf presenteert. Wat Mastenbroek schrijft maakt de weg open naar een twijfel die er niet mag zijn. Als er iemand alles overziet en betrouwbaar spreekt is het de HERE in Zijn Woord: de Bijbel. Dan mogen er vragen zijn en dan mogen we zoeken naar antwoorden. Met de belijdenis dat we op Gods betrouwbare Woord blijven vertrouwen. Dan kan het zijn dat we niet altijd antwoorden vinden, omdat de bronnen naast de Bijbel lang niet alles vertellen. Dat mag geen reden zijn om dan maar aan de Bijbel te morrelen.  In een echt christelijke krant hoort dit soort voorlichting niet thuis.